Wet van 20 juni 1924, betreffende opsporing van delfstoffen

Wet opsporing delfstoffen 1924

Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten:
Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenschelijk is het vindersrecht van den Staat op de ingevolge de wet van 6 October 1908 (Staatsblad n°. 312) opgespoorde delfstoffen vast te leggen, alsmede, in verband met het aantoonen van aardolie, voor een bepaald gebied de vrijheid van het opsporen van delfstoffen op te heffen;

Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

De aantooning van steenkool- of zoutafzettingen, na het in werking treden van deze wet, geeft geen recht op eenige schadevergoeding (indemnité) als bedoeld in de artikelen 16, tweede lid, en 46 der wet van 21 April 1810 (Bulletin des Lois no. 285) concernant les mines, les minières et les carrières, in de terreinen, begrensd als volgt:

  • A.

    ten Oosten door de rechte lijn, getrokken over den Rijksgrenspaal n°. 432 en paal n°. 15 aan de spoorlijn tusschen het station Sevenum en de halte America;

    ten Noorden door de rechte lijn, getrokken over paal n°. 21 aan de bovengenoemde spoorlijn tusschen de halte America en het station Helenaveen en paal n°. 12 aan het kanaal van Deurne;

    ten Westen door de rechte lijn, getrokken over paal n°. 4 aan het Zijkanaal en den Rijksgrenspaal n°. 407;

    ten Zuiden door de Rijksgrens van den Rijksgrenspaal n°. 407 tot den Rijksgrenspaal n°. 432;

  • B.

    ten Noorden door de parallel van 52° N.B.;

    ten Oosten door de Rijksgrens tot haar snijpunt met de Oerdinger of Groote Beek bij den Rijksgrenspaal n°. 776;

    ten Zuiden door de Groote Beek, westwaarts genaamd Slingerbeek;

    ten Westen door den meridiaan van 1° 45' O.L. van Amsterdam;

  • C.

    ten Noordwesten door de rechte lijn, getrokken over de as van den toren der Roomsch-Katholieke kerk te Enschedé en het kruispunt van de as van de Boekeler Beek met de as van de spoorlijn Haaksbergen-Boekelo-Enschedé;

    ten Zuidwesten door de as van den weg, welke loopt van Wijcheringshoek over de Welen Mos naar Rutbeek;

    ten Zuiden door de as van den kunstweg van Haaksbergen naar Enschedé en de rechte lijn, loopende van het kruispunt van die as met de as van de Bruninkbeek, ter plaatse ook wel genaamd de Nieuwe Beek, naar den Rijksgrenssteen n°. 32;

    ten Noordoosten door de rechte lijn, loopende van den Rijksgrenssteen n°. 32 over het Zuidwesthoekpunt van het haltegebouw Usselo, gelegen tusschen de stations Boekelo en Enschedé;

  • D.

    ten Noorden door de rechte lijn van het Noordoosthoekpunt van het kasteel Goedenraad (gemeente Wittem) naar het snijpunt van de as der spoorbaan Maastricht-Aken met de rechte lijn, getrokken van het kruispunt van de as van den grooten weg van Heerlen naar de Locht met de Rijksgrens, naar den Rijksgrenspaal n°. 204;

    ten Zuidoosten van dit snijpunt laatstbedoelde rechte lijn volgend tot evengenoemden grenspaal en vervolgens de Rijksgrens volgend tot den Rijksgrenspaal n°. 201;

    ten Zuidwesten van den Rijksgrenspaal n°. 201 in rechte lijn naar het Noordoosthoekpunt van het kasteel Goedenraad.

Artikel

II

Het is verboden, tenzij daartoe vergunning van Onzen Minister van Waterstaat is verkregen, delfstoffen op te sporen in het terrein, omschreven in artikel I onder B.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize het Loo
WILHELMINA.
De Minister van Waterstaat, G. J. VAN SWAAY.
De Minister van Justitie, HEEMSKERK.