Wet van 27 maart 1936, tot overbrenging van de consignatiekas voor het bewaren van effecten aan toonder naar de Nederlandsche Bank

Wet overbrenging consignatiekas naar de Nederlandsche Bank

Wij WILHELMINA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten:
Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenschelijk is de consignatiekas voor het bewaren van effecten aan toonder, bedoeld in de artikelen 391, 392 en 397 van het Burgerlijk Wetboek, te doen houden door de Nederlandsche Bank;

Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

3

De bemoeiingen van de Nederlandsche Bank met de krachtens deze wet in bewaring gegeven effecten, evenals het daarvoor te bedingen loon, worden bij algemeenen maatregel van bestuur geregeld. Op de Nederlandsche Bank rust ter zake van het bewaren van deze fondsen de aansprakelijkheid, die zij krachtens hare Voorwaarden van bewaarneming op zich neemt.

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

De Nederlandsche Bank kan, ondanks het bepaalde in het vorige artikel, ook zonder daartoe bij rechterlijke beschikking te zijn gemachtigd, effecten, in pand gegeven door een voogd of curator, aan dezen op zijn verzoek teruggeven, mits die effecten tegelijkertijd vervangen worden door een op het tijdstip der terugneming gelijkwaardig bedrag aan effecten, ten genoegen van de Nederlandsche Bank.

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Wij behouden Ons voor om al wat tot de uitvoering dezer wet behoort, in verband met vorenstaande bepalingen, te regelen of te doen regelen.

Artikel

12

De wet van 26 Mei 1841, Staatsblad n° 14, vervalt.

Artikel

13

Deze wet treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle Ministerieele Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage
WILHELMINA.
De Minister van Justitie, VAN SCHAIK.
De Minister van Financiën, OUD.
De Minister van Justitie, VAN SCHAIK.