Wet van 10 juli 1952, tot bescherming van de bevolking tegen de gevolgen van oorlogsgeweld

Wet bescherming bevolking

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is bepalingen vast te stellen omtrent het nemen van maatregelen met betrekking tot de bescherming van de bevolking tegen de gevolgen van oorlogsgeweld;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

4

Artikel

7

Artikel

29

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize Soestdijk
JULIANA.
De Minister-President, Minister van Algemene Zaken, W. DREES.
De Minister van Binnenlandse Zaken, BEEL.
De Minister zonder Portefeuille, TEULINGS.
De Minister van Justitie a.i., BEEL.