Wet van 3 november 1954, houdende bepalingen betreffende de jacht

Jachtwet

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is nieuwe bepalingen vast te stellen inzake de jacht en daarbij nieuwe regelingen te treffen met betrekking tot schade door wild en het behoud van een wildstand, welke met de belangen van de landbouw verenigbaar is;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Titel

I

Algemene bepalingen

Artikel

1

Artikel

2

Vervallen

Artikel

2bis

Vervallen

Artikel

3

Vervallen

Titel

II

Vervallen

Artikel

4

Vervallen

Artikel

5

Vervallen

Artikel

6

Vervallen

Artikel

7

Vervallen

Artikel

8

Vervallen

Artikel

9

Vervallen

Artikel

10

Vervallen

Artikel

11

Vervallen

Titel

III

Vervallen

Artikel

12

Vervallen

Artikel

12a

Vervallen

Artikel

12b

Vervallen

Artikel

13

Vervallen

Artikel

13a

Vervallen

Artikel

14

Vervallen

Artikel

15

Vervallen

Artikel

16

Vervallen

Artikel

16a

Vervallen

Artikel

17

Vervallen

Artikel

18

Vervallen

Titel

IV

Vervallen

Artikel

19

Vervallen

Artikel

20

Vervallen

Artikel

21

Vervallen

Artikel

22

Vervallen

Artikel

23

Vervallen

Artikel

24

Vervallen

Artikel

25

Vervallen

Artikel

26

Vervallen

Artikel

27

Vervallen

Artikel

27a

Vervallen

Titel

V

Het Jachtfonds

Artikel

28

Artikel

29

Artikel

31

Onze Minister kan bepalen, dat de bestuursleden volgens door hem te stellen regelen een vergoeding genieten.

Artikel

32

Bij algemene maatregel van bestuur worden regelen vastgesteld betreffende het nemen van besluiten door het Jachtfonds, zijn dagelijkse leiding, zijn secretariaat, zijn vertegenwoordiging in en buiten rechte en zijn boekjaar.

Artikel

33

Artikel

34

Jaarlijks vóór 1 mei dient het bestuur bij Onze Minister een financieel verslag in over het afgelopen boekjaar met daarbij behorende balans en verlies- en winstrekening. Dit verslag behoeft de instemming van Onze Minister.

Artikel

35

Vervallen

Artikel

36

Vervallen

Artikel

37

Ten behoeve van het Jachtfonds kan het Rijk een bijdrage verlenen.

Titel

VI

Vervallen

Artikel

38

Vervallen

Artikel

39

Vervallen

Artikel

40

Vervallen

Artikel

41

Vervallen

Artikel

42

Vervallen

Titel

VII

Vervallen

Artikel

43

Vervallen

Artikel

44

Vervallen

Artikel

45

Vervallen

Artikel

46

Vervallen

Artikel

47

Vervallen

Artikel

48

Vervallen

Artikel

49

Vervallen

Artikel

50

Vervallen

Artikel

51

Vervallen

Artikel

52

Vervallen

Artikel

53

Vervallen

Artikel

54

Vervallen

Artikel

55

Vervallen

Artikel

56

Vervallen

Artikel

57

Vervallen

Artikel

58

Vervallen

Artikel

59

Vervallen

Titel

VIII

Vervallen

Artikel

60

Vervallen

Artikel

61

Vervallen

Artikel

62

Vervallen

Artikel

63

Vervallen

Artikel

64

Vervallen

Artikel

65

Vervallen

Artikel

66

Vervallen

Artikel

67

Vervallen

Titel

VIIIA

Vervallen

Artikel

68

Vervallen

Titel

IX

Vervallen

Artikel

69

Vervallen

Artikel

70

Vervallen

Artikel

71

Vervallen

Artikel

72

Vervallen

Artikel

73

Vervallen

Artikel

74

Vervallen

Artikel

75

Vervallen

Artikel

76

Vervallen

Artikel

77

Vervallen

Titel

X

Vervallen

Artikel

78

Vervallen

Artikel

79

Vervallen

Artikel

80

Vervallen

Artikel

81

Vervallen

Artikel

82

Vervallen

Artikel

83

Vervallen

Artikel

84

Vervallen

Artikel

85

Vervallen

Artikel

86

Vervallen

Artikel

87

Vervallen

Artikel

88

Vervallen

Artikel

89

Vervallen

Artikel

90

Vervallen

Artikel

91

Vervallen

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te Amsterdam
JULIANA.
De Minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening, MANSHOLT.
De Minister van Financiën, VAN DE KIEFT.
De Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen a.i., BEEL.
De Minister van Justitie, L. A. DONKER.
De Minister van Justitie, L. A. DONKER.