Wet van 15 augustus 1955, houdende vaststelling van de wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag

Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is bij de wet regelen te stellen betreffende het registreren en verstrekken van justitiële gegevens, zomede inzake de afgifte van verklaringen omtrent het gedrag;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Titel

I

De justitiële documentatie

§

1

Het registreren van gegevens

Artikel

1

Artikel

2

De gegevens betreffende in Nederland geboren personen, wier geboorteplaats bekend is, worden geregistreerd ter griffie van de rechtbank van het arrondissement, waarbinnen die plaats is gelegen. De griffier is belast met het beheer van de geregistreerde gegevens.

Artikel

3

De gegevens betreffende personen, wier geboorteplaats buiten Nederland is gelegen of onbekend is, alsmede betreffende rechtspersonen of vennootschappen worden geregistreerd ten Departemente van Justitie. Onze Minister van Justitie wijst een ambtenaar aan, die met het beheer van de geregistreerde gegevens is belast.

§

2

De strafregisters

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Een strafblad wordt uit het strafregister verwijderd indien na vernietiging van het gewijsde geen straf of maatregel wordt opgelegd.

Artikel

7

Artikel

7a

In afwijking van het bepaalde in artikel 7 wordt een strafblad uit het strafregister verwijderd indien de rechter recht heeft gedaan overeenkomstig de artikelen 77g tot en met 77gg van het Wetboek van Strafrecht:

  • 1°.

    na verloop van een termijn van vier jaren indien bij de veroordeling jeugddetentie of plaatsing in een inrichting voor jeugdigen is opgelegd;

  • 2°.

    in de overige gevallen na verloop van een termijn van twee jaren.

Artikel

8

De termijn, bedoeld in de artikelen 7, en 7a, vangt aan op de dag na die waarop de uitspraak onherroepelijk is geworden.

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

10a

In geval van tenuitvoerlegging in Nederland van een veroordeling door een andere dan de Nederlandse rechter gewezen vangt de in artikel 7 bedoelde termijn aan op de dag na die, waarop die veroordeling onherroepelijk is geworden. De duur van de termijn wordt bepaald aan de hand van de bij de uitspraak of beslissing, krachtens welke de bovenbedoelde veroordeling in Nederland kan worden ten uitvoer gelegd, opgelegde of uitvoerbaar geworden straf of maatregel.

§

3

Het verstrekken van gegevens uit de justitiële documentatiedienst

Artikel

11

Artikel

12

De justitiële documentatiedienst verstrekt, in de gevallen door Onze Minister van Justitie bepaald, inlichtingen aan personen en instellingen, die op het gebied der reclassering, der kinderbescherming of der psychopathenzorg werkzaam zijn, en die in verband met die werkzaamheid krachtens wettelijk voorschrift zijn erkend.

Artikel

13

Artikel

14

De justitiële documentatiedienst verstrekt, op de wijze door Onze Minister van Justitie te bepalen, aan de burgemeesters der gemeenten uittreksels uit de strafregisters ten dienste van de afgifte van de verklaringen omtrent het gedrag.

Artikel

15

Onze Minister van Justitie kan bepalen dat, indien het zwaarwegend algemeen belang zulks naar zijn oordeel vordert, de justitiële documentatiedienst uittreksels uit de strafregisters verstrekt aan andere personen, met een publieke taak belast.

§

4

Artikel

16

Vervallen

Artikel

17

Vervallen

Artikel

18

Vervallen

Titel

II

Verklaringen omtrent het gedrag

§

1

Algemeen

Artikel

19

Artikel

20

Artikel

21

Artikel

22

Het verzoek wordt ingediend door degene omtrent wiens gedrag een verklaring wordt gevraagd. Onze Minister van Binnenlandse Zaken kan voor bijzondere gevallen een afwijkende regeling vaststellen. Alsdan moet ten genoege van de burgemeester blijken dat degene, omtrent wiens gedrag een verklaring wordt gevraagd, met het indienen van het verzoek instemt.

§

2

De beoordeling van het verzoek

Artikel

23

Bij regeling van Onze Minister van Binnenlandse Zaken kunnen, in overeenstemming met Onze Minister van Justitie, doeleinden worden aangewezen, welke een onderzoek naar het gedrag niet wettigen.

Artikel

24

Artikel

25

§

3

De beoordeling van het gedrag

Artikel

26

Artikel

27

Artikel

28

Artikel

29

§

4

Het beroep

Artikel

30

Artikel

31

Artikel

32

Artikel

33

Artikel

34

Wordt het klaagschrift gegrond verklaard, dan geeft de burgemeester binnen drie dagen na ontvangst van het in het voorgaande artikel bedoelde schrijven, de verklaring omtrent het gedrag af.

Titel

III

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

35

Artikel

36

Artikel

37

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

37a

Vervallen

Artikel

38

Deze wet kan worden aangehaald als "Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag".

Artikel

39

Deze wet treedt in werking op een door Ons te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te Hjelle
JULIANA.
De Minister van Justitie, L. A. DONKER.
De Minister van Binnenlandse Zaken, BEEL.
De Minister van Justitie, L. A. DONKER.