Besluit van 27 oktober 1956, houdende verhoging uitkeringen aan niet-pensioengerechtigden van land- en zeemacht met een nadere toeslag-1954

Besluit houdende verhoging uitkeringen aan niet-pensioengerechtigden van land- en zeemacht met een nadere toeslag-1954

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Oorlog en van Marine van 9 augustus 1956, Nr. P 249 R/Conf., No. Minmar: 457611/254771;
Overwegende, dat het wenselijk is de uitkeringen, verleend en te verlenen krachtens de Regeling uitkeringen niet-pensioengerechtigden van land- en zeemacht (Stb. 1948, I 543) met een nadere toeslag-1954 te verhogen;
De Raad van State gehoord (advies van 25 september 1956, No. 48);
Gezien het nader rapport van Onze voornoemde Minister van 24 oktober 1956, Nr. P. 249 V/Conf., Nr. Minmar.: 458843/254471;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

1

De uitkeringen, welke zijn of worden verleend krachtens de Regeling uitkeringen niet-pensioengerechtigden van land- en zeemacht (Stb. 1948, I 543), worden, voor zover het recht op deze uitkeringen op 1 oktober 1954 niet is vervallen, te rekenen van 1 oktober 1954 of van het later tijdstip, waarop zij zijn ingegaan of zullen ingaan, overeenkomstig het bepaalde in de volgende artikelen, ambtshalve met een nadere toeslag-1954 verhoogd.

Artikel

2

Artikel

3

De nadere toeslag-1954 wordt slechts genoten over tijdvakken, waarover de uitkering wordt genoten.

Artikel

4

De nadere toeslag-1954 wordt toegekend door Onze Minister van Oorlog of van Marine, al naar gelang de betrokken militair, minder geëmployeerde, werkman of bediende heeft behoord tot of is werkzaam geweest bij een inrichting van de Koninklijke landmacht of de zeemacht.

Artikel

5

Uitkering en nadere toeslag-1954 worden als een eenheid beschouwd, waarop de artikelen 10 en 11 van de in artikel 1 genoemde regeling van overeenkomstige toepassing zijn.

Artikel

6

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad, waarin het wordt geplaatst.

Onze Ministers van Oorlog en van Marine zijn belast met de uitvoering van dit besluit, hetwelk in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en de Algemene Rekenkamer.

Taormina
JULIANA.
De Minister voor Defensie, C. STAF.
De Minister van Justitie, SAMKALDEN.