Wet van 19 juli 1962, houdende machtiging tot het verlenen van financiële medewerking ter zake van de oprichting en exploitatie van een Congresgebouw te 's-Gravenhage

Wet financiële medewerking oprichting en exploitatie congresgebouw 's-Gravenhage

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is, dat van Staatswege wordt deelgenomen in het aandelenkapitaal van een in het leven te roepen Nederlandse naamloze vennootschap met als doelstelling de oprichting en exploitatie van een te 's-Gravenhage te vestigen congresgebouw, en een gedeeltelijke garantie wordt verleend voor de betaling van rente en aflossing op door die vennootschap ter verwezenlijking van dat doel te sluiten geldleningen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

1

Onze Ministers van Economische Zaken en van Financiën worden gemachtigd namens de Staat:

  • a.

    tot een bedrag van ten hoogste vijf miljoen gulden deel te nemen in het aandelenkapitaal van een Nederlandse naamloze vennootschap, die zal worden in het leven geroepen met als doelstelling de oprichting en exploitatie van een te 's-Gravenhage te vestigen congresgebouw;

  • b.

    ten behoeve van de onder a bedoelde naamloze vennootschap tegenover derden de betaling te garanderen van rente en aflossing op de helft van het bedrag van een of meer geldleningen, groot of tezamen groot dertig miljoen gulden, door die vennootschap ter verwezenlijking van haar onder a genoemde doel te sluiten.

Artikel

2

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad, waarin zij wordt geplaatst.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize Soestdijk
JULIANA.
De Staatssecretaris van Economische Zaken, F. J. W. GIJZELS.
De Minister van Financiën, J. ZIJLSTRA.
De Minister van Justitie, A. C. W. BEERMAN.