Wet van 11 september 1964, houdende vaststelling van een nieuwe regeling van de bezoldiging van de vice-president van de Raad van State en de staatsraden, alsmede van de president en de overige leden van de Algemene Rekenkamer

Wet bezoldiging Raad van State en Algemene Rekenkamer

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de bezoldiging van de vice-president van de Raad van State en de staatsraden, alsmede van de president en de overige leden van de Algemene Rekenkamer opnieuw te regelen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk

I

Bezoldiging vice-president van de Raad van State en staatsraden

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

3

Hoofdstuk

II

Bezoldiging voorzitter en overige leden van de Algemene Rekenkamer

Artikel

4

Artikel

4a

Artikel

5

De leden in buitengewone dienst genieten als zodanig geen bezoldiging. Zij ontvangen voor het deelnemen aan de werkzaamheden van de Algemene Rekenkamer een bij algemene maatregel van bestuur te regelen vergoeding. Wanneer zij buiten 's-Gravenhage of één der aangrenzende gemeenten woonachtig zijn, worden bovendien hun reis- en verblijfkosten vergoed op de voet van de bepalingen geldende voor de vergoeding van reis- en verblijfkosten voor burgerlijke Rijksambtenaren.

Hoofdstuk

III

Artikel

6

Indien Wij in de bezoldiging van het burgerlijk rijkspersoneel een wijziging aanbrengen en bepalen, dat die wijziging een algemeen karakter draagt, brengen Wij bij algemene maatregel van bestuur met ingang van de datum, waarop die wijziging ingaat, een overeenkomstige wijziging aan in de bezoldiging van de ingevolge deze wet bezoldigde functionarissen, onder nadere vaststelling, voor zoveel nodig, van de in de artikelen 1, eerste lid, en 4, eerste lid, genoemde bedragen.

Hoofdstuk

IV

Artikel

8

Vervallen

Hoofdstuk

V

Slotbepalingen

Artikel

9

Vervallen

Artikel

10

Vervallen

Artikel

11

Vervallen

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage
JULIANA.
De Minister van Binnenlandse Zaken, E. H. TOXOPEUS.
De Minister van Financiën, H. J. WITTEVEEN.
De Minister van Justitie, Y. SCHOLTEN.