Besluit van 16 juli 1965, houdende uitvoering van artikel 30a van de Vleeskeuringswet

Besluit inzake vlees uit andere lid-staten

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Volksgezondheid van 28 juni 1965, Directoraat-Generaal van de Volksgezondheid, Hoofdafdeling Gezondheidsbescherming, Afd. V.A., No. 102351;
De Raad van State gehoord (advies van 30 juni 1965, No. 85);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid van 13 juli 1965, Directoraat-Generaal van de Volksgezondheid, Hoofdafd. Gezondheidsbescherming, Afd. V.A., No. 103363;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

1

Voor de toepassing van het bij of krachtens dit besluit bepaalde wordt verstaan onder:

  • a.

    de wet: de Vleeskeuringswet;

  • b.

    Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid;

  • c.

    inspecteur: de inspecteur, voor het betrokken deel des lands belast met het toezicht op de naleving van de wet;

  • d.

    vlees: alle voor menselijke consumptie geschikte delen van:

    • 1°.

      als landbouwhuisdieren gehouden runderen (de soort Bubalus, bubalis en Bison bison daaronder begrepen), varkens, schapen, geiten en eenhoevigen,

    • 2°.

      gekweekt wild, zijnde niet-gedomesticeerde landzoogdieren met uitzondering van lagomorfen, die niet worden vermeld onder 1, die in gevangenschap zijn gekweekt, gehouden en geslacht, en

    • 3°.

      vrij wild, zijnde bejaagde niet-gedomesticeerde landzoogdieren (met inbegrip van niet-gedomesticeerde zoogdieren die in een gesloten gebied leven met dezelfde vrijheid als vrij wild) met uitzondering van lagomorfen, die niet in gevangenschap zijn gekweekt, gehouden en geslacht;

  • e.

    officiële dierenarts: door de bevoegde centrale autoriteit van een der andere lid-Staten van de Europese Unie aangewezen dierenarts;

  • f.

    separatorvlees; vlees van slachtdieren als genoemd in onderdeel d, onder 1, 2 en 3 dat machinaal is afgescheiden van beenderen met daaraan vastzittend vlees;

  • g.

    derde land: ander land dan de Lid-Staten van de Europese Unie;

  • h.
    • -

      richtlijn no. 77/99/EEG: - Richtlijn van de Raad van de Europese gemeenschappen van 21 december 1976, betreffende de gezondheidsvoorschriften voor de produktie en het in de handel brengen van vleesprodukten en bepaalde andere produkten van dierlijke oorsprong (PbEG 1977, L 26),

    • -

      richtlijn no. 64/433/EEG: - Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende de gezondheidsvoorschriften voor de produktie en het in de handel brengen van vers vlees (PbEG 1964, 121),

    • -

      richtlijn no. 90/675/EEG: - Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 10 december 1990, tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor produkten uit derde landen die in de Gemeenschap worden binnengebracht (PbEG 1990, L 373),

    • -

      richtlijn no. 94/65/EG: Richtlijn van de Raad van de Europese Unie van 14 december 1994, tot vaststelling van voorschriften voor de produktie en het in de handel brengen van gehakt vlees en vleesbereidingen (PbEG L 368),

    • -

      richtlijn no. 86/469/EEG: - Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 16 september 1986, inzake het onderzoek van dieren en vers vlees op de aanwezigheid van residuen (PbEG 1986, L 275),

    • -

      richtlijn no. 77/96/EEG: - Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 december 1976 inzake het opsporen van trichinen bij de invoer van vers vlees van varkens, huisdieren, uit derde landen ( PbEG 1977, L 26),

    • -

      richtlijn no. 92/45/EEG: - Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 16 juni 1992, betreffende de gezondheidsvoorschriften en veterinairrechtlijke voorschriften voor het doden van vrij wild en het in de handel brengen van vlees van vrij wild (PbEG 1992, L 268), en

    • -

      richtlijn no. 72/462/EEG: - Richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 december 1972, inzake gezondheidsvraagstukken en veterinairrechtelijke vraagstukken bij de invoer van runderen, varkens, schapen en geiten, van vers vlees of van vleesprodukten uit derde landen (PbEG 1972, L 302);

  • i.

    gehakt vlees: vlees dat in kleine stukken is gehakt of door een hakmolen is gehaald en waaraan ten hoogste 1% zout is toegevoegd;

  • j.

    werkplaats: elke uitsnijderij of inrichting voor de produktie van gehakt vlees, dat voldoet aan de eisen genoemd in bijlage I, hoofdstuk I, van de richtlijn no. 94/65/EG;

  • k.

    een partij: een hoeveelheid vlees van dezelfde aard waarvoor één veterinair certificaat of document geldt, die met hetzelfde vervoermiddel wordt vervoerd en die afkomstig is uit dezelfde inrichting;

  • l.

    in de handel brengen: het verkopen, te koop aanbieden, het afleveren of het ten geschenke geven, het tot vervoer of aflevering voorhanden hebben, het in voorraad hebben, het vervoeren of doen vervoeren, anders dan ter naleving van enig wettelijk voorschrift;

  • m.

    bevoegde autoriteit: de centrale autoriteit van een lid-staat van de Europese Unie, die bevoegd is tot het verrichten van de veterinaire controles of de autoriteit waaraan de centrale autoriteit deze bevoegdheid heeft overgedragen;

  • n.

    inrichting: onderneming waar vlees wordt geproduceerd, opgeslagen of bewerkt;

  • o.

    plaats van bestemming: eerste plaats op Nederlands grondgebied waar een partij vlees verzonden uit een lid-staat van de Europese Unie in ontvangst wordt genomen;

  • p.

    materiële controle: controle van het vlees zelf, die mede monsterneming ten behoeve van onderzoek in een laboratorium kan omvatten;

  • q.

    vrij-wildverwerkingsinrichting: een inrichting waar het vrij wild wordt behandeld en het vlees van vrij wild wordt verkregen en gekeurd;

  • r.

    speciale noodslachting: het doden, op last van een dierenarts, wegens een ongeval of ernstige lichamelijke en functionele stoornissen. De speciale noodslachting wordt buiten een slachthuis uitgevoerd indien de dierenarts meent dat vervoer onmogelijk is of onnodig lijden van het dier zou meebrengen;

  • s.

    karkas: het uitgebloede gehele slachtdier dat is ontdaan van de ingewanden, waarvan de poten zijn afgesneden ter hoogte van het voorkniegewricht respectievelijk het spronggewricht, en waarvan de kop, de staart en de uier zijn verwijderd; voor runderen, schapen, geiten en eenhoevigen betreft het karkassen als hierboven bedoeld na het onthuiden. Bij varkens hoeven de poten niet ter hoogte van het voorkniegewricht, respectievelijk het spronggewricht te worden afgesneden en hoeft de kop niet te worden verwijderd wanneer het vlees bestemd is om te worden behandeld overeenkomstig de regelen gesteld krachtens richtlijn no. 77/99/EEG;

  • t.

    slachtafval: vlees dat geen deel uitmaakt van het karkas als omschreven onder s, ook indien het op natuurlijke wijze met het karkas verbonden blijft;

  • u.

    ingewanden: het slachtafval in de borst-, buik- en de bekkenholte, met inbegrip van de luchtpijp en de slokdarm.

Artikel

2

De artikelen 27-29 van de wet zijn niet van toepassing ten aanzien van vlees, hetwelk uit een der andere lid-Staten van de Europese Unie naar Nederland is verzonden, met uitzondering van vlees afkomstig van slachtdieren die zijn geslacht in een slachthuis dat gelegen is in een derde land en dat niet door Onze Minister op grond van artikel 30a van de wet is aangewezen, danwel gehakt geproduceerd in een derde land.

Artikel

3

Artikel

3a

Het is tevens verboden uit één der andere lid-staten van de Europese Unie naar Nederland verzonden vlees op Nederlands grondgebied te brengen, anders dan als doorvoer naar een derde land, indien niet is voldaan aan het bepaalde in artikel 4, eerste, tweede, zevende en achtste lid, 8 en 10a.

Artikel

4

Artikel

4a

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

6a

Artikel 6 is niet van toepassing op vlees dat

  • a.

    met toestemming van Onze Minister na overleg met Onze Minister van Landbouw en Visserij bestemd wordt voor ander gebruik dan menselijke consumptie. Onze Minister kan aan deze toestemming voorwaarden verbinden;

  • b.

    bestemd is voor tentoonstellingen, bijzonder onderzoek of analyses, mits het na afloop van de tentoonstelling of voltooiing van het onderzoek of de analyse, met uitzondering van de voor de analyse gebruikte hoeveelheid, onbruikbaar wordt gemaakt voor voedsel voor mens en dier;

  • c.

    bestemd is voor de bevoorrading van internationale organisaties en in Nederland gelegerde strijdkrachten van andere landen.

Artikel

7

Artikel

9

Artikel

10

Vlees, dat krachtens artikel 6 niet verder in de handel mag worden gebracht, wordt, indien het niet binnen de in artikel 9, eerste lid, gestelde termijn is teruggevoerd of niet tot terugvoering daarvan mag worden overgegaan dan wel indien het niet wordt bestemd of niet mag worden bestemd voor ander gebruik dan voor menselijke consumptie, overeenkomstig door Onze Minister gestelde regelen gemerkt en door de zorg van de ambtenaar, die het onderzoek heeft verricht, onbruikbaar gemaakt voor voedsel voor mens en dier. Indien de afzender van dit vlees gebruik heeft gemaakt van de hem in artikel 9, tweede lid, toegekende bevoegdheid, heeft bedoelde onbruikbaarmaking niet plaats dan nadat de veterinaire deskundige zich een oordeel heeft kunnen vormen omtrent de redenen, welke tot de tot het niet verder in de handel mogen brengen hebben geleid.

Artikel

10a

De kosten welke voortvloeien uit het terugzenden van een partij vlees of het bestemmen van vlees voor ander gebruik dan voor menselijke consumptie, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, dan wel het onbruikbaar maken van een partij vlees, als bedoeld in artikel 10, komen voor rekening van degene die zich deze partij vlees heeft laten toezenden, bedoeld in artikel 4, eerste lid.

Artikel

11

Onze Minister kan bepalen, dat vlees, dat in Nederland wordt bestemd uitsluitend voor ander gebruik dan voor menselijke consumptie, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, overeenkomstig door hem te stellen regelen wordt voorzien van een merk.

Artikel

12

Vervallen

Artikel

13

Artikel

14

Vervallen

Artikel

15

Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Het Loo
JULIANA.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Volksgezondheid, A. J. H. BARTELS.
De Minister van Justitie a.i., J. CALS.