Besluit van 29 augustus 1969, houdende uitvoering van artikel 1 van de Kernenergiewet, alsmede omschrijving van begrippen

Definitiebesluit Kernenergiewet

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Economische Zaken en van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Volksgezondheid van 23 december 1968, no. 668/1031 W.J.A., gedaan in overeenstemming met Onze Minister van Onderwijs en Wetenschappen, de Centrale Raad voor de Kernenergie gehoord;
Overwegende, dat uitvoering dient te worden gegeven aan artikel 1 van de Kernenergiewet (Stb. 1963, 82) en dat het wenselijk is ter vereenvoudiging van de inhoud van de krachtens deze wet vast te stellen regelen bij afzonderlijk besluit een aantal begrippen te omschrijven;
Gelet op de artikelen 1, 73 en 76 van genoemde wet;
De Raad van State gehoord (advies van 22 januari 1969, no. 35);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Economische Zaken en van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Volksgezondheid van 25 augustus 1969, no. 669/551 W.J.A., uitgebracht in overeenstemming met Onze Minister van Onderwijs en Wetenschappen;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

1

Vervallen

Artikel

2

Artikel

3

Onze Ministers van Economische Zaken en van Sociale Zaken en Volksgezondheid zijn belast met de uitvoering van dit besluit, dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Soestdijk
JULIANA.
De Minister van Economische Zaken, L. DE BLOCK.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Volksgezondheid, R. J. H. KRUISINGA.
De Minister van Justitie, C. H. F. POLAK.