Toezicht naleving Kernenergiewet : Aanwijzing ambtenaren

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Besluit:

Artikel

1

Als ambtenaren van de Scheepvaartinspectie, overeenkomstig het bepaalde in artikel 7, leden 1, sub b, en 2, van de Beschikking toezicht naleving Kernenergiewet (Stcrt. 9 december 1969, nr. 239) mede belast met het toezicht op de naleving van het bij en krachtens de Kernenergiewet bepaalde en bevolene, worden tevens aangewezen de onder de bevelen van het in genoemde leden bedoelde Hoofd van de Scheepvaartinspectie werkzame inspecteurs voor de Scheepvaart, hoofden van het 1e, 2e en 3e district van de Scheepvaartinspectie, resp. te Amsterdam, Rotterdam en Groningen, alsmede de onder de bevelen van die hoofden werkzame ambtenaren van die inspecties.

Artikel

2

Als ambtenaren van de Rijksluchtvaartdienst overeenkomstig het bepaalde in artikel 7, lid 1, sub c, van de Beschikking toezicht naleving Kernenergiewet (Stcrt. 9 december 1969, nr. 239) mede belast met het toezicht op de naleving van het bij en krachtens de Kernenergiewet bepaalde en bevolene, worden tevens aangewezen de onder de bevelen van de in genoemd lid bedoelde Directeur-Generaal van de Rijksluchtvaartdienst werkzame inspecteur A en inspecteur bij de Afdeling Luchtvaartinspectie, ter standplaats Amsterdam.

Artikel

3

Als ambtenaren van de Rijkswaterstaat, overeenkomstig het bepaalde in artikel 7, lid 3, van de Beschikking toezicht naleving Kernenergiewet (Stcrt. 9 december 1969, nr. 239) mede belast met het toezicht op de naleving van het bij en krachtens de Kernenergiewet bepaalde en bevolene, worden tevens aangewezen de onder de bevelen van de in genoemd lid bedoelde Directeur-Generaal van de Rijkswaterstaat werkzame hoofdingenieur-directeuren, hoofdingenieurs, ingenieurs, wetenschappelijk ambtenaren, waterbouwkundigen en waterstaatkundig hoofdambtenaren en voorts het hoofd van het radio-chemisch laboratorium van het Rijksinstituut voor Zuivering van Afvalwater.

Artikel

4

's-Gravenhage
De Minister voornoemd, J. A. Bakker