Wet van 7 september 1973, houdende uitvoering van het op 1 juni 1967 te Londen tot stand gekomen Verdrag inzake de uitoefening van de visserij op de Noordatlantische Oceaan, met Bijlagen en Aanhangsel (Trb. 1968, 54) (Verbeterblad)

Uitvoeringswet Visserijverdrag 1967

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is regels te stellen tot uitvoering van het op 1 juni 1967 te Londen tot stand gekomen Verdrag inzake de uitoefening van de visserij op de Noordatlantische Oceaan, met Bijlagen en Aanhangsel;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

3

De schipper van een Nederlands vissersvaartuig zorgt dat aan boord een zich in goede staat bevindende Nederlandse vlag aanwezig is, en dat deze op vordering van de daartoe bevoegde autoriteiten wordt gehesen. Hij onthoudt zich van alle handelingen waardoor twijfel zou kunnen ontstaan over de nationaliteit van zijn vaartuig.

Artikel

4

De schipper van een Nederlands vissersvaartuig is verplicht de voorschriften in acht te nemen die in Bijlage III van het Verdrag zijn gesteld met betrekking tot de aan boord te gebruiken lichten, seinen en signalen.

Artikel

5

De schipper van een Nederlands vissersvaartuig is verplicht de voorschriften in acht te nemen, die in Bijlage IV van het Verdrag zijn gesteld met betrekking tot het merken van vistuig.

Artikel

6

De eigenaar of, in geval van rompbevrachting, de rompbevrachter van een Nederlands vissersvaartuig zorgt dat het dusdanig is uitgerust, dat de schipper aan de in de artikelen 2, eerste lid, 3, 4 en 5 omschreven verplichtingen kan voldoen. Hij zorgt tevens dat het duidelijk zichtbaar de naam vermeldt van de gemeente waar het in het plaatselijk visserij-register is ingeschreven, alsmede de naam waaronder het is geregistreerd.

Artikel

7

De schipper van een Nederlands vaartuig is verplicht de voorschriften in acht te nemen die in Bijlage V van het Verdrag zijn gesteld met betrekking tot het manoeuvreren van vaartuigen en het achterwege laten van handelingen waardoor schade aan andere vaartuigen of vistuig zou kunnen ontstaan.

Artikel

8

De artikelen 2, eerste lid, 3, 4, 5 en 7 van deze wet zijn van overeenkomstige toepassing op de schippers van vaartuigen die de nationaliteit bezitten van een andere staat die partij is bij dit Verdrag, indien het vaartuig zich bevindt in de visserijzone, ingesteld krachtens de Machtigingswet instelling visserijzone.

Artikel

9

Met het toezicht op de naleving van de bepalingen van het Verdrag zijn belast de ambtenaren, die overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens artikel 9 van het Verdrag hiertoe zijn aangewezen. De toezichthouder is bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, een woning binnen te treden zonder toestemming van de bewoner. De toezichthouder beschikt niet over de bevoegdheid, genoemd in artikel 5:18 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel

10

Artikel

11

Vervallen

Artikel

12

Met de opsporing van de bij deze wet strafbaar gestelde feiten zijn belast:

Artikel

13

Artikel

14

Deze wet kan worden aangehaald als: Uitvoeringswet Visserijverdrag 1967.

Artikel

15

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag waarop het Verdrag van Londen van 1 juni 1967 inzake de uitoefening van de visserij op de Noordatlantische Oceaan voor Nederland in werking treedt.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize Soestdijk
JULIANA.
De Minister van Landbouw en Visserij, T. BROUWER.
De Minister van Justitie, VAN AGT.
De Minister van Buitenlandse Zaken, M. VAN DER STOEL.
De Minister van Verkeer en Waterstaat, WESTERTERP.
De Minister van Defensie, H. VREDELING.
De Minister van Justitie, VAN AGT.