Artikel
1
Er is een interdepartementale ambtelijke Commissie van advies inzake de coördinatie van het beleid ten aanzien van de Molukse minderheid in Nederland, verder genoemd: de Commissie
Besluit:
Er is een interdepartementale ambtelijke Commissie van advies inzake de coördinatie van het beleid ten aanzien van de Molukse minderheid in Nederland, verder genoemd: de Commissie
De Commissie heeft tot taak te adviseren over:
de coördinatie van het beleid ten aanzien van de Molukse minderheid in Nederland.
de coördinatie van de uitvoering van dat beleid
algemene of specifieke beleidskwesties betreffende het lokaal en regionaal bestuur ten aanzien van de Molukse minderheid en over de bevordering van de eenheid van het gemeentelijke en provinciale beleid ter zake
De Commissie brengt desgevraagd of uit eigen beweging – over de in artikel 2 genoemde onderwerpen advies uit aan de vice-Minister-President. Minister van Binnenlandse Zaken, belast met de coördinatie van het beleid ten aanzien van de Molukse minderheid in Nederland, en de Ministers die verantwoordelijkheid dragen voor onderdelen van beleid de Molukse minderheid betreffende.
De adviezen en voorstellen van de Commissie worden vastgesteld bij meerderheid van stemmen. Minderheidsstandpunten kunnen op verzoek van een der leden aan de adviezen en voorstellen worden toegevoegd.
De Commissie bestaat uit:
een voorzitter, tevens lid
een plaatsvervangend voorzitter, tevens lid
een of twee vertegenwoordigers van de Ministers van Algemene Zaken, van Buitenlandse Zaken, van Justitie, van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, van Sociale Zaken, van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk en van Binnenlandse Zaken, van Onderwijs en Wetenschappen, van Financiën, van Volksgezondheid en Milieuhygiëne, leden
een secretaris, tevens lid
De voorzitter en plaatsvervangend voorzitter worden benoemd door de vice-Minister-President, Minister van Binnenlandse Zaken in overeenstemming met de Raad van Ministers;
De Commissie kan, met inachtneming van de bepalingen van deze beschikking, haar werkwijze en die van het secretariaat naar eigen inzicht regelen.
De Commissie is bevoegd voor de uitoefening van haar taken werkgroepen en sub-commissies in te stellen. Zij kan ook deskundigen die geen lid zijn van de Commissie aan de werkzaamheden van deze werkgroepen en subcommissies laten deelnemen.
De Commissie regelt de taken en bevoegdheden van deze werkgroepen en subcommissies.
De Commissie kan binnen het kader van haar taakopdracht informaties inwinnen bij personen, organisaties en instanties die niet in de Commissie zijn vertegenwoordigd.
De Commissie brengt jaarlijks vóór 1 maart over haar werkzaamheden in het afgelopen kalenderjaar verslag uit aan de vice-Minister-President, Minister van Binnenlandse Zaken.
Deze beschikking treedt in werking met ingang van de dag na die van haar plaatsing in de Nederlandse Staatscourant en wordt in afschrift gezonden aan de betrokken Ministers en aan de Algemene Rekenkamer.