Besluit van 3 april 1980, houdende toepassing van de Prijzenwet ten aanzien van het bekendmaken van prijzen, waartegen goederen worden aangeboden

Besluit prijsaanduiding goederen 1980

Wij Juliana, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken, Th. M. Hazekamp, en Onze Minister van Landbouw en Visserij van 7 december 1979, no. 679/1027 W.J.A., gehoord de Commissie Prijsbekendmaking, door de Sociaal-Economische Raad ingesteld op grond van artikel 43 van de Wet op de Bedrijfsorganisatie (Stb. 1950, K 22);
Gelet op artikel 2a, eerste lid, onder a, van de Prijzenwet (Stb. 1965, 646) en artikel IV van de wet van 10 januari 1974 (Stb. 19), houdende wijziging van de Prijzenwet;
De Raad van State gehoord (advies van 30 januari 1980, no. 18);
Gezien het nader rapport van voornoemde Staatssecretaris en Onze voornoemde Minister van 1 april 1980, no. 680/258 W.J.A.;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

1

In dit besluit wordt verstaan onder prijs: de uiteindelijke prijs voor een eenheid van een goed of een gegeven hoeveelheid van een goed, met inbegrip van de omzetbelasting en alle overige belastingen.

Artikel

2

Artikel

2a

Artikel

2b

Artikel

3

Vervallen

Artikel

4

Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit prijsaanduiding goederen 1980.

Artikel

5

De wet van 10 januari 1974 (Stb. 19), houdende wijziging van de Prijzenwet, treedt in werking op het tijdstip, waarop dit besluit in werking treedt.

Artikel

6

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad, waarin het wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende bijlage en nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

Soestdijk
Juliana
De Staatssecretaris van Economische Zaken, Th. M. Hazekamp
De Minister van Landbouw en Visserij, G. J. M. Braks
De Minister van Justitie, J. de Ruiter

Bijlage

I

behorende bij het Besluit prijsaanduiding goederen 1980

A. Antiquiteiten.

B. Goederen die als individueel werkstuk door een kunstenaar zijn ontworpen en voor een belangrijk deel als individueel werkstuk door een kunstenaar zijn vervaardigd.

C. Goederen die te koop worden aangeboden op een veiling.

D. Goederen die bij een dienstverlening worden verstrekt.

E. Goederen die te koop worden aangeboden met behulp van welsprekendheid aan het op een markt aanwezige publiek, waarbij in de regel de prijs van het goed dan wel de verhouding tussen de prijs en de hoeveelheid of het pakket van de aangeboden goederen niet tevoren vaststaat.

Bijlage

II

behorende bij het Besluit prijsaanduiding goederen 1980

A. Goederen die te koop worden aangeboden in fantasieverpakking of in fantasievorm voor speciale gelegenheden.

B. Klaargemaakte en klaar te maken maaltijden die te koop worden aangeboden in één verpakking.

C. Goederen die gewoonlijk tegen een prijs per stuk of voorverpakt per aantal stuks te koop worden aangeboden.

D. Goederen die te koop worden aangeboden in standaardhoeveelheden, aangewezen in artikel 2a, derde lid, van het Besluit prijsaanduiding goederen 1980.

E. Diverse goederen die samen in één verpakking te koop worden aangeboden.

F. Goederen die door middel van een automaat te koop worden aangeboden.

G. Goederen die vooraf zijn verpakt of niet in tegenwoordigheid van de koper worden gemeten of gewogen en die te koop worden aangeboden:

  • in een bedieningszaak, of een onderdeel van een zelfbedieningszaak, waarin de verkoop van goederen grotendeels over de toonbank plaatsvindt;

  • in een zelfbedieningszaak, waarin het aantal werkzame personen, berekend op basis van volledige werktijd, niet meer is dan vijf;

  • op de openbare weg buiten de verkoopruimte van een bedieningszaak;

  • aan de huizen van vaste afnemers;

  • in een besloten ruimte die een onderdeel is van een vervoermiddel;

  • in de uitoefening van de markt- en straathandel en handel te water.

H. Goederen waarvoor geen verplichting tot hoeveelheidsaanduiding bestaat op grond van communautaire of nationale regelgeving.

I. Goederen die gewoonlijk in verpakkingen te koop worden aangeboden die niet groter zijn dan 15 gram of 15 milliliter.

J. Goederen die in een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte, waarin goederen aan particulieren plegen te worden verkocht, kennelijk zijn uitgestald om van buiten die ruimte te worden gezien.