Besluit van 21 juni 1980, houdende instelling van een Coördinatiecollege Waddengebied

Instellingsbesluit Coördinatiecollege Waddengebied

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van onze Ministers van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 16 juni 1980 nr. 0611929, Centrale Afdeling Juridische Zaken en van Binnenlandse Zaken van 18 juni 1980, nr. B80/K1817, Dir.-Gen. B.B./B.B./B.O.;
Overwegende dat het wenselijk is ten behoeve van het bestuurlijk overleg over het Waddengebied tussen het rijk en de bij dat gebied betrokken provincies en gemeenten een Coördinatiecollege Waddengebied in te stellen;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Begripsomschrijvingen

Artikel

1

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

    het college: het Coördinatiecollege Waddengebied;

  • b.

    de provincies onderscheidenlijk de gemeenten: de bij het Waddengebied betrokken provincies onderscheidenlijk gemeenten;

  • c.

    het Waddengebied: het in de planologische kernbeslissing over de Waddenzee (1.2.) omschreven gebied, inclusief het aangrenzende gebied voorzover daar ontwikkelingen plaatsvinden die van directe betekenis zijn voor de Waddenzee zelf.

Instelling en taak

Artikel

2

Er is een Coördinatiecollege Waddengebied.

Artikel

3

Samenstelling

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Aan elke vertegenwoordiging kunnen een of meer leden met raadgevende stem worden toegevoegd indien de aard van de op de agenda geplaatste onderwerpen zulks naar het oordeel van een vertegenwoordiging wenselijk maakt. Van deze toevoeging wordt voor de aanvang van de vergadering mededeling gedaan aan de vice-voorzitter.

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Elke vertegenwoordiging kan zich ter vergadering doen vergezellen door deskundigen. Met toestemming van de fungerend voorzitter kunnen deze deskundigen bepaalde ter bespreking staande onderwerpen in de vergadering toelichten.

Werkwijze

Artikel

10

Het college vergadert ten minste tweemaal per jaar en voorts zo dikwijls een der vertegenwoordigingen de vice-voorzitter daarom met opgave van redenen verzoekt. In het laatste geval vergadert het college binnen een maand na het desbetreffende verzoek.

Artikel

11

Het college stelt een reglement van orde voor de vergaderingen en een instructie voor de secretaris vast.

Slotbepaling

Artikel

12

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het is geplaatst.

Onze Ministers van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en van Binnenlandse Zaken zijn belast met de uitvoering van dit besluit dat in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan mededeling zal worden gedaan in de Nederlandse Staatscourant.

Lage Vuursche
Beatrix
De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, Beelaerts van Blokland
De Minister van Binnenlandse Zaken, H. Wiegel
De Minister van Justitie, J. de Ruiter