Artikel
1
1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
-
a.
Onze Ministers: Onze Minister en Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;
-
b.
richtlijn 2007/46/EG: richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie 5 september 2007 tot vaststelling van een kader voor de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd (Kaderrichtlijn) (Pb EU L 263);
-
c.
richtlijn 70/157: richtlijn nr. 70/157/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 6 februari 1970 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten betreffende het toegestane geluidsniveau en de uitlaatinrichting van motorvoertuigen (PbEG L 42);
-
d.
richtlijn 87/403: richtlijn nr. 87/403/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 25 juni 1987 (PbEG L 220) tot aanvulling van bijlage I van Richtlijn 70/156/EEG inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten betreffende de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan;
-
e.
richtlijn 92/53: richtlijn nr. 92/53/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 18 juni 1992 (PbEG L 225) tot wijziging van Richtlijn 70/156/EEG inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten betreffende de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan;
-
f.
richtlijn 97/24: richtlijn nr. 97/24/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 17 juni 1997 betreffende bepaalde onderdelen of eigenschappen van motorvoertuigen op twee of drie wielen (PbEG L 226);
-
g.
richtlijn 2002/24: richtlijn nr. 2002/24/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 18 maart 2002 (PbEG L 124) betreffende de goedkeuring van twee- of driewielige motorvoertuigen en de intrekking van richtlijn nr. 92/61/EEG van de Raad.
2
Dit besluit is niet van toepassing op motorvoertuigen die ingevolge artikel 37, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 zijn uitgezonderd van de in artikel 36, eerste lid, van die wet neergelegde verplichting dat voor het voertuig een kenteken is opgegeven, met dien verstande dat dit besluit wel van toepassing is op zodanige motorvoertuigen die behoren tot een door Onze Ministers bij ministeriële aangewezen categorie.