Artikel
1
1
De ambtenaar van het Korps Rijkspolitie die is aangesteld om een der volgende functies te vervullen:
-
a.
parketwachter, parketwachter A, hoofdparketwachter;
-
b.
technisch assistent, technisch controleur;
-
c.
velddienstassistent;
-
d.
veiligheidsassistent;
legt, alvorens zijn ambt te aanvaarden, de eden, dan wel verklaring en belofte af, vermeld in het tweede en het derde lid.
2
De eed/verklaring van zuivering luidt:
‘Ik zweer/verklaar, dat ik middellijk of onmiddellijk onder welke vorm of voorwendsel, tot het verkrijgen mijner benoeming, aan niemand, wie hij ook zij, iets heb gegeven of beloofd, of zal geven of beloven. Ik zweer/beloof dat ik, om iets hoegenaamd in mijn betrekking te doen of te laten, van niemand hoegenaamd, middellijk of onmiddellijk, enige beloften of geschenken zal aannemen.
Zo waarlijk helpe mij God almachtig! Dat verklaar en beloof ik!’
3
De ambtseed/-belofte luidt:
‘Ik zweer/beloof trouw aan de Koningin, aan de Grondwet en aan de wetten des Rijks.
Ik zweer/beloof, dat ik de krachtens de wet uitgevaardigde voorschriften en de verordeningen zal nakomen en handhaven, dat ik de mij verstrekte opdrachten zal volbrengen en dat ik de zaken, waarvan ik door mijn ambt kennis draag en die mij als geheim zijn toevertrouwd, of waarvan ik het vertrouwelijk karakter moet begrijpen, niet zal openbaren aan anderen dan aan hen, aan wie ik volgens de wet of ambtshalve tot mededeling verplicht ben, en dat ik mij als een nauwgezet en ijverig ambtenaar van het Korps Rijkspolitie zal gedragen.
Zo waarlijk helpe mij God almachtig! Dat beloof ik!’