Instelling Adviescommissie bijwerkingen geneesmiddelen

De Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur;
Overwegende, dat het gewenst is de Hoofdinspecteur van de Volksgezondheid voor de geneesmiddelen met betrekking tot de behandeling van gegevens inzake bijwerkingen van geneesmiddelen te doen bijstaan door een college van deskundigen;

Besluit:

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

3

Een ieder die betrokken is bij de uitvoering van dit besluit en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht of uit zijn taak bij de uitvoering van dit besluit de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit.

Artikel

4

De Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, bepaalt de vergoeding welke door de leden van de Adviescommissie terzake van hun werkzaamheden als deskundige kan worden genoten, alsmede de vergoeding welke door de in artikel 2, tweede lid, bedoelde personen kan worden genoten.

Artikel

5

Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de Adviescommissie geschiedt met inachtneming van de bepalingen van het Besluit algemene secretarie-aangelegenheden rijksadministratie (Stb. 1980, 182) op overeenkomstige wijze als bij het departement van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur.

De bescheiden worden bij opheffing van de Adviescommissie in het Centraal Oud Archief van dit departement opgenomen.

Artikel

6

Dit besluit, waarvan afschrift wordt gezonden aan de Algemene Rekenkamer, treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van de Nederlandse Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Leidschendam
De Staatssecretaris voornoemd, J. P. van derReijden