Wet van 22 december 1982, houdende uitvoering van aanbevelingen als bedoeld in artikel 63, derde lid, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal

Wet uitvoering aanbevelingen artikel 63, derde lid, EGKS-verdrag

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is een wettelijke grondslag te scheppen voor de uitvoering in Nederland van aanbevelingen als bedoeld in artikel 63, derde lid, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (Trb. 1951, 82);

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder Onze Minister verstaan Onze Minister van Economische Zaken.

Artikel

2

Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld ter uitvoering van aanbevelingen, vastgesteld krachtens artikel 63, derde lid, of de artikelen 63, derde lid, en 95, eerste lid, te zamen, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (Trb. 1951, 82).

§

2

Toezicht op de naleving

Artikel

3

Artikel

4

Vervallen

Artikel

5

Vervallen

Artikel

6

Vervallen

§

3

Slotbepalingen

Artikel

7

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

8

Deze wet kan worden aangehaald als: Wet uitvoering aanbevelingen artikel 63, derde lid, EGKS-verdrag.

Artikel

9

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Economische Zaken, G. M. V. van Aardenne
De Minister van Justitie, F. Korthals Altes