Wet van 23 februari 1983, houdende intrekking van de vrijstelling van motorrijtuigenbelasting wegens invaliditeit

Wijzigingswet Wet intrekking van de vrijstelling van motorrijtuigenbelasting wegens invaliditeit

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het in het kader van het beleid met betrekking tot de vervoersvoorzieningen ten behoeve van gehandicapten wenselijk is de vrijstelling van motorrijtuigenbelasting voor motorrijtuigen gehouden door invaliden in te trekken;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Artikel

II

Deze wet treedt in werking met ingang van de tweede kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Financiën, O. Ruding
De Staatssecretaris van Financiën, H. E. Koning
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, L. de Graaf
De Minister van Justitie, F. Korthals Altes