Vaststelling leeftijdsgrens deeltijd kort-m.b.o.

De Staatssecretaris van Onderwijs en Wetenschappen,
Gelet op artikel 4, tweede lid, van het Besluit proefprojecten deeltijd vervolg/beroepsonderwijs (Stb. 1983, 128);

Besluit:

Artikel

1

De leeftijd, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van het Besluit proefprojecten deeltijd vervolg/beroepsonderwijs, stel ik op 19 jaar.

Artikel

2

In afwijking van het bepaalde in artikel 1 gelden ten aanzien van jongeren, die werkzaam zijn in een sociaal werkverband als bedoeld in artikel 10 van de Wet Sociale Werkvoorziening (Stb. 1967, 687) of wel daarin door gebrek aan plaatsingsmogelijkheden feitelijk nog niet werkzaam zijn, terwijl ze wel definitief voor plaatsing zijn aangemerkt, de volgende voorschriften:

  • a.

    Een eerste toelating tot een instituut is mogelijk voor hen, die bij de aanvang van het cursusjaar nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt;

  • b.

    Zij die met inachtneming van de voor hen geldende leeftijdsgrens tot een instituut zijn toegelaten worden in de gelegenheid gesteld een educatief programma van maximaal drie achtereenvolgende jaren te volgen.

Artikel

3

Artikel

4

In afwijking van het bepaalde in artikel 1 geldt voor leerlingen die een schakelend programma volgen met het oog op deelname aan een beroepsopleiding geen leeftijdsgrens.

Artikel

5

Dit besluit treedt in werking met ingang van heden en werkt terug tot 1 augustus 1983.