Vrijstellingsbesluit Kunstmatige zoetstoffen (Warenwet)

De Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, de Staatssecretaris van Landbouw en Visserij en de Staatssecretaris van Economische Zaken, P. H. van Zeil;
Gelet op artikel 16, derde lid, jo artikel 14, vierde lid, van de Warenwet (Stb. 1935, 793);

Besluiten:

Artikel

1

Vrijstelling wordt verleend van het bepaalde in artikel 3 quater, eerste lid, van het Algemeen Besluit (Warenwet) (Stb. 1949, J 306) ten aanzien van het aanwezig zijn van:

  • 1-methyl-N-alpha-aspartyl-L-fenylalanine (aspartaam);

  • N-cyclohexylsulfaminezuur (cyclamaat), de natrium- en calciumzouten daaronder begrepen, alsmede;

  • kaliumzout van 3,4-dihydro-6-methyl-1,2,3-oxathiazin-4-on-2,2-dioxyde (acesulfaam-K),

    of mengsels van deze stoffen, al dan niet te zamen met orthobenzoëzuursulfimide (saccharine), de natrium- en calciumzouten daaronder begrepen: in voorverpakte eet- of drinkwaren welke ten doel hebben suiker te vervangen.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

3a

Artikel

3b

Vrijstelling wordt verleend van het verbod vervat in artikel 3 quater, eerste lid, van het Algemeen Besluit (Warenwet) ten aanzien van de aanwezigheid van andere kunstmatige zoetstoffen dan saccharine in eet- en drinkwaren, voor zover het betreft de aanwezigheid van aspartaam in eet- of drinkwaren als bedoeld in het Melkbesluit (Warenwet) 1974 (Stb. 699) , welke, voor zover het betreft de van de melk afkomstige bestanddelen van die waren, uitsluitend zijn bereid met vloeibare melkprodukten welke minder dan 1,5% vet bevatten, onder de volgende voorwaarden:

  • a.

    het gehalte van aspartaam mag ten hoogste 600mg/kg bedragen;

  • b.
    • bij de bereiding van de betrokken eet- of drinkwaar mogen geen der waren bedoeld in het Suiker- en stroopbesluit (Warenwet) 1977 (Stb. 141), noch eetbare oliën of vetten zijn gebruikt;

    • de energiewaarde van de waren bedoeld in het Suiker- en stroopbesluit (Warenwet) 1977 die als ingrediënten in de betrokken eet- of drinkwaar door aspartaam zijn vervangen, dient ten minste eenderde deel te bedragen van de energiewaarde van de waar welke uitsluitend vanwege de afwezigheid van aspartaam en de aanwezigheid van in het Suiker- en stroopbesluit (Warenwet) 1977 bedoelde waren in samenstelling afwijkt van de betrokken eet- of drinkwaar;

  • c.

    als onderdeel van de wettelijk voorgeschreven, dan wel gebruikelijke benaming moet worden gebezigd: ‘gezoet met kunstmatige zoetstof’, of ‘gezoet met aspartaam’;

  • d.

    in afwijking van het bepaalde in artikel 5, eerste lid, onder b, van het Algemeen Aanduidingenbesluit (Warenwet) moet in de lijst van ingrediënten de groepsnaam ‘kunstmatige zoetstof’ worden gevolgd door: aspartaam.

Artikel

4

Leidschendam
De Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, J. P. van derReijden De Staatssecretaris van Landbouw en Visserij, A.Ploeg De Staatssecretaris van Economische Zaken, P. H. vanZeil