Regeling keuringsdienst 1984

De staatssecretaris van Landbouw en Visserij in overeenstemming met de staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur,

Besluit:

Algemene bepalingen

Artikel

1

Voor de toepassing van het bij of krachtens deze regeling bepaalde wordt verstaan onder:

a.
‘wet’:

Vleeskeuringswet (Stb. 1958, 72);

b.
‘besluit’:

Vleeskeuringsbesluit (Stb. 1957, 29);

c.
‘slachtdieren, vlees, vleeswaren, doden in nood’:

hetgeen daaronder wordt verstaan in de wet en in de te harer uitvoering gegeven voorschriften;

d.
‘keuringsdierenarts’:

persoon, bedoeld in de eerste zinsnede van artikel 25 van de wet, belast met keuring van slachtdieren en van vlees;

e.
‘keurmeester’:

persoon, bedoeld in de laatste zinsnede van artikel 25 van de wet, die mede belast is met keuring van slachtdieren en van vlees;

f.
‘keuringsdienst’:

door de Minister van Landbouw en Visserij geregelde keuringsdienst als bedoeld in artikel 20a van de wet;

g.
‘slachterij’:

inrichting als bedoeld in artikel 19 van de wet;

h.
‘noodslachtplaats’:

inrichting als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van het Eisenbesluit (Vleeskeuringswet) (Stb. 1960, 71);

i.
‘rijksdienst’:

Rijksdienst voor de keuring van vee en vlees als bedoeld in de regeling van de Minister van Landbouw en Visserij van 13 september 1983, nr. J. 3762 (Stcrt. 181);

j.
‘kring’:

een kring als bedoeld in artikel 4 van de regeling van de Minister van Landbouw en Visserij van 13 september 1983, nr. J. 3762 (Stcrt. 181);

k.
‘kringdirecteur’:

directeur van de kring;

l.
‘inspecteur’:

regionale veterinaire inspecteur van de Keuringsdienst van Waren .

Artikel

2

Artikel

3

Van de kennisgeving

Artikel

4

De kennisgeving van het voornemen een slachtdier te slachten of te doen slachten, bedoeld in artikel 2 van het besluit, dient te geschieden op de door de kringdirecteur aan te wijzen plaatsen. Tevens stelt hij de tijden vast gedurende welke de kennisgeving kan plaatsvinden.

Artikel

5

De kennisgeving, dat een slachtdier doodgeboren, gestorven of in nood gedood is, als bedoeld in artikel 3 van het besluit, dient zo spoedig mogelijk te geschieden, doch uiterlijk op de eerste werkdag na het waarnemen van de dood of na het doden, op de krachtens artikel 4 aangewezen plaatsen en gedurende de krachtens artikel 4 vastgestelde tijden.

Van de ambtenaren belast met de keuring en de herkeuring

Artikel

6

Van de keuring

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Indien de keuringsdierenarts voor het nemen van de keuringsbeslissing zulks noodzakelijk acht, mag hij zijn uitspraak uitstellen met dien verstande, dat deze niet later wordt gegeven dan op de tweede werkdag na die, waarop de keuring na het slachten werd aangevangen. In bijzondere gevallen kan hij deze termijn verlengen.

Artikel

11

Degene, die een slachtdier ter keuring heeft aangeboden, is verplicht het vlees van dit dier, wanneer het voorwaardelijk is goedgekeurd, onder ambtelijk toezicht over te brengen of te doen overbrengen naar een door de kringdirecteur aangewezen plaats.

Artikel

12

Artikel

13

Van de herkeuring

Artikel

14

Kennisgeving betreffende inrichtingen

Artikel

15

In voorraad hebben en verkoop van vlees en vleeswaren

Artikel

16

Van gestorven en in nood gedode slachtdieren

Artikel

17

De eigenaar of houder van een gestorven of in nood gedood slachtdier, die de bedoeling heeft dit geheel of gedeeltelijk te slachten of te doen slachten, is verplicht dit in een dicht transportmiddel, dan wel goed afgedekt, te vervoeren of te doen vervoeren naar een noodslachtplaats.

Van der vervoer van vlees of vleeswaren

Artikel

18

Slotbepaling

Artikel

19

's-Gravenhage
De Staatssecretaris van Landbouw en Visserij,
Voor deze,
De secretaris-generaal, G. J. vanDinter