Artikel
1
Er is een Rijksmilieuhygiënische commissie, hierna te noemen de commissie.
Hebben goedgevonden en verstaan:
Er is een Rijksmilieuhygiënische commissie, hierna te noemen de commissie.
De commissie heeft tot taak ter bevordering van de samenhang in het regeringsbeleid op het gebied van de milieuhygiëne, over onderwerpen op dat gebied interdepartementaal overleg te voeren en adviezen uit te brengen aan Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en desgevraagd aan Onze andere Ministers.
Over voornemens tot het treffen van wettelijke maatregelen en van andere maatregelen, die van betekenis zijn voor het regeringsbeleid op het gebied van de milieuhygiëne, alsmede over voornemens waarvan de uitvoering belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor de milieuhygiëne, horen Onze Ministers onder wier verantwoordelijkheid die maatregelen onderscheidenlijk de uitvoering van die voornemens tot stand komen, vooraf de commissie.
In afwijking van het eerste lid wordt de commissie niet gehoord over maatregelen en voornemens die worden behandeld in de Centrale Landinrichtingscommissie, ingevolge artikel 7 van de Landinrichtingswet, behoudens in die gevallen waarin van de zijde van een Onzer Ministers die in de commissie vertegenwoordigd is, tegen de maatregel of het voornemen bezwaar wordt gemaakt op grond van het regeringsbeleid op het gebied van de milieuhygiëne.
De andere leden van de commissie worden benoemd door Onze Ministers van Algemene Zaken, van Buitenlandse Zaken, van Justitie, van Binnenlandse Zaken, van Onderwijs en Wetenschappen, van Financiën, van Defensie en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, die ieder één lid benoemen, door Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, van Verkeer en Waterstaat, van Landbouw en Visserij en van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, die ieder twee leden benoemen, en door Onze Minister van Economische Zaken, die drie leden benoemt.
Het secretariaat van de commissie berust bij het directoraat-generaal voor de milieuhygiëne.
De voorzitter roept de commissie in vergadering bijeen zo dikwijls hij dit nodig oordeelt of indien een lid dit verzoekt. De oproep vermeldt de agenda van de vergadering.
Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit Rijksmilieuhygiënische commissie.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 15 augustus 1984.
Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer is belast met de uitvoering van dit besluit, dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.