Artikel
I
In afwijking van de bezoldigingsschaal, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van het Besluit herziening bezoldiging militairen zeemacht 1954 (Stb. 50) en de bijlage A, bedoeld in artikel 28, tweede lid, van de Regeling inkomsten militairen land- en luchtmacht 1969 (Stb. 1968, 523), heeft een vlag- of opperofficier met de rang van schout-bij-nacht of generaal-majoor, die op de dag voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van dit besluit:
-
a.
die rang gedurende korter dan 2 jaren bekleedt en die op 1 oktober 1984 een diensttijd heeft van minder dan 31 jaren, met ingang van laatstgenoemde datum aanspraak op een bezoldiging/wedde van f 10.897,-;
-
b.
die rang gedurende korter dan 2 jaren bekleedt en die op de datum, gelegen 2 jaren na zijn bevordering tot die rang, een diensttijd heeft van minder dan 32 jaren, met ingang van laatstgenoemde datum aanspraak op het maximumbedrag van de voor die rang vastgestelde bezoldiging/wedde;
-
c.
die rang gedurende 2 jaren of langer bekleedt en die op 1 oktober 1984 een diensttijd heeft van minder dan 32 jaren, met ingang van laatstgenoemde datum aanspraak op het maximumbedrag van de voor die rang vastgestelde bezoldiging/wedde.