Regeling onkostenvergoeding vrijwilligers

De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid L. de Graaf,
Gehoord de Sociale Verzekeringsraad;

Besluit:

Artikel

1

De vergoeding die de werknemer ontvangt ter zake van werkzaamheden die hij niet bij wijze van beroep in dienstbetrekking verricht voor doorgaans één privaatrechtelijk of publiekrechtelijk lichaam, dat niet aan de heffing van de vennootschapsbelasting is onderworpen, dan wel voor doorgaans één sportvereniging of -stichting, die op grond van artikel 2, eerste lid, onderdeel d, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 aan de vennootschapsbelasting is onderworpen, wordt geacht te strekken tot bestrijding van kosten ter behoorlijke vervulling van dienstbetrekking, indien de waarde of het bedrag van die vergoeding doorgaans niet meer bedraagt dan € 20,- per week, doch ten hoogste € 700,- per jaar.

Artikel

2

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1985.

's-Gravenhage
De staatssecretaris voornoemd, L. deGraaf