Artikel
1
1
De hoogte van het recht van de Dertiende Penning wordt bepaald op elf ten honderd van de waarde van de onroerende zaken waarop het recht rust.
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
De hoogte van het recht van de Dertiende Penning wordt bepaald op elf ten honderd van de waarde van de onroerende zaken waarop het recht rust.
Deze wet treedt in werking op de eerste kalenderdag van de maand januari van het jaar dat volgt op dat waarin deze in het Staatsblad is geplaatst.
Onze Minister van Justitie draagt zorg dat bekendheid wordt gegeven aan de dag waarop ingevolge de artikelen 1, tweede lid, en 2 het recht van de Dertiende Penning zal zijn opgeheven. Deze bekendmaking geschiedt in de derde maand welke volgt op die waarin deze wet in het Staatsblad is geplaatst.
Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.