Financiële regeling kosten milieueffect-rapportage lagere overheden

De minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de minister van Landbouw en Visserij,
Overwegende dat het wenselijk is aan de provinciale besturen en aan andere overheidsorganen die besluiten nemen, bij de voorbereiding waarvan een milieu-effectrapport is opgesteld en behandeld overeenkomstig het ontwerp van Wet tot uitbreiding van de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne (Regelen met betrekking tot milieu-effectrapportage (Tweede Kamer, zitting 1980–1981, 16814, nrs. 1–2)), een bijdrage te verlenen als tegemoetkoming in de kosten die deze organen maken in verband met voorbereiden en behandelen van zulke besluiten;

Besluiten:

Artikel

1

In dit besluit wordt onder milieu-effectrapport verstaan een rapport als bedoeld in artikel 41i van het ontwerp van Wet tot uitbreiding van de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne (Regelen met betrekking tot milieu-effectrapportage (Tweede Kamer, zitting 1980–1981, 16814, nrs. 1–2)), dat is opgesteld en behandeld met inachtneming van de artikelen 41k–41w van dit ontwerp van wet.

Artikel

2

Aan de provincies en het openbaar lichaam Rijnmond wordt jaarlijks een bedrag van f 25 000 toegekend als tegemoetkoming in de kosten van de verwerving en het op peil houden van kennis van ambtenaren, die zijn belast met het voorbereiden en behandelen van besluiten, bij de voorbereiding waarvan een milieu-effectrapport wordt gemaakt.

Artikel

3

In de gevallen, waarin de besturen van de provincies en van het openbaar lichaam Rijnmond een of meer besluiten nemen, bij de voorbereiding waarvan een milieu-effectrapport is gemaakt, wordt een bedrag van f 50 000 toegekend als tegemoetkoming in de kosten die zijn verbonden aan de toepassing van de artikelen 41k tot en met 41aj van het in artikel 1 bedoelde ontwerp van wet.

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Dit besluit treedt in werking op 1 januari 1985 en wordt bekendgemaakt in de Nederlandse Staatscourant.

's-Gravenhage
De minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, P.Winsemius
De minister van Landbouw en Visserij, G. J. M. Braks