Regeling gegevens aardolieprodukten 1985

De minister van Economische Zaken,

Besluit:

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

AFCENT-hoofdkwartier:

het te Brunssum gevestigde hoofdkwartier, als bedoeld in de Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Algemeen Hoofdkwartier van de Geallieerde Mogendheden in Europa inzake de bijzondere voorwaarden, die toepasselijk zijn op de vestiging en het functioneren van internationale militaire hoofdkwartieren binnen het Europees grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden (Trb. 1964, 131);

NAVO-krijgsmacht:

de krijgsmacht van een vreemde mogendheid, die partij is bij het Noord-Atlantisch Verdrag (Stb. 1949, J 355);

continentaal plat:

het onder de Noordzee gelegen deel van de zeebodem en de ondergrond daarvan, waarop het Koninkrijk overeenkomstig het op 29 april 1958 te Genève gesloten verdrag inzake het continentale plateau (Trb. 1959, 126) soevereine rechten heeft.

Artikel

2

Hij, die in de uitoefening van een bedrijf in een kalendermaand aardolieprodukten:

  • a.

    in Nederland heeft bewerkt of verwerkt, dan wel heeft doen bewerken of verwerken;

  • b.

    in Nederland in opslag heeft gehouden in douane-entrepot, accijnsentrepot of anderszins voor rekening van derden,

  • c.

    heeft gekocht of verkocht op de binnenlandse markt, indien dit in het laatst verstreken kalenderjaar hoeveelheden betreft van 50 000 ton of meer, is verplicht binnen 30 dagen na afloop van die maand gegevens te verstrekken betreffende de hoeveelheden en zijn wederpartijen, voor zover aangegeven in bijlage I, een en ander met betrekking tot de invoer, de uitvoer, de binnenlandse aankopen, de afleveringen, de bewerking, de verwerking en zijn verbruik ten behoeve van de verwerking van de in bijlage I bedoelde aardolieprodukten in die maand, en met betrekking tot de opslag als bovenbedoeld van de in bijlage I bedoelde aardolieprodukten op de laatste dag van die maand.

Artikel

3

Hij, die in de uitoefening van een bedrijf in een kalendermaand ruwe aardolie van oorsprong uit het binnenland of het continentaal plat heeft aangekocht, ten einde deze ruwe aardolie in het binnenland te verwerken of in het binnenlands verkeer te brengen, is verplicht binnen 20 dagen na afloop van die maand gegevens te verstrekken betreffende de prijzen, de hoeveelheden, de oorsprong, de kwaliteiten en de voorwaarden van verwerving, met betrekking tot de in bijlage II genoemde ruwe aardolie die hij in die maand heeft aangekocht.

Artikel

4

Hij, die in de uitoefening van een bedrijf in een kalendermaand ruwe aardolie voor verwerking in Nederland heeft ingevoerd, is verplicht binnen 20 dagen na afloop van die maand gegevens te verstrekken betreffende de prijzen, de hoeveelheden, de kwaliteiten, het vervoer, de oorsprong, de herkomst, de contracten, de voorwaarden van verwerving en de aard van zijn wederpartijen, alsmede de naam van het land en de plaats van vestiging van degene, voor wiens rekening de verwerking van de betrokken ruwe aardolie plaatsvindt, met betrekking tot het in die maand voor verwerking in Nederland invoeren van de in bijlage III, deel 1, bedoelde ruwe aardolie.

Artikel

5

Artikel

6

Hij, die in de uitoefening van een bedrijf in een kalenderjaar 50 000 ton of meer van de in bijlage IV, tabellen 1 en 2, genoemde aardolieprodukten of de binnenlandse markt heeft afgeleverd, is verplicht voor het einde van elke kalendermaand van het volgende kalenderjaar gegevens te verstrekken betreffende de eindverbruikersprijzen van de in tabel 1 genoemde aardolieprodukten en betreffende de prijzen af-raffinaderij onderscheidenlijk af-veem van de in tabel 2 genoemde aardolieprodukten, die hij op of laatstelijk voor de 15de dag van de betrokken maand voor de genoemde aardolieprodukten in het binnenland in rekening heeft gebracht.

Artikel

7

Artikel

8

Hij, die in de uitoefening van een bedrijf in een kalenderjaar 100 000 ton of meer ruwe aardolie uit landen die geen lid zijn van de Europese Economische Gemeenschap heeft ingevoerd, is verplicht, voor zover deze ruwe aardolie, dan wel daaruit of met behulp daarvan verkregen aardolieprodukten, niet voor wederuitvoer naar die landen waren bestemd, voor 15 maart van het volgende kalenderjaar gegevens te verstrekken betreffende de hoeveelheden, de kwaliteiten, het vervoer, de oorsprong en de herkomst met betrekking tot de invoer van de in eerstbedoeld kalenderjaar ingevoerde ruwe aardolie, zoals aangegeven in bijlage V.

Artikel

9

Artikel

10

Vervallen

Artikel

11

Vervallen

Artikel

12

Indien in de periode volgend op die, waarover gegevens zijn verstrekt, zich geen feiten hebben voorgedaan waaruit een der in de voorgaande artikelen genoemde verplichtingen voortvloeit, is degene die deze gegevens heeft verstrekt, verplicht binnen de in de betrokken bepaling genoemde termijn mededeling te doen van de afwezigheid van die feiten.

Artikel

13

Degene op wie een der voorgaande artikelen van toepassing is, is tevens verplicht opgave te doen van zijn naam, adres en, voor zover in de betrokken bijlage genoemd, gegevens omtrent de structuur van de groep van ondernemingen waartoe hij behoort.

Artikel

14

De gegevens dienen te worden verstrekt aan de Minister van Economische Zaken en te worden toegezonden aan het in de betrokken bijlage genoemde adres.

Artikel

15

Artikel

16

Artikel

17

De Beschikking gegevens aardolieprodukten en de Beschikking aanvullende gegevens aardolieprodukten van 4 januari 1980 (Stcrt. 4) worden ingetrokken.

Artikel

18

Artikel

19

Deze regeling kan worden aangehaald als: Regeling gegevens aardolieprodukten 1985.

's-Gravenhage
De minister van Economische Zaken, G. M. V. vanAardenne