|
1.1
|
getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen in een der studierichtingen van de faculteit der wiskunde en natuurwetenschappen:
|
wiskunde (w.o. statistiek)
|
1
|
indien in het bezit van het bewijs van p.d.v. voor het vak wiskunde (aantekening op getuigschrift), en indien tevens:
– wiskunde hoofdvak was, of
– technische mechanica hoofdvak was, of
– wiskunde (in volle omvang) bijvak was
|
|
a. wiskunde
b. natuurkunde
c. scheikunde
d. farmacochemie
|
|
|
|
|
e. biologie
|
natuurkunde
|
1
|
indien in het bezit van het bewijs van p.d.v. voor het vak natuurkunde (aantekening op getuigschrift) en indien tevens:
– natuurkunde hoofdvak was, of
– technische natuurkunde of technische mechanica hoofdvak was, of
– natuurkunde (in volle omvang) bijvak was
|
|
f. sterrenkunde
g. geologie
h. geofysica
i. farmacie (zie ook 1.20)
j. technische mechanica
k. technische natuurkunde
l. technische scheikunde
|
|
|
|
|
m. informatica
|
scheikunde
|
1
|
indien in het bezit van het bewijs van p.d.v. voor het vak scheikunde (aantekening op getuigschrift) en indien tevens:
– scheikunde hoofdvak was, of
– farmacochemie of technische scheikunde hoofdvak was, of
– scheikunde (in volle omvang) bijvak was
|
|
|
biologie (w.o. anatomie, fysiologie)
|
1
|
indien in het bezit van het bewijs van p.d.v. voor het vak biologie (aantekening op getuigschrift) en indien tevens:
– biologie hoofdvak was, of
– biologie (in volle omvang) bijvak was
|
|
|
sterrenkunde
|
1
|
indien sterrenkunde deel heeft uitgemaakt van het kandidaats- of van het doctoraalexamen
(het doctoraalgetuigschrift dient te zijn uitgereikt vóór 1 september 1988)
|
|
|
geologie
|
1
|
indien:
– geologie of geofysica hoofdvak was, of
– geologie (in volle omvang) bijvak was
|
|
|
theoretisch-technische vakken in de vakrichting van het getuigschrift
|
1
|
indien technische mechanica, technische natuurkunde of technische scheikunde hoofdvak was; zie verder opmerkingen 1, 2 en 3 behorende bij theoretisch-technische vakken bij nr. 1.26.
|
|
|
vakken die onderdelen zijn van een der hoofdvakken van de faculteit
|
1
|
indien het desbetreffende onderdeel vak was van het doctoraalexamen
|
|
1.2
|
getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen in een der taal- en letterkundige studierichtingen van de faculteit der letteren:
|
Latijn, Grieks en oude geschiedenis
|
1
|
indien in het bezit van het bewijs van p.d.v. voor Latijn en Grieks (aantekening op getuigschrift) en indien tevens:
– het doctoraalexamen is afgelegd in de studierichting klassieke taal- en letterkunde, of
– het kandidaatsexamen is afgelegd in de studierichting klassieke taal- en letterkunde, en tevens Latijn of Grieks bijvak was van het doctoraalexamen
|
|
a. klassieke talen
b. Nederlands
c. Zuidafrikaans
d. Frans
e. Italiaans
f. Spaans
g. Portugees
h. Duits
|
|
|
|
|
i. Engels
|
Nederlands
|
1
|
indien in het bezit van het bewijs van p.d.v. voor het vak Nederlands (aantekening op getuigschrift) en indien tevens:
– het doctoraalexamen of het kandidaatsexamen is afgelegd in de studierichting Nederlandse taal- en letterkunde, of
– Nederlandse taal- en letterkunde (in volle omvang) bijvak was van het doctoraalexamen
|
|
j. Scandinavische talen
k. Fries
l. Slavische talen
m. Oud-Germaans
n. een andere taal of taalgroep (en cultuur)
o. algemene taalwetenschap
p. Indo-Europese taalwetenschap
|
|
|
|
|
q. taalwetenschap van een andere taalfamilie
|
moderne vreemde taal (Engels, Frans, Duits of andere)
|
1
|
indien in het bezit van het bewijs van p.d.v. voor de desbetreffende taal (aantekening op getuigschrift) de voorwaarde geldt echter alleen voor Engels, Frans, Duits, Spaans en Russisch) en indien tevens:
– het doctoraalexamen of het kandidaatsexamen is afgelegd in de desbetreffende taal, of
– indien de taal- en letterkunde van de taal (in volle omvang) bijvak was van het doctoraalexamen, en tevens, blijkens aantekening van de bevoegdheid op het getuigschrift, ter beoordeling van de betreffende subfaculteit voldoende bewijzen zijn geleverd van kennis der hedendaagse taal en vaardigheid in het gebruik daarvan
|
|
r. algemene literatuurwetenschap
|
|
|
|
|
|
Fries
|
1
|
indien in het bezit van het bewijs van p.d.v. voor het vak Fries (aantekening op getuigschrift) en indien tevens:
– het doctoraalexamen is afgelegd in de studierichting Friese taal- en letterkunde, of
– Friese taal- en letterkunde (in volle omvang) bijvak was van het doctoraalexamen
|
|
|
geschiedenis
|
1
|
indien in het bezit van het bewijs van p.d.v. voor het vak geschiedenis (aantekening op getuigschrift) en indien tevens:
– het kandidaatsexamen is afgelegd in de studierichting geschiedenis, of
– geschiedenis (in volle omvang) bijvak was van het doctoraalexamen
|
|
|
kunstgeschiedenis
|
1
|
indien:
– het kandidaatsexamen is afgelegd in de studierichting kunstgeschiedenis en archeologie, of
– kunstgeschiedenis (in volle omvang) bijvak was van het doctoraalexamen
(het doctoraalgetuigschrift dient te zijn uitgereikt vóór 1 september 1988)
|
|
|
Hebreeuws
|
1
|
indien Hebreeuws deel heeft uitgemaakt van het kandidaats- of van het doctoraalexamen
(het doctoraalgetuigschrift dient te zijn uitgereikt vóór 1 september 1988)
|
|
|
algemene taalwetenschap
|
1
|
|
|
|
algemene literatuurwetenschap
|
1
|
|
|
1.3
|
getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen geschiedenis
|
geschiedenis
|
1
|
indien in het bezit van het bewijs van p.d.v. voor het vak geschiedenis (aantekening op getuigschrift)
|
|
|
maatschappijleer
|
1
|
indien is voldaan aan de vereisten omschreven in artikel 14
|
|
|
algemene economie (w.o. statistiek)
|
1
|
indien staathuishoudkunde/(algemene) economie (in volle omvang) deel heeft uitgemaakt van het doctoraalexamen en indien in het bezit van het bewijs van p.d.v. voor het vak geschiedenis (aantekening op getuigschrift) dan wel het bewijs van p.d.v. voor het vak algemene economie (aantekening op getuigschrift); de bevoegdheid voor het v.w.o. geldt slechts als het vak behalve van het doctoraalexamen tevens deel heeft uitgemaakt van het kandidaatsexamen of van een aanvullend examen na het doctoraalexamen
(het doctoraalgetuigschrift dient te zijn uitgereikt vóór 1 september 1988)
|
|
|
aardrijkskunde
|
1
|
indien in het bezit van het bewijs van p.d.v. voor aardrijkskunde (aantekening op getuigschrift); en indien tevens natuurkundige aardrijkskunde (fysische geografie) deel heeft uitgemaakt van het kandidaatsexamen en sociale aardrijkskunde (sociale geografie) deel heeft uitgemaakt van het kandidaatsexamen en van het doctoraalexamen
|
|
|
Latijn en Grieks
|
1
|
zie de relevante voorwaarden bij 1.2
|
|
|
Nederlands
|
1
|
zie de relevante voorwaarden bij 1.2
|
|
|
moderne vreemde taal (Engels, Frans, Duits of andere)
|
1
|
zie de relevante voorwaarden bij 1.2
(voor Italiaans dient het getuigschrift te zijn uitgereikt vóór 1 september 1988)
|
|
|
Fries
|
1
|
zie de relevante voorwaarden bij 1.2
|
|
|
Hebreeuws
|
1
|
zie de relevante voorwaarden bij 1.2
(het doctoraalgetuigschrift dient te zijn uitgereikt vóór 1 september 1988)
|
|
|
kunstgeschiedenis
|
1
|
indien:
– het kandidaatsexamen is afgelegd in de studierichting kunstgeschiedenis en archeologie, of
– kunstgeschiedenis (in volle omvang) bijvak was van het doctoraalexamen
(het doctoraalgetuigschrift dient te zijn uitgereikt vóór 1 september 1988)
|
|
|
staatsinrichting/publiekrecht
|
1
|
indien staats- en/of administratief recht (bestuursrecht) of staatsinrichting deel heeft uitgemaakt van het kandidaats- of van het doctoraalexamen
|
|
1.4
|
getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen:
a. kunstgeschiedenis en archeologie
b. archeologie
|
kunstgeschiedenis
|
1
|
indien het doctoraalexamen of het kandidaatsexamen is afgelegd in de studierichting kunstgeschiedenis en archeologie
(het doctoraalgetuigschrift dient te zijn uitgereikt vóór 1 september 1988)
|
|
|
archeologie
|
1
|
indien het doctoraalexamen is afgelegd in de studierichting archeologie
|
|
|
geschiedenis
|
1
|
indien in het bezit van het bewijs van p.d.v. voor het vak geschiedenis (aantekening op getuigschrift) en indien tevens:
– het kandidaatsexamen is afgelegd in de studierichting geschiedenis, of
– geschiedenis (in volle omvang) bijvak was van het doctoraalexamen
|
|
|
Latijn, Grieks en oude geschiedenis
|
1
|
indien in het bezit van het bewijs van p.d.v. voor Latijn en Grieks (aantekening op getuigschrift) en indien tevens het kandidaatsexamen is afgelegd in de studierichting klassieke taal en letterkunde en tevens òf kunstgeschiedenis en archeologie der klassieke oudheid dan wel klassieke archeologie hoofdvak van het doctoraalexamen, òf Latijn of Grieks bijvak was van het doctoraalexamen
|
|
|
Hebreeuws
|
1
|
zie de relevante voorwaarden bij 1.2
(het doctoraalgetuigschrift dient te zijn uitgereikt vóór 1 september 1988)
|
|
|
Nederlands
|
1
|
zie de relevante voorwaarden bij 1.2
|
|
|
moderne vreemde taal (Engels, Frans, Duits of andere)
|
1
|
zie de relevante voorwaarden bij 1.2
(voor Italiaans dient het getuigschrift te zijn uitgereikt vóór 1 september 1988)
|
|
|
Fries
|
1
|
zie de relevante voorwaarden bij 1.2
|
|
1.5
|
getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen muziekwetenschap
|
muziek
|
1
|
(het doctoraalgetuigschrift dient te zijn uitgereikt vóór 1 september 1988)
|
|
|
Latijn, Grieks en oude geschiedenis
|
1
|
zie de relevante voorwaarden bij 1.2
|
|
|
Nederlands
|
1
|
zie de relevante voorwaarden bij 1.2
|
|
|
moderne vreemde taal (Engels, Frans, Duits of andere)
|
1
|
zie de relevante voorwaarden bij 1.2
(voor Italiaans dient het getuigschrift te zijn uitgereikt vóór 1 september 1988)
|
|
|
geschiedenis
|
1
|
zie de relevante voorwaarden bij 1.2
|
|
|
kunstgeschiedenis
|
1
|
zie de relevante voorwaarden bij 1.2
(het doctoraalgetuigschrift dient te zijn uitgereikt vóór 1 september 1988)
|
|
1.6
|
getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen natuurkundige aardrijkskunde (fysische geografie)
|
aardrijkskunde
|
1
|
indien in het bezit van het bewijs van p.d.v. voor het vak aardrijkskunde (aantekening op getuigschrift)
|
|
|
geologie
|
1
|
|
|
|
wiskunde (w.o. statistiek)
|
1
|
zie de relevante voorwaarden bij 1.1
|
|
|
natuurkunde
|
1
|
zie de relevante voorwaarden bij 1.1
|
|
|
scheikunde
|
1
|
zie de relevante voorwaarden bij 1.1
|
|
|
biologie (w.o. anatomie, fysiologie)
|
1
|
zie de relevante voorwaarden bij 1.1
|
|
|
sterrenkunde
|
1
|
indien sterrenkunde deel heeft uitgemaakt van het kandidaats- of van het doctoraalexamen (het doctoraalgetuigschrift dient te zijn uitgereikt vóór 1 september 1988)1
|
|
1.7
|
getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen sociale aardrijkskunde (sociale geografie)
|
aardrijkskunde
|
1
|
indien in het bezit van het bewijs van p.d.v. voor het vak aardrijkskunde (aantekening op getuigschrift)
|
|
|
planologie
|
1
|
indien planologie deel heeft uitgemaakt van het doctoraalexamen dan wel gedurende drie jaar na het behalen van het getuigschrift praktijkervaring op dit gebied is verworven
|
|
|
algemene economie (w.o. statistiek)
|
1
|
indien staathuishoudkunde/(algemene) economie (in volle omvang) deel heeft uitgemaakt van het doctoraalexamen en indien in het bezit van het bewijs van p.d.v. voor het vak aardrijkskunde (aantekening op getuigschrift)
dan wel het bewijs van p.d.v. voor het vak algemene economie (aantekening op getuigschrift) (het doctoraalgetuigschrift dient te zijn uitgereikt vóór 1 september 1988)
|
|
|
geschiedenis
|
1
|
indien in het bezit van het bewijs van p.d.v. voor het vak geschiedenis (aantekening op getuigschrift) en indien tevens dit vak (in volle omvang) deel heeft uitgemaakt van het doctoraalexamen
|
|
|
methoden en technieken van onderzoek (w.o. statistiek)
|
1
|
|
|
|
maatschappijleer
|
1
|
indien is voldaan aan de vereisten omschreven in artikel 14
|
|
1.8
|
getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen prehistorie
|
|
|
|
|
a. met kandidaatsexamen natuurkundige of sociale aardrijkskunde
|
aardrijkskunde
|
1
|
indien in het bezit van het bewijs van p.d.v. voor het vak aardrijkskunde (aantekening op getuigschrift) en indien tevens natuurkundige of sociale aardrijkskunde deel heeft uitgemaakt van het doctoraalexamen
|
|
|
geologie
|
1
|
indien het kandidaatsexamen is afgelegd in de natuurkundige aardrijkskunde
|
|
b. met kandidaatsexamen culturele antropologie
|
culturele antropologie
|
1
|
|
|
c. met kandidaatsexamen in de faculteit der wiskunde en natuurwetenschappen
|
wiskunde (w.o. statistiek)
|
1
|
zie de relevante voorwaarden bij 1.1
|
|
|
natuurkunde
|
1
|
zie de relevante voorwaarden bij 1.1
|
|
|
scheikunde
|
1
|
zie de relevante voorwaarden bij 1.1
|
|
|
biologie (w.o. anatomie, fysiologie)
|
1
|
zie de relevante voorwaarden bij 1.1
|
|
|
sterrenkunde
|
1
|
zie de relevante voorwaarden bij 1.1
(het doctoraalgetuigschrift dient te zijn uitgereikt vóór 1 september 1988)
|
|
|
geologie
|
1
|
zie de relevante voorwaarden bij 1.1
|
|
|
vakken die onderdelen zijn van een der hoofdvakken van de faculteit der wiskunde en natuurwetenschappen
|
1
|
zie de relevante voorwaarden bij 1.1
|
|
d. met kandidaatsexamen in de faculteit der letteren
|
geschiedenis
|
1
|
zie de relevante voorwaarden bij 1.2
|
|
|
kunstgeschiedenis
|
1
|
zie de relevante voorwaarden bij 1.2
(het doctoraalgetuigschrift dient te zijn uitgereikt vóór 1 september 1988)
|
|
|
Latijn, Grieks en oude geschiedenis
|
1
|
zie de relevante voorwaarden bij 1.2
|
|
|
Hebreeuws
|
1
|
zie de relevante voorwaarden bij 1.2
(het doctoraalgetuigschrift dient te zijn uitgereikt vóór 1 september 1988)
|
|
1.9
|
getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen planologie in de interfaculteit der aardrijkskunde en prehistorie
|
planologie
|
1
|
|
|
|
aardrijkskunde
|
1
|
indien in het bezit van het bewijs van p.d.v. voor het vak aardrijkskunde (afzonderlijke verklaring waaruit blijkt dat is voldaan aan de algemene en aan de vakdidaktische vereisten, incl. schoolpracticum/hospitium)
|
|
|
maatschappijleer
|
1
|
indien is voldaan aan de vereisten omschreven in artikel 14
|
|
|
algemene economie (w.o. statistiek)
|
1
|
indien staathuishoudkunde/(algemene) economie (in volle omvang) deel heeft uitgemaakt van het doctoraalexamen; de bevoegdheid voor het v.w.o. geldt slechts als het vak behalve van het doctoraalexamen tevens deel heeft uitgemaakt van een aanvullend examen na het doctoraalexamen
(het doctoraalgetuigschrift dient te zijn uitgereikt vóór 1 september 1988)
|
|
|
methoden en technieken van onderzoek (w.o. statistiek)
|
1
|
|
|
1.10
|
getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen in een der studierichtingen van de subfaculteit der sociaal-culturele wetenschappen:
|
culturele antropologie
|
1
|
indien culturele antropologie en/of sociologie der niet-westerse volken hoofdvak was van het kandidaatsexamen of hoofd- of bijvak was van het doctoraalexamen
|
|
a. culturele antropologie/sociologie der niet-westerse volken
b. sociologie
c. politicologie
d. planologie
|
sociologie
|
1
|
indien sociologie hoofdvak was van het kandidaatsexamen of hoofd- of bijvak van het doctoraalexamen
|
|
|
politicologie
|
1
|
indien politicologie hoofdvak was van het kandidaatsexamen of hoofd- of bijvak van het doctoraalexamen
|
|
|
planologie
|
1
|
indien planologie hoofd- of bijvak was van het doctoraalexamen, dan wel gedurende ten minste drie jaren na het behalen van het getuigschrift praktijkervaring op dit gebied is verworven
|
|
|
maatschappijleer
|
1
|
indien is voldaan aan de vereisten omschreven in artikel 14
|
|
|
algemene economie (w.o. statistiek)
|
1
|
indien staathuishoudkunde/(algemene) economie (in volle omvang) deel heeft uitgemaakt van het doctoraalexamen; de bevoegdheid voor het v.w.o. geldt slechts als het vak behalve van het doctoraalexamen tevens deel heeft uitgemaakt van een aanvullend examen na het doctoraalexamen
(het doctoraalgetuigschrift dient te zijn uitgereikt vóór 1 september 1988)
|
|
|
methoden en technieken van onderzoek (w.o. statistiek)
|
1
|
|
|
|
aardrijkskunde
|
1
|
indien in het bezit van het bewijs van p.d.v. voor het vak aardrijkskunde (aantekening op getuigschrift) en indien tevens het kandidaatsexamen is afgelegd in de studierichting sociale aardrijkskunde en bovendien dit vak bijvak was van het doctoraalexamen
|
|
|
geschiedenis
|
1
|
indien in het bezit van het bewijs van p.d.v. voor het vak geschiedenis (afzonderlijke verklaring waaruit blijkt dat is voldaan aan de algemene en vakdidactische vereisten, incl. schoolpracticum/hospitium) en indien tevens het kandidaatsexamen is afgelegd in de studierichting geschiedenis en dit vak (of een onderdeel daarvan) bijvak was van het doctoraalexamen
|
|
|
psychologie
|
1
|
indien psychologie (in volle omvang) deel heeft uitgemaakt van het doctoraalexamen
|
|
|
onderwijskunde (w.o. algemene didactiek)
|
1
|
indien een of meer onderwijskundige vakken deel hebben uitgemaakt van het doctoraalexamen, dan wel na het examen in voldoende mate in onderwijskundige richting is gespecialiseerd
|
|
|
pedagogiek (w.o. algemene didactiek)
|
1
|
indien pedagogiek deel heeft uit gemaakt van het kandidaats- en van het doctoraalexamen
|
|
|
andragogie(k)/andragologie
|
1
|
indien andragogie(k) en/of andragologie deel heeft uitgemaakt van het kandidaats- en van het doctoraalexamen
|
|
|
agogie(k)/agologie
|
1
|
indien pedagogie(k) of andragogie(k) of andragologie of agogie(k) of agologie deel heeft uitgemaakt van het kandidaatsexamen en tevens een van deze vakken deel heeft uitgemaakt van het doctoraalexamen
|
|
|
staatsinrichting/publiekrecht
|
1
|
indien staats- en/of administratief recht (bestuursrecht) of staatsinrichting deel heeft uitgemaakt van het kandidaats- of van het doctoraalexamen
|
|
1.11
|
getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen psychologie
|
psychologie
|
1
|
|
|
|
methoden en technieken van onderzoek (w.o. statistiek)
|
1
|
|
|
|
pedagogiek (w.o. algemene didactiek)
|
1
|
zie de relevante voorwaarden onder 1.10
|
|
|
andragogie(k)/andragologie
|
1
|
zie de relevante voorwaarden onder 1.10
|
|
|
agogie(k)/agologie
|
1
|
zie de relevante voorwaarden onder 1.10
|
|
|
maatschappijleer
|
1
|
indien is voldaan aan de vereisten omschreven in artikel 14
|
|
|
onderwijskunde (w.o. algemene didactiek)
|
1
|
indien een of meer onderwijskundige vakken deel hebben uitgemaakt van het doctoraalexamen, dan wel na het examen in voldoende mate in onderwijskundige richting is gespecialiseerd
|
|
1.12
|
getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen in een der volgende studierichtingen:
|
agogie(k)/agologie
|
1
|
|
|
a. pedagogische wetenschappen of opvoedkunde
|
pedagogiek (w.o. alg. didactiek)
|
1
|
indien pedagogie(k) deel heeft uitgemaakt van het doctoraalexamen
|
|
b. andragogische wetenschappen
|
andragogie(k)/andragologie
|
1
|
indien andragogie(k) en/of andragologie deel heeft uitgemaakt van het doctoraalexamen
|
|
|
onderwijskunde (w.o. algemene didactiek)
|
1
|
indien een of meer onderwijskundige vakken deel hebben uitgemaakt van het doctoraalexamen, dan wel na het examen in voldoende mate in onderwijskundige richting is gespecialiseerd
|
|
|
methoden en technieken van onderzoek (w.o. statistiek)
|
1
|
|
|
|
maatschappijleer
|
1
|
indien is voldaan aan de vereisten omschreven in artikel 14
|
|
|
psychologie
|
2
|
indien psychologie (in volle omvang) deel heeft uitgemaakt van het doctoraalexamen heeft de bevoegdheid tevens betrekking op de groep van scholen aangeduid met 1
|
|
|
sociologie
|
1
|
indien sociologie (inleiding) deel heeft uitgemaakt van het kandidaatsexamen en tevens dit vak (in volle omvang) deel heeft uitgemaakt van het doctoraalexamen
|
|
|
filosofie (w.o. ethiek, antropologie)
|
1
|
indien het kandidaatsexamen is afgelegd in de studierichting filosofie, of indien filosofie (inleiding) deel heeft uitgemaakt van het kandidaatsexamen en tevens dit vak (in volle omvang) deel heeft uitgemaakt van het doctoraalexamen
(het doctoraalgetuigschrift dient te zijn uitgereikt vóór 1 september 1988)
|
|
1.13
|
getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen in een der studierichtingen van de faculteit der economische wetenschappen:
|
algemene economie (w.o. statistiek)
|
1
|
(het doctoraalgetuigschrift dient te zijn uitgereikt vóór 1 september 1988)
|
|
a. economie
b. fiscaal-economische studierichting
c. econometrie
|
bedrijfseconomie (w.o. statistiek)
|
1
|
(het doctoraalgetuigschrift dient te zijn uitgereikt vóór 1 september 1988)
|
|
|
privaatrecht
|
1
|
indien privaatrecht (of burgerlijk recht of handelsrecht) deel heeft uitgemaakt van het kandidaats- of van het doctoraalexamen of van een aanvullend examen
|
|
|
staatsinrichting/publiekrecht
|
1
|
indien staats- en/of administratief recht (bestuursrecht) of staatsinrichting deel heeft uitgemaakt van het kandidaats- of van het doctoraalexamen of van een aanvullend examen dan wel indien de bezitter tussen 1 april 1980 en 1 april 1985 in een al dan niet aaneengesloten periode van ten minste 40 schoolweken onderwijs in dit vak heeft gegeven
|
|
|
belastingrecht
|
1
|
indien belastingrecht deel heeft uitgemaakt van het kandidaats- of van het doctoraalexamen of van een aanvullend examen
|
|
|
recht
|
1
|
alleen voor die scholen waar het vak recht (als geïntegreerd vak onder die benaming, dus niet specifieke onderdelen als afzonderlijk vak) als zodanig in de lessentabel voorkomt
|
|
|
methoden en technieken van onderzoek (w.o. statistiek)
|
1
|
|
|
|
maatschappijleer
|
1
|
indien is voldaan aan de vereisten omschreven in artikel 14
|
|
|
planologie
|
1
|
indien planologie deel heeft uitgemaakt van het doctoraalexamen dan wel gedurende ten minste drie jaren na het behalen van het getuigschrift praktijkervaring op dit gebied is verworven
|
|
1.14
|
getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen in een der studierichtingen van de interfaculteit der actuariële wetenschappen en econometrie:
|
wiskunde (w.o. statistiek)
|
1
|
indien in het bezit van het bewijs van p.d.v. voor het vak wiskunde
|
|
a. actuariële wetenschappen
|
algemene economie (w.o. statistiek)
|
1
|
(het doctoraalgetuigschrift dient te zijn uitgereikt vóór 1 september 1988)
|
|
b. econometrie
|
bedrijfseconomie (w.o. statistiek)
|
1
|
(het doctoraalgetuigschrift dient te zijn uitgereikt vóór 1 september 1988)
|
|
|
privaatrecht
|
1
|
zie de relevante voorwaarden bij 1.13
|
|
|
staatsinrichting/publiekrecht
|
1
|
zie de relevante voorwaarden bij 1.13
|
|
|
belastingrecht
|
1
|
zie de relevante voorwaarden bij 1.13
|
|
|
recht
|
1
|
zie de relevante voorwaarden bij 1.13
|
|
|
methoden en technieken van onderzoek (w.o. statistiek)
|
1
|
zie de relevante voorwaarden bij 1.13
|
|
|
planologie
|
1
|
zie de relevante voorwaarden bij 1.13
|
|
1.15
|
getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen in een der studierichtingen van de faculteit der rechtsgeleerdheid:
|
recht (w.o. privaatrecht, staatsinrichting/publiekrecht, belastingrecht)
|
1
|
|
|
a. Nederlands recht
|
algemene economie (w.o. statistiek)
|
1
|
indien staathuishoudkunde/(algemene) economie (in volle omvang, en niet slechts de beginselen der economie), deel heeft uitgemaakt van het doctoraalexamen, of, alleen voor zover het betreft de studierichting Nederlands recht (genoemd onder a) van een aanvullend examen.
(het doctoraalgetuigschrift dient te zijn uitgereikt vóór 1 september 1988)
|
|
b. notariële studierichting
c. fiscaal-juridische studierichting
d. staatkundige studierichtingen, internationale richting
e. staatkundige studierichtingen, bestuurswetenschappelijke richting
f. staatkundige studierichtingen, richting politieke wetenschap
g. Antilliaans recht
h. Zuidafrikaans recht
|
|
|
|
|
|
maatschappijleer
|
1
|
indien is voldaan aan de vereisten omschreven in artikel 14
|
|
|
politicologie
|
1
|
indien politicologie/politieke wetenschap deel heeft uitgemaakt van het doctoraalexamen
|
|
1.16
|
getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen godgeleerdheid(theologie), afgegeven door:
|
theologie (w.o. ethiek, antropologie)
|
1
|
|
|
1. een der uit 's Rijks kas bekostigde universiteiten;
|
cultuurgeschiedenis van het Christendom
|
1
|
(het doctoraalgetuigschrift dient te zijn uitgereikt vóór 1 september 1988)
|
|
2. een der instellingen van wetenschappelijk onderwijs die op grond van de Wet op het wetenschappelijk onderwijs zijn aangewezen als gelijkgerechtigd met de Rijksuniversiteiten ten aanzien van de te verlenen getuigschriften van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen:
|
godsdienstgeschiedenis
|
1
|
|
|
|
kerkgeschiedenis
Hebreeuws
|
1
1
|
indien Hebreeuws dan wel de uitlegging van de geschriften van het Oude Testament (oudtestamentische wetenschap) deel heeft uitgemaakt van het doctoraalexamen of van een aanvullend examen
(het doctoraalgetuigschrift dient te zijn uitgereikt vóór 1 september 1988)
|
|
– Theologische Faculteit, Tilburg
– Katholieke Theologische Hogeschool, Amsterdam
|
|
|
|
|
– Hogeschool voor Theologie en Pastoraat, Heerlen (uitgaande van de stichting gevestigd te Roermond)
|
maatschappijleer
|
1
|
indien het vak ethiek en een der vakken sociologie, politicologie, culturele antropologie of sociologie der niet-westerse volken deel heeft uitgemaakt van het doctoraalexamen en/of van een aanvullend examen, en indien tevens is voldaan aan de vereisten omschreven in artikel 14
|
|
– Theologische Hogeschool Ger. Kerken in Nederland, Kampen (Oudestraat 6)
|
filosofie (w.o. ethiek, antropologie)
|
1
|
indien filosofie of een onderdeel daarvan deel heeft uitgemaakt van het doctoraalexamen
|
|
– Theologische Hogeschool Ger. Kerken in Nederland, Kampen (Broederweg 15)
– Katholieke Theologische Hogeschool, Utrecht
– Theologische Hogeschool Chr. Ger. Kerken in Nederland, Apeldoorn
|
|
|
|
|
1.17
|
getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen bedrijfskunde
|
bedrijfseconomie (w.o. statistiek)
|
1
|
(het doctoraalgetuigschrift dient te zijn uitgereikt vóór 1 september 1988)
indien het kandidaatsexamen is afgelegd in een der studierichtingen van de faculteit der economische wetenschappen of van de interfaculteit der actuariële wetenschappen en econometrie
(het doctoraalgetuigschrift dient te zijn uitgereikt vóór 1 september 1988)
|
|
|
bedrijfskunde
|
1
|
|
|
|
recht (w.o. privaatrecht, staatsinrichting/publiekrecht, belastingrecht)
|
1
|
indien het kandidaatsexamen is afgelegd in een der studierichtingen van de faculteit der rechtsgeleerdheid
|
|
|
culturele antropologie
|
1
|
indien het kandidaatsexamen is afgelegd met hoofdvak culturele antropologie en/of sociologie der niet-westerse volken
|
|
|
sociologie
|
1
|
indien het kandidaatsexamen is afgelegd met hoofdvak sociologie
|
|
|
politicologie
|
1
|
indien het kandidaatsexamen is afgelegd met hoofdvak politicologie
|
|
|
maatschappijleer
|
1
|
indien is voldaan aan de vereisten omschreven in artikel 14 en indien tevens een kandidaatsexamen is afgelegd dat als grondslag kan dienen voor een der elders in deze lijst van bewijzen van bekwaamheid genoemde getuigschriften van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen waaraan de onderwijsbevoegdheid voor maatschappijleer kan zijn verbonden
|
|
|
methoden en technieken van onderzoek (w.o. statistiek)
|
1
|
indien het kandidaatsexamen is afgelegd in een der studierichtingen van de faculteit der sociale wetenschappen of der economische wetenschappen of van de interfaculteit der actuariële wetenschappen en econometrie
|
|
1.18
|
getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen geneeskunde
|
praktische en theoretische beroepsgerichte vakken op het gebied van de geneeskunde (waaronder gezondheidsleer) en de bijbehorende funderende vakken (waaronder anatomie, fysiologie)
|
1
|
voor de praktische vakken (waaronder: ehbo; praktijkscholing in het middelbaar dienstverlenings- en gezondheidszorgonderwijs, afdeling AG/DA): indien tevens in het bezit van het diploma van arts
|
|
1.19
|
diploma van tandarts
|
praktische en theoretische beroepsgerichte vakken op het gebied van de tandheelkunde en de bijbehorende funderende vakken
|
1
|
tot de bijbehorende funderende vakken behoren tandheelkundige anatomie en tandheelkundige fysiologie
|
|
1.20
|
diploma van apotheker
|
praktische en theoretische beroepsgerichte vakken op het gebied van de artsenijbereidkunde en de bijbehorende funderende vakken
|
1
|
tot de bijbehorende funderende vakken behoren scheikunde, biologie en natuurkunde, voor zover ze voorkomen in het leerplan van beroepsgerichte opleidingen op farmaceutisch gebied (waaronder het middelbaar dienstverlenings- en gezondheidszorgonderwijs, afdeling AG/AA)
|
|
1.21
|
getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen diergeneeskunde
|
praktische en theoretische beroepsgerichte vakken op het gebied van de diergeneeskunde (w.o. gezondheidsleer) en de bijbehorende funderende vakken (w.o. anatomie, fysiologie)
|
1
|
|
|
1.22
|
getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen lichamelijke opvoeding
|
medisch-biologische vakken op het gebied van de lichamelijke opvoeding
|
1
|
indien in het bezit van het bewijs van p.d.v. (afzonderlijke verklaring afgegeven door de interfaculteit der lichamelijke opvoeding) en indien tevens afgestudeerd in de medisch-biologische richting
|
|
|
anatomie
|
1
|
indien in het bezit van het bewijs van p.d.v. (afzonderlijke verklaring afgegeven door de interfaculteit der lichamelijke opvoeding) en indien tevens afgestudeerd in de medisch-biologische richting en tevens anatomie deel heeft uitgemaakt van het doctoraalexamen
|
|
|
fysiologie
|
1
|
indien in het bezit van het bewijs van p.d.v. (afzonderlijke verklaring afgegeven door de interfaculteit der lichamelijke opvoeding) en indien tevens afgestudeerd in de medisch-biologische richting en tevens fysiologie deel heeft uitgemaakt van het doctoraalexamen
|
|
|
agogische (andragogische, pedagogische), psychologische en sociologische vakken op het gebied van de lichamelijke opvoeding
|
1
|
indien in het bezit van het bewijs van p.d.v. (afzonderlijke verklaring afgegeven door de interfaculteit der lichamelijke opvoeding) en indien tevens afgestudeerd in de pedagogisch-psychologische richting
|
|
1.23
|
getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen wijsbegeerte (filosofie)
|
filosofie (w.o. ethiek, antropologie)
|
1
|
(het doctoraalgetuigschrift dient te zijn uitgereikt vóór 1 september 1988)
|
|
|
maatschappijleer
|
1
|
indien is voldaan aan de vereisten omschreven in artikel 14
|
|
|
een ander vak, voor zover dat vak ook elders in deze lijst van bewijzen van bekwaamheid wordt genoemd
|
1
|
indien in het bezit van het bewijs van p.d.v. voor het desbetreffende vak (alleen voor zover dat voor dit vak ook elders in deze lijst van bewijzen van bekwaamheid wordt geëist bij de desbetreffende getuigschriften van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen) en tevens:
– indien het kandidaatsexamen is afgelegd in een andere studierichting dan die der wijsbegeerte, indien is voldaan aan de voorwaarden die ten aanzien van het desbetreffende vak zijn gesteld bij de vermelding elders in deze lijst van bewijzen van bekwaamheid van het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen in de studierichting die overeenkomt met de studierichting waarin het kandidaatsexamen is afgelegd;
– indien het kandidaatsexamen is afgelegd in de studierichting der wijsbegeerte: indien het desbetreffende vak (in volle omvang) als bijvak deel heeft uitgemaakt van het kandidaats- en van het doctoraalexamen
|
|
1.24
|
getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen vrije studierichting bedoeld in de artikelen 174 t/m 179 van het Academisch Statuut (Stb. 1963, 380)
|
een vak, voor zover dat vak ook elders in deze lijst van bewijzen van bekwaamheid wordt genoemd
|
1
|
indien in het bezit van het bewijs van p.d.v. voor het desbetreffende vak (alleen voor zover dat voor dit vak ook elders in deze lijst van bewijzen van bekwaamheid wordt geëist bij de desbetreffende getuigschriften van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen) en indien tevens is voldaan aan de voorwaarden die ten aanzien van het desbetreffende vak zijn gesteld bij de vermelding elders in deze lijst van bewijzen van bekwaamheid van het getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen in de studierichting die overeenkomt met de studierichting waarin het kandidaatsexamen is afgelegd
|
|
1.25
|
getuigschrift van met goed gevolg afgelegd aanvullend examen bedoeld in artikel 193 van het Academisch Statuut, (Stb. 1963, 380) of artikel 54 van het Academisch Statuut (Stb. 1981, 653)
|
een vak voor zover dat vak ook elders in deze lijst van bewijzen van bekwaamheid wordt genoemd
|
1
|
indien in het bezit van het bewijs van p.d.v. voor het desbetreffende vak (alleen voor zover dat voor dit vak ook elders in deze lijst van bewijzen van bekwaamheid wordt geëist bij de desbetreffende getuigschriften van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen) en indien tevens het vak (in volle omvang) deel heeft uitgemaakt van het doctoraalexamen en het vak (in volle omvang) deel heeft uitgemaakt van het aanvullend examen
(Indien het betreft een vak waarvoor op grond van artikel 34 van de W.V.O. een universitaire lerarenopleiding is aangewezen dient het getuigschrift van een goed gevolg afgelegd aanvullend examen te zijn uitgereikt vóór 1 september 1988)
|
|
1.26
|
Getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen in een der studierichtingen van een technische hogeschool(of overeenkomstig diploma van ingenieur)
|
theoretisch-technische vakken in de vakrichting van het getuigschrift/diploma
|
1
|
1. voor de bevoegdheid voor de theoretisch-technische vakken in de vakrichting van het getuigschrift/diploma is vereist, dat de bezitter beschikt over drie jaar praktijkervaring in de desbetreffende vakrichting, al of niet na het behalen van het getuigschrift/diploma
|
|
a. wiskunde
|
|
|
|
|
b. civiele techniek (weg- en waterbouwkunde)
|
|
|
2. tot de theoretisch-technische vakken in de vakrichting van het getuigschrift/diploma behoren in elk geval de vakken die behoren tot het algemene vakgebied van de desbetreffende studierichting, en daarnaast in voorkomende gevallen vakken die specifiek behoren tot bijzondere afstudeerrichtingen binnen die studierichting
|
|
c. geodesie
d. bouwkunde
e. werktuigbouwkunde
f. electrotechniek
g. scheikundige technologie
h. scheikunde
i. mijnbouwkunde
|
|
|
|
|
j. technische natuurkunde
|
|
|
3. een bewijs van p.d.v. is voor de theoretisch-technische vakken niet vereist
|
|
k. natuurkunde
l. scheepsbouw- en (scheepvaart)kunde
|
|
|
|
|
m. luchtvaart- en ruimtevaarttechniek (vliegtuigbouwkunde)
|
planologie
|
1
|
indien afgestudeerd in een der volgende studierichtingen als vermeld in kolom II: b, c, d; en indien tevens planologie deel heeft uitgemaakt van het examen, dan wel gedurende ten minste drie jaren na het behalen van het getuigschrift/diploma praktijkervaring op dit gebied is verworven
|
|
n. bedrijfskunde (art. 169 ter Academisch Statuut)
o. metaalkunde
p. industriële vormgeving
q. informatica (art. 149 quater Academisch Statuut)
|
|
|
|
|
|
wiskunde (w.o. statistiek)
|
1
|
1. indien afgestudeerd in een der studierichtingen a, b, c, e, f, g, h, i, j, k, l, m, n, o, q (als vermeld in kolom II) en indien, blijkens aantekening van de bevoegdheid op het getuigschrift/diploma, voldaan is aan de terzake van de onderwijsbevoegdheid wiskunde gestelde vereisten op vakinhoudelijk en pedagogisch-didactisch gebied; voorzover de bezitter voldoet aan de voorwaarden van het in artikel 18 omschreven overgangsrecht gelden deze vereisten niet voor wat betreft het beroepsonderwijs;
2. indien de bezitter van het getuigschrift/diploma is afgestudeerd in de studierichting bouwkunde en voor zover hij tevens voldoet aan de voorwaarden van het in artikel 18 omschreven overgangsrecht is hij bevoegd—zonder dat de onder opmerking 1 genoemde voorwaarden van toepassing zijn – voor de volgende scholen en leerjaren; vwo (alleen eerste drie leerjaren van dagscholen), havo (idem), mavo, lavo, lager- en middelbaar beroepsonderwijs;
3. indien de bezitter van het getuigschrift/diploma vóór 5 september 1961 is afgestudeerd in een der studierichtingen scheikundige technologie of mijnbouwkunde en tevens voldoet aan de voorwaarden van het in artikel 18 omschreven overgangsrecht, is het bezit van het bewijs van p.d.v. niet vereist (Besluit van 27 september 1967, Stb. 485).
|
|
|
natuurkunde
|
1
|
1. indien afgestudeerd in een der studierichtingen a, e, f, g, h, i, j, k, l, m, o (als vermeld in kolom II) en indien, blijkens aantekening van de bevoegdheid op het getuigschrift/diploma, voldaan is aan de terzake van de onderwijsbevoegdheid natuurkunde gestelde vereisten op vakinhoudelijk en pedagogisch-didactisch gebied; voor zover de bezitter voldoet aan de voorwaarden van het in artikel 18 omschreven overgangsrecht gelden deze vereisten niet voor wat betreft het beroepsonderwijs;
2. indien de bezitter van het getuigschrift/diploma is afgestudeerd in een der studierichtingen civiele techniek of geodesie en voor zover hij tevens voldoet aan de voorwaarden van het in artikel 18 omschreven overgangsrecht is hij bevoegd – zonder dat de onder opmerking 1 genoemde voorwaarden van toepassing zijn – voor de volgende scholen en leerjaren: vwo (alleen eerste drie leerjaren van dagscholen), havo (idem), mavo, lavo, lager- en middelbaar beroepsonderwijs;
3. indien de bezitter van het getuigschrift/diploma is afgestudeerd in de studierichting bouwkunde en voor zover hij tevens voldoet aan de voorwaarden van het in artikel 18 omschreven overgangsrecht is hij bevoegd – zonder dat de onder opmerking 1 genoemde voorwaarden van toepassing zijn – voor de volgende scholen: mavo, lavo, lto, mto;
4. indien de bezitter van het getuigschrift/diploma vóór 5 september 1961 is algestudeerd in een der studierichtingen a, e, i, l, m (als vermeld in kolom II) en tevens voldoet aan de voorwaarden van het in artikel 18 omschreven overgangsrecht, is het bezit van het bewijs van p.d.v. niet vereist (Besluit van 27 september 1967, Stb. 485).
|
|
|
scheikunde
|
1
|
indien afgestudeerd in een der studierichtingen g, h, o (als vermeld in kolom II) en indien, blijkens aantekening van de bevoegdheid op het getuigschrift/diploma, voldaan is aan de terzake van de onderwijsbevoegdheid scheikunde gestelde vereisten op vakinhoudelijk en pedagogisch-didactisch gebied; voor zover de bezitter tevens voldoet aan de voorwaarden van het in artikel 18 omschreven, overgangsrecht gelden deze vereisten niet voor wat betreft het beroepsonderwijs
|
|
|
geologie
|
1
|
indien afgestudeerd in de studierichting mijnbouwkunde
|
|
|
sterrenkunde
|
1
|
indien afgestudeerd in de studierichting geodesie
(het doctoraalgetuigschrift dient te zijn uitgereikt vóór 1 september 1988)
|
|
1.27
|
getuigschrift van met goed gevolg afgelegd baccalaureaatsexamen
a. scheikunde
b. toegepaste wiskunde
c. economie
|
theoretisch-technische vakken in de vakrichting van het getuigschrift
|
2
|
alleen voor de richtingen d, e, f en g (als vermeld in kolom II); zie verder de opmerkingen 1, 2 en 3 terzake van de bevoegdheid voor de theoretisch-technische vakken bij nr. 1.26
|
|
d. electrotechniek
e. technische natuurkunde
f. scheikundige technologie
g. werktuigbouwkunde
|
wiskunde (w.o. statistiek)
|
2
|
indien in het bezit van het bewijs van p.d.v. voor het vak wiskunde (afzonderlijke verklaring waaruit blijkt dat is voldaan aan de algemene en aan de vakdidactische vereisten, incl. schoolpracticum/hospitium) en indien afgestudeerd in een der richtingen a, b, d, e, f, g (als vermeld in kolom II)
|
|
|
natuurkunde
|
2
|
indien in het bezit van het bewijs van p.d.v. voor het vak natuurkunde (afzonderlijke verklaring waaruit blijkt dat is voldaan aan de algemene en aan de vakdidactische vereisten, incl. schoolpracticum/hospitium) en indien afgestudeerd in een der richtingen a, b, d, e, f, g (als vermeld in kolom II)
|
|
|
scheikunde
|
2
|
indien in het bezit van het bewijs van p.d.v. voor het vak scheikunde (afzonderlijke verklaring waaruit blijkt dat is voldaan aan de algemene en aan de vakdidactische vereisten, incl. schoolpracticum/hospitium) en indien afgestudeerd in een der richtingen a, f (als vermeld in kolom II)
|
|
|
algemene economie (w.o. statistiek)
|
2
|
indien afgestudeerd in de richting c (als vermeld in kolom II)
(het baccalaureaatsgetuigschrift dient te zijn uitgereikt vóór 1 september 1988)
|
|
|
bedrijfseconomie (w.o. statistiek)
|
2
|
indien afgestudeerd in de richting c (als vermeld in kolom II)
(het baccalaureaatsgetuigschrift dient te zijn uitgereikt vóór 1 september 1988)
|
|
1.28 (A)
|
diploma van landbouwkundig ingenieur verkregen o.g.v. een examen afgelegd volgens het Landbouwhogeschoolstatuut 1935 (Besluit van 4 mei 1935, Stb. 95, zoals gewijzigd bij Besluit van 27 juni 1950, K 271 en van 24 juli 1954, Stb. 370):
|
theoretisch-technische – voor wat betreft het landbouwonderwijs ook: praktische – vakken in de vakrichting van het diploma/getuigschrift
|
1
|
zie de opmerkingen bij 1.28 (C)
|
|
I akker- en weidebouw (LI)
II veeteelt (LII)
III zuivelbereiding (LIII)
IV landhuishoudkunde (economie, LIV)
V cultuurtechniek (LV)
|
biologie (w.o. anatomie, fysiologie)
|
1
|
indien, blijkens aantekening van de bevoegdheid op het diploma, voldaan is aan de overeenkomstig artikel IV van het Besluit van 21 augustus 1965, Stb. 386, terzake van de onderwijsbevoegdheid biologie gestelde vereisten op vakinhoudelijk en pedagogisch-didactisch gebied
|
|
VI tropische landbouw (KI)
VII tropische veeteelt (KII)
VIII tropische landhuishoudkunde (economie, KIII)
IX tuinbouw (plantenteelt) (TI)
X tuin- en landschapsarchitectuur (TII)
XI bosbouw (KB)
|
scheikunde
|
1
|
indien het diploma is behaald op of na 1 september 1954 en indien, blijkens aantekening van de bevoegdheid op het diploma, voldaan is aan de overeenkomstig artikel IV van het Besluit van 21 augustus 1965, Stb. 386, terzake van de onderwijsbevoegdheid scheikunde gestelde vereisten op vakinhoudelijk en pedagogisch-didactisch gebied
|
|
XII tropische bosbouw (KB)
XIII landbouwhuishoudkunde (huishoudtechnische richting)
XIV landbouwhuishoudkunde (maatschappelijke richting)
|
algemene economie (w.o. statistiek)
|
1
|
indien:
– afgestudeerd in een der richtingen IV of VIII en indien tevens staathuishoudkunde deel heeft uitgemaakt van het ingenieursexamen of van een aanvullend tentamen, of
– afgestudeerd in de richting XIV en indien tevens staathuishoudkunde en een der vakken landhuishoudkunde, tropische landhuishoudkunde en sociale en economische geschiedenis deel heeft uitgemaakt van het ingenieursexamen of van een aanvullend tentamen
(het doctoraalgetuigschrift dient te zijn uitgereikt vóór 1 september 1988)
|
|
|
agrarische economie
|
1
|
|
|
|
huishoudkunde
|
1
|
indien afgestudeerd in een der richtingen XIII of XIV
|
|
|
planologie
|
1
|
indien planologie deel heeft uitgemaakt van het examen, dan wel gedurende tenminste drie jaren na het behalen van het diploma praktijkervaring op dit gebied is verworven
|
|
|
sociologie
|
1
|
indien afgestudeerd in de richting XIV
|
|
|
methoden en technieken van onderzoek (w.o. statistiek)
|
1
|
indien afgestudeerd in een der richtingen IV, VIII, XIV
|
|
|
maatschappijleer
|
1
|
indien afgestudeerd in een der richtingen IV, VIII of XIV en indien tevens is voldaan aan de vereisten omschreven in artikel 14
|
|
|
biologie (w.o. anatomie, fysiologie), scheikunde, natuurkunde, wiskunde (w.o. statistiek), algemene economie (w.o. statistiek)
|
2
|
1. voor het lager en middelbaar landbouwonderwijs: indien het desbetreffende vak blijkens bijlage IIB deel heeft uitgemaakt van het kandidaatsexamen (bewijs van p.d.v. is niet vereist)
2. voor mavo, lavo en lager- en middelbaar beroepsonderwijs (met uitzondering van het landbouwonderwijs): alleen voor zover de bezitter voldoet aan de voorwaarden van het in artikel 18 omschreven overgangsrecht en alleen indien tevens het desbetreffende vak blijkens bijlage IIB deel heeft uitgemaakt van het kandidaatsexamen (bewijs van p.d.v. is niet vereist)
3. de onderwijsbevoegdheid geldt niet voor scholen voor vwo en havo
|
|
|
verzorging
|
1
|
Indien afgestudeerd in één der richtingen XIII of XIV
|
|
1.28 (B)
|
diploma van landbouwkundig ingenieur verkregen o.g.v. een examen afgelegd volgens het Landbouwhogeschoolstatuut 1956 (Besluit van 19 juli 1956, Stb. 417, zoals gewijzigd bij Besluit van 22 augustus 1962, Stb. 326):
|
theoretisch-technische – voor wat betreft het landbouwonderwijs ook; praktische – vakken in de vakrichting van het diploma/getuigschrift
|
1
|
zie de opmerkingen bij 1.28 (C)
|
|
I akker-en weidebouw
II tropische landbouwplantenteelt
III veeteelt
IV tropische veeteelt
V zuivelbereiding
VI tuinbouwplantenteelt
|
biologie (w.o. anatomie, fysiologie)
|
1
|
indien afgestudeerd in een der richtingen I, II, III, IV, V, VI, VII, XIV, XV en indien, blijkens aantekening van de bevoegdheid op het diploma, voldaan is aan de terzake van de onderwijsbevoegdheid biologie gestelde vereisten op vakinhoudelijk en pedagogisch-didactisch gebied
|
|
VII bosbouw (houtteeltkundige richting)
VIII bosbouw (technisch-economische richting)
IX landhuishoudkunde
X tropische landhuishoudkunde
|
scheikunde
|
1
|
indien afgestudeerd in een der richtingen I, II, III, IV, V, XI, XV, XVI, XVIII en indien, blijkens aantekening van de bevoegdheid op het diploma/voldaan is aan de terzake van de onderwijsbevoegdheid scheikunde gestelde vereisten op vakinhoudelijk en pedagogisch-didactisch gebied
|
|
XI cultuurtechniek
XII tropische cultuurtechniek
XIII tuin- en landschapsarchitectuur
XIV plantenveredeling
XV plantenziektenkunde
|
natuurkunde
|
1
|
indien afgestudeerd in de richting XVIII en indien, blijkens aantekening van de bevoegdheid op het diploma, voldaan is aan de terzake van de onderwijsbevoegdheid natuurkunde gestelde vereisten op vakinhoudelijk en pedagogisch-didactisch gebied
|
|
XVI bodemkunde en bemestingsleer
XVII landbouwwerktuigkunde
|
geologie
|
1
|
indien afgestudeerd in de richting XVI
|
|
XVIII levensmiddelentechnologie (landbouwtechnologie)
XIX agrarische sociologie
XX agrarische sociologie van niet-Westerse gebieden
|
algemene economie (w.o. statistiek)
|
1
|
indien afgestudeerd in een der richtingen IX, X, XIX, XX, XXII en indien, blijkens aantekening van de bevoegdheid op het diploma, tevens voldaan is aan de terzake van de onderwijsbevoegdheid economie gestelde vereisten op vakinhoudelijk en pedagogisch-didactisch gebied
(het doctoraalgetuigschrift dient te zijn uitgereikt vóór 1 september 1988)
|
|
XXI landbouwhuishoudwetenschappen (technische richting)
|
huishoudkunde
|
1
|
indien afgestudeerd in een der richtingen XXI, XXII
|
|
XXII landbouwhuishoudwetenschappen (sociaal-economische richting)
|
agrarische economie
|
1
|
|
|
|
planologie
|
1
|
indien planologie deel heeft uitgemaakt van het examen, dan wel gedurende ten minste drie jaren na het behalen van het diploma praktijkervaring op dit gebied is verworven
|
|
|
sociologie
|
1
|
indien afgestudeerd in een der richtingen XIX, XXI, XXII
|
|
|
culturele antropologie
|
1
|
indien afgestudeerd in de richting XX
|
|
|
methoden en technieken van onderzoek (w.o. statistiek)
|
1
|
indien afgestudeerd in een der richtingen IX, X, XIX, XXII
|
|
|
maatschappijleer
|
1
|
indien afgestudeerd in een der richtingen IX, X, XIX, XX, XXII en indien tevens voldaan is aan de vereisten omschreven in artikel 14
|
|
|
biologie (w.o. anatomie, fysiologie), scheikunde, natuurkunde, wiskunde (w.o. statistiek), algemene economie (w.o. statistiek)
|
2
|
1. voor het lager en middelbaar landbouwonderwijs: indien het desbetreffende vak blijkens bijlage IIB deel heeft uitgemaakt van het kandidaatsexamen (bewijs van p.d.v. is niet vereist)
2. voor mavo, lavo en lager- en middelbaar beroepsonderwijs (met uitzondering van het landbouwonderwijs): alleen voor zover de bezitter voldoet aan de voorwaarden van het in artikel 18 omschreven overgangsrecht en alleen indien tevens het desbetreffende vak blijkens bijlage IIB deel heeft uitgemaakt van het kandidaatsexamen (bewijs van p.d.v. is niet vereist)
3. de bevoegdheid geldt niet voor scholen voor vwo en havo
|
|
|
verzorging
|
1
|
Indien afgestudeerd in één der richtingen XXI, XXII
|
|
1.28 (C)
|
getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen verkregen o.g.v. een examen afgelegd volgens het Academisch Statuut (Besluit van 11 september 1963, Stb. 380, zoals terzake gewijzigd bij Besluit van 24 oktober 1970, Stb. 507) in een der studierichtingen van de faculteit der landbouwwetenschappen zoals bedoeld in de artikelen 173a t/m r van genoemd Statuut:
N10 landbouwplantenteelt
N11 tropische plantenteelt
|
theoretisch-technische – voor wat betreft het landbouwonderwijs ook: praktische – vakken in de vakrichting van het getuigschrift/diploma
|
1
|
1. tot de theoretisch-technische vakken in de vakrichting van het getuigschrift/diploma behoren in elk geval de vakken die behoren tot het algemene vakgebied van de desbetreffende studierichting, en daarnaast in voorkomende gevallen vakken die specifiek behoren tot bijzondere afstudeerrichtingen binnen die studierichting
2. een bewijs van p.d.v. is voor de theoretisch-technische (en de praktische) vakken niet vereist
|
|
N12 tuinbouwplantenteelt
N13 plantenveredeling
N14 plantenziektenkunde
N15 bosbouw
N20 zoötechniek
N30 cultuurtechniek-B
N31 tropische cultuurtechniek
N32 landbouwtechniek
N33 bodemkunde en bemestingsleer
N40 levensmiddelentechnologie
N41 voeding
|
biologie (w.o. anatomie, fysiologie)
|
1
|
indien:
– afgestudeerd in een der studierichtingen N10, 11, 12, 13, 14, 15, 20, 40 en indien, blijkens aantekening van de bevoegdheid op het getuigschrift, voldaan is aan de terzake van de onderwijsbevoegdheid biologie gestelde vereisten op vakinhoudelijk en pedagogisch-didactisch gebied, of
– afgestudeerd in de studierichting B, en indien tevens in het bezit van het bewijs van p.d.v. voor het vak biologie (afzonderlijke verklaring)
|
|
N42 milieuhygiëne/waterzuivering
N43 moleculaire wetenschappen
NM10 economie
NM20 tuin- en landschapsarchitectuur
NM21 cultuurtechniek-A
NM30 sociologie van de Westerse gebieden
NM31 agrarische sociologie van de niet-Westerse gebieden
NM40B huishoudwetenschappen biologie
|
scheikunde
|
1
|
indien:
– afgestudeerd in een der studierichtingen N10, 11, 14, 20, 33, 40, 42 en indien, blijkens aantekening van de bevoegdheid op het getuigschrift, voldaan is aan de terzake van de onderwijsbevoegdheid scheikunde gestelde vereisten op vakinhoudelijk en pedagogisch-didactisch gebied, of
– afgestudeerd in de studierichting N43, en indien tevens in het bezit van het bewijs van p.d.v. voor het vak scheikunde (afzonderlijke verklaring)
|
|
|
natuurkunde
|
1
|
indien afgestudeerd in de studierichting N40 en indien, blijkens aantekening van de bevoegdheid op het getuigschrift, voldaan is aan de terzake van de onderwijsbevoegdheid natuurkunde gestelde vereisten op vakinhoudelijk en pedagogischdidactisch gebied
|
|
|
geologie
|
1
|
indien afgestudeerd in de studierichting N33
|
|
|
algemene economie (w.o. statistiek)
|
1
|
indien afgestudeerd in een der studierichtingen NM10, 30, 31, 40 en indien, blijkens aantekening van de bevoegdheid op het getuigschrift, voldaan is aan de terzake van de onderwijsbevoegdheid economie gestelde vereisten op vakinhoudelijk en pedagogisch-didactisch gebied
|
|
|
huishoudkunde
|
1
|
indien afgestudeerd in de studierichting NM40
|
|
|
planologie
|
1
|
indien planologie deel heeft uitgemaakt van het examen, dan wel gedurende ten minste drie jaren na het behalen van het diploma praktijkervaring op dit gebied is verworven
|
|
|
sociologie
|
1
|
indien:
– afgestudeerd in een der studierichtingen NM30 of 31, of
– afgestudeerd in de studierichting NM40 en indien tevens sociologie deel heeft uitgemaakt van het examen
|
|
|
culturele antropologie
|
1
|
indien afgestudeerd in de studierichting NM31
|
|
|
methoden en technieken van onderzoek (w.o. statistiek)
|
1
|
indien afgestudeerd in een der studierichtingen NM10, 30, 31, 40
|
|
|
maatschappijleer
|
1
|
indien afgestudeerd in een der studierichtingen NM10, 30, 31, 40 en indien tevens voldaan is aan de vereisten omschreven in artikel 14
|
|
|
biologie (w.o. anatomie, fysiologie), scheikunde, natuurkunde, wiskunde (w.o. statistiek), algemene economie (w.o. statistiek)
|
2
|
1. voor het lager en middelbaar landbouwonderwijs: indien het desbetreffende vak blijkens bijlage IIB deel heeft uitgemaakt van het kandidaatsexamen (bewijs van p.d.v. is niet vereist)
2. voor mavo, lavo en lager- en middelbaar beroepsonderwijs (met uitzondering van het landbouwonderwijs): alleen voor zover de bezitter voldoet aan de voorwaarden van het in artikel 18 omschreven overgangsrecht en alleen indien tevens het desbetreffende vak blijkens bijlage IIB deel heeft uitgemaakt van het kandidaatsexamen (bewijs van p.d.v. is niet vereist)
3. de onderwijsbevoegdheid geldt niet voor scholen voor vwo en havo
|
|
|
agrarische economie
|
1
|
|
|
|
verzorging
|
1
|
Indien afgestudeerd in de studierichting NM40
|
|
1.29
|
de verklaring, bedoeld in artikel 87, tweede lid, van het Academisch Statuut 1981 (Besluit van 26 oktober 1981, Stb. 653) waarop de aantekening, bedoeld in artikel 101, eerste lid, van dat statuut is geplaatst, ten bewijze dat met goed gevolg is afgelegd het examen tot leraar in:
|
|
|
|
|
a. fysiotherapie
|
fysiotherapie
|
1
|
|
|
b. logopedie
|
logopedie (w.o. spraakverbetering)
|
1
|
|
|
c. ergotherapie
|
ergotherapie
|
1
|
|
|
d. diëtetiek
|
praktische en theoretische vakken op het gebied van de voeding, w.o. diëtetiek (maar met uitzondering van “koken en serveren”)
|
1
|
|
|
e. verpleegkunde
|
verpleegkunde (waaronder e.h.b.o.)
|
1
|
|
|
|
anatomie
|
2
|
|
|
|
fysiologie
|
2
|
|
|
1.30
|
getuigschrift van met goed gevolg afgelegd doctoraalexamen maatschappijgeschiedenis of geschiedenis waarop de aantekening, bedoeld in artikel 101, eerste lid, van het Academisch Statuut 1981 (Besluit van 26 oktober 1981, Stb. 653) is geplaatst ten bewijze dat met goed gevolg is afgelegd het examen tot leraar in de geschiedenis en staatsinrichting (overeenkomstig goedkeuring bij brief van 2 september 1982, kenmerk HW/J-406, 432)
|
geschiedenis
|
1
|
|