Artikel
1
In deze regeling wordt verstaan onder ‘minister’: minister van Landbouw en Visserij.
Besluit:
In deze regeling wordt verstaan onder ‘minister’: minister van Landbouw en Visserij.
Aan personen die met goed gevolg een door de minister erkend ruiterexamen hebben afgelegd wordt een door hem erkend ruiterbewijs afgegeven.
Om te kunnen worden erkend dient een ruiterexamen te bestaan uit een theoretisch en praktisch gedeelte, die voldoen aan het bepaalde in de volgende leden.
Het theoretische gedeelte bestaat uit een schriftelijke toets, welke in ieder geval vragen over de volgende onderwerpen bevat:
kennis van de dagelijkse verzorging van het paard of pony;
het correct passen van het harnachement;
het exterieur van het paard of pony;
de correcte houding te paard of pony;
de gedragsregels voor ruiters;
kennis natuurlijke waarden van terrein.
Het praktische gedeelte bevat een buitenrit of het rijden op een buitenterrein van minimaal 3000m gedurende 30 minuten, waarbij in ieder geval de volgende onderdelen worden beoordeeld:
elementaire kennis van de correcte houding;
beheersing van het paard of pony.
omgang van de ruiter met het paard of pony.
Het programma van eisen kan vrijstelling van onderdelen van het bepaalde in artikel 3, tweede en derde lid, bevatten voor degenen die in het bezit zijn van de diploma's die in het programma van eisen worden aangegeven.
Een erkend ruiterexamen moet ten minste éénmaal per jaar worden georganiseerd.
Een erkend ruiterexamen staat onder toezicht van een door de minister aangewezen gecommiteerde