Instelling Adviesraad voor het Hoger Onderwijs (ARHO)

De minister van Onderwijs en Wetenschappen, mede namens de minister van Landbouw en Visserij,
Overwegende, dat het in afwachting van een regeling bij wet van de adviesstructuur in het hoger onderwijs, dienstig is een voorlopige regeling te treffen tot instelling van een adviesraad op dat gebied;
dat een verdere harmonisatie en integratie van het hoger beroepsonderwijs, het wetenschappelijk onderwijs en onderzoek en het open hoger afstandsonderwijs wenselijk is,

Besluit:

Begripsbepaling

Artikel

1

Dit besluit verstaat onder:

‘de minister’:

de minister van Onderwijs en Wetenschappen en, voor zover het het Landbouwonderwijs betreft, de minister van Landbouw en Visserij;

‘de raad’:

de Adviesraad voor het Hoger Onderwijs, bedoeld in artikel 2;

'hoger onderwijs’:

het hoger beroepsonderwijs, het wetenschappelijk onderwijs en onderzoek en het open hoger afstandsonderwijs.

Instelling en taak

Artikel

2

Artikel

3

Samenstelling en werkwijze

Artikel

4

Artikel

5

De minister benoemt de leden op voordracht van de permanente leden van de raad. De minister wijst de voorzitter aan uit de permanente leden van de raad. De voorzitter kan met instemming van de permanente en adviserende leden een vice-voorzitter aanwijzen uit de permanente leden.

Artikel

6

Artikel

7

Over aangelegenheden, die mede een terrein betreffen, waarvoor door de minister een ander adviesorgaan is ingesteld, adviseert de raad niet dan na overleg met dat adviesorgaan.

Artikel

8

De permanente leden van de raad zijn in het bijzonder belast met de zorg voor de samenhang in de advisering op de verschillende onderdelen van het adviesprogramma.

Artikel

9

Artikel

10

De raad brengt jaarlijks vóór 1 februari aan de minister verslag uit van zijn werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar. Het jaarverslag kan aanleiding zijn voor nadere bijstelling van het adviesprogramma.

Artikel

11

Artikel

12

De minister geeft richtlijnen voor de inrichting en indiening van de begroting van uitgaven van de raad.

Artikel

13

Artikel

14

De raad is gehouden de aanwijzingen inzake contacten tussen kamer-commissies en regeringsadviescolleges, vastgesteld bij besluit van de minister-president van 14 juli 1980, nr. 171, in acht te nemen voor zover deze aanwijzingen betrekking hebben op regeringsadviescolleges.

Artikel

15

Een ieder die betrokken is bij de uitvoering van deze beschikking en daarbij de beschikking krijgt over gegevens, waarvan hij het vertouwelijk karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijke voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding daarvan behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht of uit zijn taak bij de uitvoering van deze beschikking de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit.

Artikel

16

Dit besluit treedt in werking met ingang van de datum van dagtekening; het wordt geplaatst in de Nederlandse Staatscourant. Afschrift zal worden gezonden aan de Algemene Rekenkamer.

Afschrift van deze beschikking zal worden gezonden aan.

de in deze beschikking genoemden; de staatssecretaris; de secretaris-generaal en de plv. secretaris-generaal; de directeuren-generaal; de hoofddirecteur; de directeuren; de Onderwijsraad, t.k.n.; de HBO-Raad. t.k.n.; de Academische Raad, t.k.n.; de Emancipatieraad, t.k.n.

Zoetermeer
De minister van Onderwijs en Wetenschappen, W. J.Deetman