De herziening van het ouderdomspensioen, toegekend aan de gehuwde pensioengerechtigde die duurzaam gescheiden is gaan leven of van echt is gescheiden, gaat, indien zijn vroegere echtgenoot in dezelfde maand waarin doch nadat het duurzaam gescheiden leven een aanvang nam of de echtscheiding plaatsvond, de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet heeft bereikt, in op de eerste dag van die maand.
Artikel
3
Vervallen
Artikel
4
Indien de Sociale verzekeringsbank van oordeel is of vermoedt, dat tot intrekking of vermindering van een ouderdomspensioen dient te worden overgegaan, is zij bevoegd de uitbetaling van het ouderdomspensioen of van een gedeelte daarvan, indien het de eerste uitbetaling betreft, op te schorten of, indien het latere uitbetalingen betreft, te schorsen.
Artikel
5
De beschikking van de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid van 5 december 1956, nr. 5612, Stcrt. 1956, 241, wordt ingetrokken.
Artikel
6
Deze beschikking met toelichting treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking in de Nederlandse Staatscourant en werkt terug tot en met 1 april 1985.
Artikel
7
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling nadere regels inzake intrekking en herziening van het ouderdomspensioen.