Besluit van 22 juli 1985, houdende regels tot vaststelling van het Besluit Rijks bedrijfsgezondheids- en bedrijfsveiligheidsdienst

Besluit Rijks bedrijfsgezondheids- en bedrijfsveiligheidsdienst

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 12 juli 1985, nr. AB85/U1406, Directoraat-Generaal voor Overheidspersoneelsbeleid, Directie Overheidspersoneelszaken, afdeling Algemene en Juridische Zaken;
Overwegende dat het met het oog op de wijziging in taak en organisatie van de Rijks Geneeskundige Dienst wenselijk is het Besluit Rijksgeneeskundige Dienst in te trekken en een nieuw Besluit Rijks bedrijfsgezondheids- en bedrijfsveiligheidsdienst vast te stellen;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

1

Er is een Rijks bedrijfsgezondheids- en bedrijfsveiligheidsdienst ressorterend onder Onze Minister van Binnenlandse Zaken.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

De werkzaamheden ter uitvoering van de bedrijfsgezondheidszorg als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a hebben in ieder geval ten doel het beschermen en het bevorderen van de gezondheid van het burgerlijk rijkspersoneel voor zover het betreft problemen die samenhangen met de verhouding waarin dit personeel staat tot zijn arbeid en arbeidsmilieu. Te dien einde is de dienst verplicht te adviseren aan onderscheidenlijk nauw samen te werken met en bijstand te verlenen aan een commissie waarmee op grond van Hoofdstuk XI dan wel XI A van het Algemeen Rijksambtenarenreglement (Stb. 1931, 248) overleg wordt gevoerd, of een commissie waarmee op grond van een overeenkomstige regeling overleg wordt gevoerd, de werknemers en de werkgever. Die werkzaamheden omvatten ten minste de taken genoemd in artikel 17, zesde lid, van de Arbeidsomstandighedenwet (Stb. 1980, 664) genoemd onder e tot en met v, alsmede a tot en met d voor zover het betreft het beschermen en het bevorderen van de gezondheid als bedoeld in artikel 17, vierde lid, onder b van die wet.

Artikel

5

Tot de sociaal-medische werkzaamheden als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b worden in elk geval gerekend:

  • a.

    het uitbrengen van geneeskundige adviezen verband houdende met de rechtspositieregelingen van het burgerlijk rijkspersoneel;

  • b.

    het meewerken aan herplaatsing van personeel in de burgerlijke rijksdienst.

Artikel

6

Voor de uitvoering van de in artikel 5 genoemde werkzaamheden worden door de Rijks bedrijfsgezondheids- en bedrijfsveiligheidsdienst

  • a.

    spreekuren gehouden,

  • b.

    huisbezoeken verricht,

  • c.

    onderzoekingen ingesteld in de lokaliteiten of op de terreinen waar burgerlijk rijkspersoneel werkzaam is,

  • d.

    mondelinge en schriftelijke adviezen uitgebracht aan de hoofden van de ministeries en de hoofden van dienst, een en ander met inachtneming van het medisch beroepsgeheim.

Artikel

7

Ter uitvoering van het bepaalde in artikel 3, eerste lid, onder c worden als taken van de dienst ten minste aangemerkt de taken genoemd in artikel 17, zesde lid, onder a tot en met d van de Arbeidsomstandighedenwet voor zover het betreft het bevorderen van de veiligheid en de hygiëne van het arbeidsmilieu. Te dien einde kan de dienst advies uitbrengen aan een commissie waarmee op grond van Hoofdstuk XI dan wel XI A van het Algemeen Rijksambtenarenreglement overleg wordt gevoerd, of aan een commissie waarmee op grond van een overeenkomstige regeling overleg wordt gevoerd, de werknemers, de werkgever en aan veiligheidskundigen werkzaam binnen de burgerlijke openbare rijksdienst.

Artikel

8

Binnen de grenzen van de in artikel 3 van dit besluit omschreven taak is de directie van de Rijks bedrijfsgezondheids- en bedrijfsveiligheidsdienst bevoegd in briefwisseling te treden met de hoofden van de ministeries en de hoofden van alle rijksdiensten, -bedrijven en -instellingen. Zij heeft bovendien rechtstreeks toegang tot genoemde personen. Deze hoofden verstrekken alle inlichtingen welke de dienst ten behoeve van de uitoefening van zijn taak vraagt.

Artikel

9

Onze Minister van Binnenlandse Zaken is bevoegd voorschriften te geven ter uitvoering van dit besluit.

Artikel

10

Onder intrekking van het Besluit Rijksgeneeskundige Dienst van 27 april 1962, Stb. 157, treedt dit besluit in werking op de tweede dag na plaatsing in het Staatsblad.

Artikel

11

Dit besluit kan worden aangehaald als Besluit Rijks bedrijfsgezondheids- en bedrijfsveiligheidsdienst, afgekort Rbb.

Onze Minister van Binnenlandse Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Nairobi
Beatrix
De Minister van Binnenlandse Zaken a.i., L. C. Brinkman
De Minister van Justitie, F. Korthals Altes