Wet van 11 september 1985, houdende regelen betreffende de overgang van personeel van het Staatsbedrijf der PTT en de Rijkspostspaarbank naar de Postbank N.V.

Personeelswet Postbank N.V.

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regelingen te treffen met betrekking tot de overgang van het personeel van het Staatsbedrijf der Posterijen, Telegrafie en Telefonie en van de Rijkspostspaarbank dat werkzaam is bij de Postcheque- en Girodienst of de Rijkspostspaarbank naar de Postbank N.V.;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

1

In het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder:

  • a.

    Staatsbedrijf: het Staatsbedrijf der Posterijen, Telegrafie en Telefonie;

  • b.

    overgangsdatum: de datum waarop artikel 7 van de Postwet 1954 (Stb. 592) vervalt en de Rijkspostspaarbank wordt opgeheven;

  • c.

    personeelslid: degene, die op de dag voor de overgangsdatum in dienst is van het Staatsbedrijf of van de Rijkspostspaarbank, hetzij als ambtenaar, hetzij op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, en die werkzaam is bij de Postcheque- en Girodienst of de Rijkspostspaarbank.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle ministeriële departementen, autoriteiten, colleges en ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Verkeer en Waterstaat, N. Smit-Kroes
De Minister van Financiën, O. Ruding
De Minister van Binnenlandse Zaken, Rietkerk
De Minister van Justitie a.i., Rietkerk