Artikel
1
1
Dit besluit neemt over de begrippen van de Landinrichtingswet (Stb. 1985, 299) en verstaat onder "wet": Landinrichtingswet.
Hebben goedgevonden en verstaan:
Dit besluit neemt over de begrippen van de Landinrichtingswet (Stb. 1985, 299) en verstaat onder "wet": Landinrichtingswet.
Gedeputeerde staten stellen ten behoeve van de stemming in elke gemeente, die geheel of ten dele in het ruilverkavelingsgebied is gelegen, tijdig een stembureau in.
Gedeputeerde staten kunnen in gemeenten, die aan het ruilverkavelingsgebied grenzen, ten behoeve van de stemming tijdig een stembureau instellen.
Elk stembureau bestaat uit een voorzitter en twee leden, die door gedeputeerde staten benoemd worden.
Het hoofdstembureau bestaat, naast de voorzitter, uit twee door gedeputeerde staten te benoemen leden.
Voor zowel het stembureau als het hoofdstembureau benoemen gedeputeerde staten een voldoend aantal plaatsvervangende leden.
Burgemeester en wethouders wijzen voor elk in hun gemeente ingesteld stembureau tijdig een geschikt stemlokaal en voor het houden van de zitting van het in hun gemeente ingestelde hoofdstembureau een geschikt lokaal aan.
Op verzoek van burgemeester en wethouders stellen de besturen van bijzondere scholen de daarvoor in aanmerking komende lokalen en het zich daarin bevindende materiaal voor de inrichting en het gebruik als stemlokaal voor het stembureau onderscheidenlijk als zittingslokaal voor het hoofdstembureau beschikbaar, desgewenst tegen vergoeding van de daaruit voortvloeiende onkosten.
Gedurende de stemming is het hoofdstembureau belast met het geven van voorlichting omtrent de stemming en met het uitreiken van de oproepingen tot de stemming in de in artikel 13 bedoelde gevallen.
De in artikel 62, eerste lid, van de wet bedoelde oproeping tot de stemming, vermeldt in ieder geval:
de ruilverkaveling waarop de stemming betrekking heeft;
de naam, voornamen of voorletters, adres en woonplaats van de stemgerechtigde;
het nummer, waaronder de stemgerechtigde op de lijst van stemgerechtigden voorkomt;
de aanduiding van het stembureau en het adres van het stemlokaal;
de dag en de uren, waarop de stemming plaatsvindt;
de kennisgeving als bedoeld in artikel 62, tweede lid, van de wet;
het rechtsgevolg, hetwelk de wet aan de stemming verbindt.
Tegelijkertijd met de in artikel 62, eerste lid, van de wet bedoelde oproeping wordt aan de stemgerechtigde gezonden:
een formulier, waarop in ieder geval het artikel van de kadastrale legger en de aard en de omvang van zijn rechten en de daaruit voortvloeiende oppervlakte waarvoor hij stemgerechtigd is staan vermeld;
een formulier, waarop de wijze waarop het besluit tot ruilverkaveling overeenkomstig de wet tot stand komt en hetgeen daarmee samenhangt, wordt uiteengezet.
De in artikel 63, derde lid, van de wet bedoelde schriftelijke volmacht dient niet eerder verleend te zijn dan de oproeping tot de stemming, bedoeld in artikel 62, eerste lid, van de wet is verzonden.
Aan de stemgerechtigde, wiens oproeping tot de stemming in het ongerede is geraakt, of die geen oproeping heeft ontvangen, wordt op zijn aanvraag door het hoofdstembureau alsnog een oproeping met de in artikel 10, tweede lid, bedoelde formulieren uitgereikt, indien hij voldoende van zijn identiteit doet blijken en indien zijn naam op de in artikel 9 bedoelde lijst van stemgerechtigden voorkomt dan wel hij in het bezit is van de in artikel 66, vierde lid, van de wet bedoelde verklaring.
Alvorens de oproeping uit te reiken geeft het hoofdstembureau opdracht aan:
het stembureau, waarbij volgens de lijst van stemgerechtigden de stemgerechtigde dan wel de erflater zijn stem moet uitbrengen, het stembiljet van de stemgerechtigde dan wel de erflater onbruikbaar te maken door het stempelen van het woord "onbruikbaar" op beide zijden van het stembiljet en de lijst van stemgerechtigden aan te passen;
het stembureau, dat op de door het hoofdstembureau uitgereikte oproeping is vermeld, de lijst van stemgerechtigden aan te passen.
Het stembureau bepaalt wie als tweede en derde lid van het stembureau optreden.
Bij ontstentenis van de voorzitter treedt het tweede, onderscheidenlijk het derde lid, als zodanig op.
Bij ontstentenis van een lid treedt een door gedeputeerde staten aan te wijzen plaatsvervangend lid op.
Zolang geen plaatsvervangend lid beschikbaar is, wordt in afwijking van het bepaalde in artikel 4, vierde lid, door de voorzitter een der in het stemlokaal aanwezige stemgerechtigden als zodanig aangewezen.
Van alle wijzigingen in de samenstelling van het stembureau wordt in het proces-verbaal, als bedoeld in artikel 40, aantekening gehouden met opgave van de reden daarvan en van de tijd van vervanging.
Indien bij het nemen van een beslissing door het stembureau de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter.
Op de tafel van het stembureau liggen een exemplaar van de wet en van dit besluit alsmede een afschrift van de lijst van stemgerechtigden.
De tafel van het stembureau is zodanig geplaatst dat degenen, die aan de stemming deelnemen, de verrichtingen van het stembureau kunnen gadeslaan.
De stembus, die moet voldoen aan de in de artikelen I 6 en I 7 van het Kiesbesluit (Stb. 1951, 441) vervatte vereisten, staat bij de tafel, binnen het bereik van het lid van het stembureau, dat belast is met de in artikel 25, derde lid, bedoelde taak.
Buiten de ruimte, voor het publiek bestemd, zijn in het stemlokaal een of meer geheel van elkander afgescheiden stemhokjes geplaatst, waarvan de toegang zichtbaar is voor het stembureau en voor het publiek, en waarin de stemgerechtigden hun stem in het geheim kunnen uitbrengen.
De verdere inrichting van het stemlokaal, het aantal stemhokjes alsmede de plaatsing en de inrichting van de stemhokjes vinden plaats overeenkomstig de artikelen I 5, I 8, eerste lid, I 9, I 10, eerste en tweede lid, en I 11 van het Kiesbesluit, met dien verstande dat de bepalingen omtrent stemmachines geen toepassing vinden en dat in plaats van burgemeester burgemeester en wethouders, in plaats van kiezers stemgerechtigden en in plaats van stemdistrict stembureau wordt gelezen.
Het stembiljet vermeldt in ieder geval:
de ruilverkaveling waarop de stemming betrekking heeft;
een in een zwart stemvak geplaatste witte stip, waarbij de aanduiding "voor" is geplaatst;
een in een zwart stemvak geplaatste witte stip, waarbij de aanduiding "tegen" is geplaatst;
de oppervlakte waarvoor de stemgerechtigde stemgerechtigd is.
Het stembiljet vormt één geheel met een formulier waarop dezelfde gegevens vermeld staan als op de in artikel 10, eerste lid, bedoelde oproeping, echter op zodanige wijze dat een perforatie het stembiljet van het formulier scheidt.
Gedeputeerde staten dragen zorg dat tijdig in één of meer vergezelde pakken bij elk stembureau aanwezig zijn de stembiljetten, de formulieren voor de processen-verbaal, de lijsten van stemgerechtigden, afschriften van de ingevolge artikel 63, derde lid, der wet ontvangen schriftelijke berichten alsmede een voldoend aantal stembiljetten, waarop in afwijking van het bepaalde in artikel 21, eerste lid, onder d, niet de oppervlakte is vermeld en waaraan in afwijking van het bepaalde in artikel 21, tweede lid, niet het aldaar bedoelde formulier vastzit. Op elk pak wordt het aantal van de zich daarin bevindende stembiljetten, formulieren, lijsten en afschriften van de schriftelijke berichten vermeld.
Tot de stemming wordt slechts toegelaten de stemgerechtigde, voor zover hij in het bezit is van de hem ingevolge artikel 62, eerste lid, van de wet toegezonden of ingevolge artikel 13 uitgereikte oproeping en op de lijst van stemgerechtigden voorkomt.
De voorzitter van het stembureau kan, alvorens iemand tot de stemming toe te laten, verlangen dat diens identiteit ten genoegen van het stembureau wordt vastgesteld.
Indien de voorzitter van het stembureau overeenkomstig artikel 63, derde lid, der wet verlangt dat een gemachtigde zijn schriftelijke volmacht overlegt, controleert hij de volmacht aan de hand van het in artikel 22 bedoelde afschrift.
De voorzitter noemt duidelijk verstaanbaar het nummer, waaronder de stemgerechtigde op de lijst van stemgerechtigden voorkomt.
Het tweede lid van het stembureau noemt de naam die op de lijst van stemgerechtigden bij het door de voorzitter genoemde nummer is vermeld. De voorzitter controleert de naam aan de hand van de oproeping.
Het tweede lid van het stembureau houdt, door op de lijst van stemgerechtigden naast de naam van de stemgerechtigde zijn paraaf te stellen, aantekening, dat deze zich heeft aangemeld.
De voorzitter scheurt het in artikel 21, tweede lid, bedoelde formulier en het voor de stemgerechtigde bestemde stembiljet van elkaar en waarmerkt het stembiljet op de achterzijde door middel van een stempel.
De stemgerechtigde begeeft zich na ontvangst van het gewaarmerkte stembiljet onverwijld naar een niet in gebruik zijnd stemhokje en stemt aldaar door met potlood rood te maken een in een zwart stemvak geplaatste witte stip, en wel hetzij die geplaatst bij de aanduiding "voor", hetzij die geplaatst bij de aanduiding "tegen".
Indien een stemgerechtigde zich bij de invulling van zijn stembiljet vergist, geeft hij dit aan de voorzitter terug. Deze verstrekt hem op zijn verzoek eenmaal een nieuw biljet.
Als nieuw stembiljet wordt gebruikt een van de in artikel 22 bedoelde stembiljetten, waarop niet de oppervlakte is ingevuld en waaraan niet het in artikel 21, tweede lid, bedoelde formulier vastzit.
Wanneer aan het stembureau blijkt, dat een stemgerechtigde uit hoofde van zijn lichamelijke gesteldheid hulp behoeft, kan deze zich doen bijstaan.
De stemgerechtigde, die na waarschuwing de wettelijke voorschriften omtrent de stemming niet opvolgt, wordt niet tot de stembus toegelaten en is verplicht het stembiljet, zo hem dit reeds overhandigd is, terug te geven.
De tot de stembus toegelaten stemgerechtigde, die weigert het stembiljet in de bus te steken, is verplicht dit terug te geven.
Zodra de voor de stemming bepaalde tijd verstreken is, wordt dit door de voorzitter aangekondigd en worden alleen de op het ogenblik dezer aankondiging in of aan de deur van het stemlokaal aanwezige stemgerechtigden nog tot de stemming toegelaten. Nadat de laatste dezer stemgerechtigden heeft gestemd, wordt de sleuf van de stembus gesloten, waarna de stembus wordt verzegeld.
De voorzitter van het stembureau is belast met de handhaving van de orde in het stemlokaal.
Bevindt het stembureau, dat wanorde in het stemlokaal of zijn toegangen de behoorlijke voortgang der stemming onmogelijk maakt, dan wordt dit door de voorzitter verklaard. De stemming wordt daarop terstond geschorst en wel tot de eerstvolgende dag, geen zaterdag, zondag dan wel algemeen erkende feestdag zijnde, om acht uur verdaagd.
Vervolgens worden in afzonderlijke, te verzegelen, pakken gesloten:
de sleutel, waarmede de stembus is afgesloten;
de niet gebruikte stembiljetten;
de teruggegeven en onbruikbaar gemaakte stembiljetten;
de ingeleverde oproepingen;
de ingevolge artikel 24, vijfde lid, van het stembiljet gescheurde formulieren;
de lijst van stemgerechtigden;
de ingeleverde schriftelijke volmachten;
de in artikel 22 bedoelde afschriften.
Onmiddellijk na ondertekening van het proces-verbaal wordt dit met de stembus en de verzegelde pakken door de voorzitter van het stembureau aan de burgemeester van de gemeente waar het stembureau is ingesteld ter bewaring overgegeven.
De voorzitter van het stembureau zendt ten spoedigste bericht van de schorsing der stemming aan de voorzitter van het hoofdstembureau.
Op de dag, waarop de stemming wordt hervat, stelt de burgemeester tijdig voor de aanvang der stemming de ingevolge artikel 34 aan hem overgegeven stembus en pakken ter beschikking van het stembureau.
Onmiddellijk nadat de stemming is geëindigd, stelt het stembureau vast en maakt het bekend:
het aantal stemgerechtigden, dat zich heeft aangemeld;
het aantal gewaarmerkte uitgereikte stembiljetten;
het aantal in de stembus gestoken stembiljetten;
het aantal teruggegeven en onbruikbaar gemaakte stembiljetten;
het aantal niet teruggegeven stembiljetten;
het aantal niet gebruikte stembiljetten;
het aantal ingevolge artikel 24, vijfde lid, van het stembiljet gescheurde formulieren.
Door het stembureau wordt vervolgens op de lijst van stemgerechtigden het aantal daarop gestelde parafen vermeld en gewaarmerkt. Deze lijst wordt in een te verzegelen pak gesloten.
Vervolgens worden de ingeleverde schriftelijke volmachten, de in artikel 22 bedoelde afschriften, de ingeleverde oproepingen, de ingevolge artikel 24, vijfde lid, van het stembiljet gescheurde formulieren, de niet gebruikte stembiljetten en de teruggegeven en onbruikbaar gemaakte stembiljetten in een te verzegelen pak gesloten.
Nadat alle werkzaamheden, in artikel 39 vermeld, zijn beëindigd, wordt aanstonds proces-verbaal opgemaakt van de stemming en van de werkzaamheden van het stembureau na afloop van de stemming. Alle ingebrachte bezwaren worden in het proces-verbaal vermeld.
De voorzitter van het stembureau draagt zorg, dat het in het vorige artikel bedoelde proces-verbaal met de verzegelde pakken, bedoeld in artikel 39, alsmede met de stembus dan wel, indien de stemming is geschorst geweest, met de stembussen onverwijld naar de voorzitter van het hoofdstembureau wordt overgebracht.
Onmiddellijk nadat de voorzitter van alle stembureaus de processen-verbaal, de verzegelde pakken en de stembussen, een en ander als bedoeld in artikel 41, heeft ontvangen, worden de stembussen na controle van de verzegeling geopend.
De stembiljetten worden dooreengemengd, geteld en hun aantal wordt vergeleken met het aantal stemgerechtigden dat aan de stemming heeft deelgenomen.
De leden van het hoofdstembureau openen de stembiljetten en voegen stapelsgewijs bijeen de stembiljetten, waarop de in artikel 21, eerste lid, onder b, bedoelde witte stip is rood gemaakt en de stembiljetten, waarop de in artikel 21, eerste lid, onder c, bedoelde witte stip is rood gemaakt. Zij kunnen zich bij deze werkzaamheden doen bijstaan door plaatsvervangende leden.
Het hoofdstembureau stelt vast:
ten aanzien van elk van de twee stapels het aantal uitgebrachte stemmen en de oppervlakten, waarvoor die stemmen zijn uitgebracht;
de som van de aantallen stemmen bedoeld onder a en de som van de oppervlakten bedoeld onder a.
Van onwaarde zijn andere stembiljetten dan die, welke volgens dit besluit en de tot nadere uitvoering hiervan gegeven voorschriften mogen worden gebruikt.
Voorts zijn van onwaarde de stembiljetten:
waarop in geen stemvak de witte stip is rood gemaakt;
waarop in beide stemvakken de witte stip is rood gemaakt;
waarop de stemgerechtigde zijn stem heeft uitgebracht anders dan met rood potlood;
waarop bijvoegingen geplaatst zijn of die een aanduiding door de stemgerechtigden bevatten;
die, welke niet voorzien zijn van het voorgeschreven stempel.
Onder bijvoegingen worden niet begrepen punten, strepen, vlakken, nagelindrukken, vouwen, scheuren, gaten en vlekken.
Het ten dele rood maken van de witte stip in het stemvak wordt met het rood maken ervan gelijkgesteld, indien dit naar het oordeel van het hoofdstembureau kennelijk met de bedoeling van de stemgerechtigde overeenstemt; het wordt geacht niet te zijn geschied, indien zulks naar het oordeel van het hoofdstembureau kennelijk niet het geval is.
Het hoofdstembureau beslist, met inachtneming van het vorige artikel, over de waarde van het stembiljet terstond nadat de voorzitter daarvan inzage heeft genomen.
Terstond nadat de stemmen zijn opgenomen, maakt de voorzitter van het hoofdstembureau bekend:
het aantal stemgerechtigden, dat een geldige stem heeft uitgebracht;
de oppervlakte, waarvoor geldige stemmen zijn uitgebracht;
het aantal der onder a bedoelde personen, dat zich vóór de ruilverkaveling heeft uitgesproken en de oppervlakte, waarvoor dezen hun stem hebben uitgebracht;
het aantal der onder a bedoelde personen, dat zich tegen de ruilverkaveling heeft uitgesproken en de oppervlakte, waarvoor dezen hun stem hebben uitgebracht;
het aantal der stemgerechtigden, dat geen stem dan wel een van onwaarde zijnde stem heeft uitgebracht;
de oppervlakte, waarvoor de onder e bedoelde personen stemgerechtigd zijn.
Het hoofdstembureau stelt vast:
het totale aantal stemgerechtigden, dat een geldige stem heeft uitgebracht;
de totale oppervlakte, waarvoor geldige stemmen zijn uitgebracht;
het totale aantal der onder a bedoelde personen, dat zich vóór de ruilverkaveling heeft uitgesproken en de totale oppervlakte, waarvoor dezen hun stem hebben uitgebracht;
het totale aantal der onder a bedoelde personen, dat zich tegen de ruilverkaveling heeft uitgesproken en de totale oppervlakte, waarvoor dezen hun stem hebben uitgebracht;
het totale aantal stemgerechtigden, dat geen stem dan wel een van onwaarde zijnde stem heeft uitgebracht;
de totale oppervlakte, waarvoor de onder e bedoelde personen stemgerechtigd zijn.
Het in het vorige artikel bedoelde proces-verbaal, de in de artikelen 41 en 51, derde lid, bedoelde pakken en de in artikel 40 bedoelde processen-verbaal worden door de voorzitter van het hoofdstembureau aan gedeputeerde staten gezonden.
Gedeputeerde staten doen het in artikel 52 bedoelde proces-verbaal ter provinciale griffie voor een ieder ter inzage nederleggen.
Gedeputeerde staten vernietigen behoudens indien de ruilverkaveling ingevolge artikel 68 van de wet niet wordt uitgevoerd na de bekendmaking van de uitslag der stemming door de voorzitter van het hoofdstembureau de in de artikelen 41 en 51, derde lid, bedoelde pakken. Van de al dan niet vernietiging wordt proces-verbaal opgemaakt.
De burgemeester dan wel burgemeester en wethouders zijn verplicht de aanwijzingen van gedeputeerde staten ter zake van de aan hen in dit besluit opgedragen verrichtingen op te volgen.
De kosten die voortvloeien uit de toepassing van dit besluit komen ten laste van het Rijk.
Voorschriften ter nadere uitvoering van het bepaalde bij dit besluit worden, voor zover nodig, door Onze Minister vastgesteld.
Het koninklijk besluit van 28 augustus 1975, (Stb. 1975, 466), wordt ingetrokken.
Indien de Landinrichtingswet (Stb. 1985, 299) in werking treedt, treedt dit besluit op hetzelfde tijdstip in werking.
Lasten en bevelen, dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en aan de Algemene Rekenkamer.