Wet van 12 december 1985, tot gemeentelijke indeling van de Waddenzee

Wet tot gemeentelijke indeling van de Waddenzee

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Waddenzee, voor zover dat nog niet het geval is, gemeentelijk in te delen en tegelijk de grenzen van provincies en gemeenten langs het aansluitende deel van de Noordzee nader vast te stellen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk

I

Algemene bepaling

Artikel

1

Hoofdstuk

II

Grenswijziging

Artikel

2

Hoofdstuk

III

Rechtskracht voorschriften

Artikel

3

Hoofdstuk

IV

Overgang rechten en verplichtingen

Artikel

4

Artikel

5

De uitkeringen die door onderscheidenlijk aan het rijk, de provincie of gemeente over de vóór de datum van grenswijziging aangevangen boekingstijdvakken, dienstjaren of uitkeringsjaren met betrekking tot overgaand gebied van een gemeente verschuldigd zijn, worden gedaan aan onderscheidenlijk door de gemeente waartoe dat gebied vóór die datum behoorde.

Artikel

6

Artikel

7

Hoofdstuk

V

Slotbepalingen

Artikel

8

Geschillen omtrent de toepassing van deze wet waarvan de beslissing niet aan anderen is opgedragen, worden bij koninklijk besluit beslist.

Artikel

9

Deze wet treedt in werking met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zulllen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Binnenlandse Zaken, Rietkerk
De Minister van Justitie a.i., Rietkerk