Artikel
1
1
De zeegrens tussen het land Aruba en het land Curaçao wordt, met inachtneming van het bepaalde in artikel 2, gevormd door de bogen van grootcirkels tussen de volgende punten in de volgorde zoals hieronder aangegeven:
|
R. |
12°09'06"N |
69°32'46"W |
|
S. |
12°18'54"N |
69°31'02"W |
|
T. |
12°35'02"N |
69°30'08"W |
|
U. |
12°38'31"N |
69°29'38"W |
|
V. |
12°57'55"N |
69°27'08"W |
|
W. |
13°18'35"N |
69°23'11"W |
|
X. |
13°30'00"N |
69°20'20"W |
en van het punt X de meridiaan van 69°20'20"W in noordelijke richting volgend tot waar deze de grens met een derde Staat snijdt, te noemen punt Y.
2
De ligging van de hierboven beschreven punten is uitgedrukt in breedte en lengte volgens Zuidamerikaanse Coördinaten (Voorlopige Vereffening 1956) ("Provisional South American Datum 1956").
3
De grenslijn is bij wijze van illustratie ingetekend op de als bijlage bij deze rijkswet gevoegde kaart.