Rijkswet van 12 december 1985, tot vaststelling van een zeegrens tussen de Nederlandse Antillen en Aruba

Rijkswet vaststelling zeegrens tussen Aruba en Curaçao

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het, in verband met het verkrijgen door Aruba van de hoedanigheid van land in het Koninkrijk, wenselijk is om een grens vast te stellen tussen de zeegebieden, met inbegrip van de daaronder gelegen zeebodem en ondergrond, van de Nederlandse Antillen enerzijds en Aruba anderzijds;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State van het Koninkrijk gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, de bepalingen van het Statuut voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

1

Artikel

2

In zuidelijke richting is het eindpunt van de grenslijn punt R, dat het snijpunt vormt van de grenslijnen tussen de zeegebieden van het land Curaçao, het land Aruba en de Republiek Venezuela.

Artikel

3

Deze rijkswet treedt in werking met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel

4

Deze rijkswet wordt aangehaald als: Rijkswet vaststelling zeegrens tussen Aruba en Curaçao.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad, in het Publicatieblad van de Nederlandse Antillen en in het Afkondigingsblad van Aruba zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage
Beatrix
De Minister voor Nederlands-Antilliaanse Zaken, J. de Koning
De Minister van Buitenlandse Zaken a.i., R. F. M. Lubbers
De Minister van Justitie a.i., Rietkerk

Bijlage

als bedoeld in artikel 1 lid 3 van de rijkswet houdende vaststelling van een zeegrens tussen de Nederlandse Antillen en Aruba