Wet van 24 april 1986, op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen

Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de verplichtingen ten behoeve van de belastingheffing beter af te stemmen op verplichtingen van internationaal en interregionaal recht op het gebied van het verlenen van bijstand door Nederland aan andere staten bij de heffing van belastingen teneinde te bevorderen dat belastingschulden op het juiste bedrag kunnen worden vastgesteld en dat het ontgaan en ontwijken van belastingen wordt bestreden;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk

I

Inleidende bepalingen

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

2a

Artikel

2b

Artikel

2c

Artikel

2d

Artikel

2e

Voor de toepassing van dit artikel, artikel 6g, artikel 8, eerste lid, hoofdstuk II, afdeling 4ac, en de daarop berustende bepalingen en artikel 11 wordt verstaan onder:

  • a.

    platform: een platform als bedoeld in bijlage V, deel I, onderdeel A, onder 1, van Richtlijn 2011/16/EU;

  • b.

    platformexploitant: een entiteit als bedoeld in bijlage V, deel I, onderdeel A, onder 2, van Richtlijn 2011/16/EU;

  • c.

    uitgesloten platformexploitant: een platformexploitant als bedoeld in bijlage V, deel I, onderdeel A, onder 3, van Richtlijn 2011/16/EU;

  • d.

    rapporterende platformexploitant: een platformexploitant als bedoeld in bijlage V, deel I, onderdeel A, onder 4, van Richtlijn 2011/16/EU;

  • e.

    gekwalificeerde platformexploitant buiten de Unie: een platformexploitant als bedoeld in bijlage V, deel I, onderdeel A, onder 5, van Richtlijn 2011/16/EU;

  • f.

    gekwalificeerd niet-Unierechtsgebied: een niet-Unierechtsgebied als bedoeld in bijlage V, deel I, onderdeel A, onder 6, van Richtlijn 2011/16/EU;

  • g.

    van kracht zijnde adequate overeenkomst tussen bevoegde autoriteiten: een overeenkomst tussen de bevoegde autoriteiten van een lidstaat en een niet-Unierechtsgebied als bedoeld in bijlage V, deel I, onderdeel A, onder 7, van Richtlijn 2011/16/EU;

  • h.

    relevante activiteit: een activiteit als bedoeld in bijlage V, deel I, onderdeel A, onder 8, van Richtlijn 2011/16/EU;

  • i.

    gekwalificeerde relevante activiteiten: relevante activiteiten als bedoeld in bijlage V, deel I, onderdeel A, onder 9, van Richtlijn 2011/16/EU;

  • j.

    tegenprestatie: een compensatie als bedoeld in bijlage V, deel I, onderdeel A, onder 10, van Richtlijn 2011/16/EU;

  • k.

    persoonlijke dienst: een dienst als bedoeld in bijlage V, deel I, onderdeel A, onder 11, van Richtlijn 2011/16/EU;

  • l.

    verkoper: een gebruiker van een platform als bedoeld in bijlage V, deel I, onderdeel B, onder 1, van Richtlijn 2011/16/EU;

  • m.

    actieve verkoper: een verkoper als bedoeld in bijlage V, deel I, onderdeel B, onder 2, van Richtlijn 2011/16/EU;

  • n.

    te rapporteren verkoper: een actieve verkoper, die geen uitgesloten verkoper is, die een ingezetene is als bedoeld in bijlage V, deel II, onderdeel D, van Richtlijn 2011/16/EU van een lidstaat of ingezetene is als bedoeld in deel II, paragraaf D, OESO-modelregels van een gekwalificeerd niet-Unierechtsgebied, of die een onroerend goed heeft verhuurd dat in een lidstaat of gekwalificeerd niet-Unierechtsgebied is gelegen;

  • o.

    uitgesloten verkoper: een verkoper als bedoeld in bijlage V, deel I, onderdeel B, onder 4, van Richtlijn 2011/16/EU;

  • p.

    entiteit: een rechtspersoon of een juridische constructie als bedoeld in bijlage V, deel I, onderdeel C, onder 1, eerste zin, van Richtlijn 2011/16/EU;

  • q.

    gelieerde entiteit van een entiteit: een entiteit die tot de andere entiteit in een verhouding staat als bedoeld in bijlage V, deel I, onderdeel C, onder 1, tweede tot en met vierde zin, van Richtlijn 2011/16/EU;

  • r.

    overheidsinstantie: een instantie als bedoeld in bijlage V, deel I, onderdeel C, onder 2, van Richtlijn 2011/16/EU;

  • s.

    btw-identificatienummer: het unieke nummer, bedoeld in bijlage V, deel I, onderdeel C, onder 4, van Richtlijn 2011/16/EU;

  • t.

    hoofdadres: het adres, bedoeld in bijlage V, deel I, onderdeel C, onder 5, van Richtlijn 2011/16/EU;

  • u.

    rapportageperiode: het kalenderjaar, bedoeld in bijlage V, deel I, onderdeel C, onder 6, van Richtlijn 2011/16/EU;

  • v.

    eigendomslijst: alle onroerende zaken als bedoeld in bijlage V, deel I, onderdeel C, onder 7, van Richtlijn 2011/16/EU;

  • w.

    identificatiecode van de financiële rekening: het identificatienummer of referentienummer, bedoeld in bijlage V, deel I, onderdeel C, onder 8, van Richtlijn 2011/16/EU;

  • x.

    goederen: alle materiële zaken;

  • y.

    OESO-modelregels: de modelregels zoals goedgekeurd op 29 juni 2020 met als citeertitel: «OECD (2020), Model Rules for Reporting by Platform Operators with respect to Sellers in the Sharing and Gig Economy, OECD, Paris».

Artikel

3

Onze Minister wordt voor Nederland aangewezen als bevoegde autoriteit en centraal verbindingsbureau. Onze Minister is tevens verantwoordelijk voor de contacten met de Europese Commissie.

Hoofdstuk

IA

Reikwijdte van inlichtingenuitwisseling

Afdeling

1

Algemeen

Artikel

4

Vervallen

Afdeling

2

Inkomsten uit spaargelden

Paragraaf

1

Begripsbepalingen

Artikel

4a

Definities

Vervallen

Artikel

4b

Uitbreiding definitie rentebetaling

Vervallen

Artikel

4c

Tijdelijk uitgezonderde schuldvorderingen

Vervallen

Artikel

4d

Uitbreiding definitie uitbetalende instantie

Vervallen

Artikel

4e

Icbe na keuze

Vervallen

Artikel

4f

Inperking definitie uiteindelijk gerechtigde

Vervallen

Artikel

4g

Identificatie door Nederlandse uitbetalende instantie

Vervallen

Artikel

4h

Vaststelling woonplaats door Nederlandse uitbetalende instantie

Vervallen

Paragraaf

2

Renseignering

Artikel

4i

Werkingssfeer

Vervallen

Artikel

4j

Renseignering door uitbetalende instantie

Vervallen

Artikel

4k

Renseignering door marktdeelnemer

Vervallen

Paragraaf

3

Formele bepalingen

Artikel

4l

Woonplaatsverklaring ter voorkoming van inhouding van bronbelasting

Vervallen

Artikel

4m

Verplichtingen ten dienste van de renseignering

Vervallen

Artikel

4n

Bezwaar en beroep

Vervallen

Artikel

4o

Bestuurlijke boete

Vervallen

Artikel

4p

Strafrechtelijke bepaling

Vervallen

Hoofdstuk

II

Vormen van door Nederland te verlenen bijstand

Afdeling

1

Op verzoek verstrekken van inlichtingen

Artikel

5

Op verzoek van de bevoegde autoriteit van een verzoekende staat deelt Onze Minister alle inlichtingen die hij in zijn bezit heeft of naar aanleiding van een administratief onderzoek verkrijgt en die naar verwachting van belang zijn voor de administratie en handhaving van de nationale wetgeving van de verzoekende staat met betrekking tot de heffing van belastingen die vallen onder de reikwijdte van de wederzijdse bijstand, bedoeld in artikel 1, aan die bevoegde autoriteit mee.

Artikel

5bis

Artikel

5a

Afdeling

2

Automatisch verstrekken van inlichtingen

Artikel

6

Onze Minister kan in overleg met een bevoegde autoriteit gevallen of groepen van gevallen aanwijzen in welke hij zonder voorafgaand verzoek inlichtingen zal verstrekken, alsmede de voorwaarden bepalen waaronder de verstrekking zal geschieden.

Artikel

6a

Vervallen

Artikel

6b

Artikel

6c

Artikel

6d

Artikel

6e

Artikel

6f

Artikel

6g

Afdeling

3

Spontaan verstrekken van inlichtingen

Artikel

7

Artikel

7a

Onze Minister verstrekt de in artikel 7, eerste lid, bedoelde inlichtingen zo snel mogelijk, doch uiterlijk binnen één maand nadat hij de inlichtingen beschikbaar krijgt, aan de autoriteit van de andere betrokken lidstaat.

Afdeling

4

Onderzoek in het kader van te verlenen bijstand

Artikel

8

Artikel

8a

Artikel

9

Artikel

10

Degene bij wie een onderzoek als bedoeld in artikel 8 wordt ingesteld, is verplicht de ambtenaar van de rijksbelastingdienst alsmede de ambtenaar die ingevolge artikel 9 bij dit onderzoek aanwezig is, ten behoeve van dit onderzoek toegang te verlenen.

Afdeling

4bis

Gezamenlijke audits

Artikel

10bis

Artikel

10ter

Afdeling

4a

Verplichtingen ten behoeve van de automatische verstrekking van inlichtingen volgens de Common Reporting Standard

Artikel

10a

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden voorschriften voor rapporterende financiële instellingen gegeven met het oog op het door die instellingen verstrekken van gegevens en inlichtingen als bedoeld in de artikelen 10b tot en met 10f en de identificatie van de te rapporteren rekeningen en te rapporteren personen en met het oog op de door Onze Minister te verstrekken informatie, bedoeld in de artikelen 10b en 10c, aan rechtsgebieden ten aanzien waarvan het land Nederland een verplichting heeft om die informatie te verstrekken.

Artikel

10b

Artikel

10c

Artikel

10d

Artikel

10e

In afwijking van artikel 10b, eerste lid, onderdelen a en c, is een rapporterende financiële instelling niet verplicht het fiscale identificatienummer van een te rapporteren persoon of een rekeninghouder te verstrekken indien de fiscale woonstaat van die te rapporteren persoon, onderscheidenlijk van die rekeninghouder, hem geen fiscaal identificatienummer heeft verstrekt.

Artikel

10f

In afwijking van artikel 10b, eerste lid, onderdeel b, is een rapporterende financiële instelling niet verplicht de geboorteplaats van een te rapporteren persoon te verstrekken, tenzij:

  • a.

    de rapporterende financiële instelling krachtens andere wetgeving of uit hoofde van een rechtsinstrument van de Europese Unie dat van kracht is of op 5 januari 2015 van kracht was, verplicht is of was die geboorteplaats te verkrijgen en te rapporteren, en

  • b.

    de geboorteplaats beschikbaar is in de elektronisch doorzoekbare gegevens die door de rapporterende financiële instelling worden beheerd.

Artikel

10fa

Als sprake is van een overeenkomst of praktijk waarvan het primaire doel naar redelijkerwijs moet worden aangenomen is het omzeilen van een verplichting als bedoeld in deze afdeling of de daarop berustende bepalingen, geldt die verplichting alsof die overeenkomst, onderscheidenlijk die praktijk, er niet is.

Afdeling

4aa

Toegang tot antiwitwasinlichtingen

Artikel

10g

Afdeling

4ab

Verplichtingen ten behoeve van de automatische verstrekking van inlichtingen met betrekking tot meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies

Artikel

10h

Afdeling

4ac

Verplichtingen ten behoeve van de verzameling en verificatie van inlichtingen over verkopers door rapporterende platformexploitanten en de rapportage daarvan

Artikel

10i

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden verzamel- en verificatievereisten gesteld aan rapporterende platformexploitanten als bedoeld in de artikelen 10j, eerste lid, en 10l, tweede lid, met het oog op het door die platformexploitanten rapporteren van gegevens en inlichtingen als bedoeld in de artikelen 10j tot en met 10l, alsmede regels met betrekking tot de wijze waarop die gegevens en inlichtingen aan Onze Minister worden verstrekt.

Artikel

10j

Artikel

10k

Artikel

10l

Artikel

10m

Artikel

10n

Indien Onze Minister vaststelt dat een platformexploitant een uitgesloten platformexploitant is, stelt hij de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten daarvan, alsmede van eventuele latere wijzigingen, in kennis.

Artikel

10o

Onverminderd artikel 10p, verstrekt een rapporterende platformexploitant als bedoeld in de artikelen 10j, eerste lid, en 10l, tweede lid, de gegevens en inlichtingen, bedoeld in artikel 10j, derde, vierde, vijfde en zesde lid, uiterlijk op 31 januari van het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de verkoper is aangemerkt als een te rapporteren verkoper tevens aan de te rapporteren verkoper waarop die gegevens en inlichtingen betrekking hebben.

Afdeling

4ad

Gegevensbescherming

Artikel

10p

Elke rapporterende financiële instelling als bedoeld in artikel 2a, eerste lid, onderdeel a, intermediair als bedoeld in artikel 10h, eerste lid, of rapporterende platformexploitant als bedoeld in de artikelen 10j, eerste lid, of 10l, tweede lid, is gehouden:

  • a.

    elke betrokken natuurlijke persoon in kennis te stellen van het feit dat de hem betreffende gegevens en inlichtingen op grond van deze wet en de daarop berustende bepalingen zullen worden verzameld en gerapporteerd, en

  • b.

    elke betrokken natuurlijke persoon tijdig en, in elk geval, voordat de gegevens en inlichtingen worden gerapporteerd, alle gegevens en inlichtingen te verstrekken waarop hij op grond van Verordening (EU) 2016/679 van de rapporterende financiële instelling, intermediair of rapporterende platformexploitant recht heeft, zodat die natuurlijke persoon zijn rechten inzake gegevensbescherming kan uitoefenen.

Artikel

10q

Afdeling

4b

Strafbepaling en betekening

Artikel

11

Artikel

12

Afdeling

5

Medewerking in het kader van te verlenen bijstand

Artikel

13

De colleges van gedeputeerde staten, de colleges van burgemeester en wethouders en de dagelijkse besturen van waterschappen verlenen desgevraagd hun medewerking aan de uitvoering van een verzoek om bijstand bij de heffing van belastingen.

Afdeling

6

Algemene bepalingen

Artikel

14

Artikel

15

Indien Onze Minister overeenkomstig de artikelen 5 of 7 inlichtingen verstrekt, kan hij de bevoegde autoriteit van de ontvangende staat om terugmelding betreffende de ontvangen inlichtingen verzoeken.

Artikel

16

Onze Minister verstrekt geen inlichtingen aan een bevoegde autoriteit indien de wetgeving van de staat van die autoriteit geen verplichting tot geheimhouding oplegt aan ambtenaren van de belastingadministratie van die staat met betrekking tot hetgeen hun wordt medegedeeld of blijkt bij de uitvoering van de belastingwetten van die staat.

Artikel

17

Artikel

18

Indien Onze Minister een wederzijdse samenwerking aangaat met de bevoegde autoriteit van een staat die verder reikt dan de samenwerking die mogelijk is op grond van Richtlijn 2011/16/EU, gaat hij deze verder reikende samenwerking ook aan met een lidstaat die om deze samenwerking verzoekt.

Artikel

19

Artikel

20

Artikel

21

Artikel

22

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van dit hoofdstuk.

Hoofdstuk

III

Vormen van door Nederland te ontvangen bijstand

Afdeling

1

Verzoeken om bijstand

Artikel

23

Artikel

24

Afdeling

2

Automatisch en spontaan verkregen inlichtingen

Artikel

25

Ingeval een richtlijn of een andere regeling van internationaal of interregionaal recht voorziet in het automatisch verstrekken van inlichtingen kan Onze Minister aan de bevoegde autoriteit van een staat meedelen dat hij geen automatische inlichtingen inzake bepaalde inkomsten- en vermogenscategorieën of inzake inkomsten en vermogens onder een minimumbedrag wenst te ontvangen.

Artikel

26

De ontvangst van spontaan verkregen inlichtingen wordt door Onze Minister onmiddellijk, doch in elk geval binnen zeven werkdagen na ontvangst aan de bevoegde autoriteit van de verstrekkende lidstaat bevestigd.

Afdeling

3

Onderzoek in het kader van verzoeken om bijstand

Artikel

27

Afdeling

3a

Gezamenlijke audits

Artikel

27a

Onze Minister kan de bevoegde autoriteit van een lidstaat verzoeken een gezamenlijke audit uit te voeren.

Afdeling

4

Algemene bepalingen

Artikel

29

Artikel

30

Artikel

31

Artikel

32

Artikel

33

Artikel

34

Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van dit hoofdstuk.

Hoofdstuk

IIIA

Overgangsrecht

Artikel

34a

Hoofdstuk

IV

Slotbepaling

Artikel

35

Verwijzingen naar Richtlijn 77/799/EEG van de Raad van 19 december 1977 betreffende de wederzijdse bijstand van de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten op het gebied van de directe belastingen (PbEG 1977, L 336) gelden als verwijzing naar Richtlijn 2011/16/EU.

Artikel

36

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage
Beatrix
De Staatssecretaris van Financiën, H. E. Koning
De Minister van Justitie, F. Korthals Altes