Besluit van 7 mei 1986, tot instelling van de Nationale havenraad

Besluit Nationale havenraad

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 4 februari 1986, nr. N 3286, Hoofddirectie van de Waterstaat, gedaan in overeenstemming met het gevoelen van de Ministerraad;
Overwegende, dat voor de nationale beleidsvorming inzake zeehavenaangelegenheden wenselijk is de instelling van een college dat werkzaam is ten behoeve van coördinatie en samenwerking tussen de bij dat beleid betrokken overheden, andere openbare lichamen en het bedrijfsleven, en dat daartoe is samengesteld uit vertegenwoordigers uit de kringen van degenen die in het bijzonder bij die beleidsvorming zijn betrokken;
Gezien het rapport van de Voorlopige Nationale Havenraad (brief van 18 december 1985 (H 348-016) exh. 1526/86);
De Raad van State gehoord (advies van 29 april 1986, nr. W 09-86-0064 exh. 14585/86);
Gezien het nader rapport van Onze Minister voornoemd van 2 mei 1986, nr. NH 13693;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

1

Dit besluit verstaat onder:

  • a.

    Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;

  • b.

    de raad: de Nationale havenraad, bedoeld in artikel 2.

Artikel

2

Er is een Nationale havenraad.

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

De raad kiest uit zijn midden één of twee ondervoorzitters, die door de raad van die functie kunnen worden ontheven.

Artikel

9

Artikel

10

De voorzitter kan personen die geen lid zijn, uitnodigen aan een vergadering van de raad deel te nemen.

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

13

Telkens binnen een termijn van vier jaar brengt de raad een rapport uit aan Onze Minister, waarin de taakvervulling van de raad aan een onderzoek wordt onderworpen.

Artikel

14

Een ieder die betrokken is bij de uitvoering van dit besluit en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijk karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift terzake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht of uit zijn taak bij de uitvoering van dit besluit de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit.

Artikel

15

Artikel

17

Het Besluit Voorlopige Nationale Havenraad (Stb. 1980, 379), zoals gewijzigd bij het Besluit van 22 november 1984 (Stb. 1984, 581) wordt ingetrokken.

Artikel

18

Onze Minister van Verkeer en Waterstaat is belast met de uitvoering van dit besluit, dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en de Algemene Rekenkamer.

's-Gravenhage
Beatrix
De minister van Verkeer en Waterstaat, N. Smit-Kroes
De minister van Justitie, F. Korthals Altes