NAVO-binnenvliegregeling

De minister van Defensie,
Gelet op het Koninklijk besluit van 9 september 1959 (Stb. 332);
Handelend na overleg met de ministers van Buitenlandse Zaken en van Verkeer en Waterstaat;

Besluit:

Artikel

1

Artikel

2

Algemeen luchtverkeer dient de luchtverkeersvoorschriften vervat in de Luchtvaartgids Nederland (AIP) alsmede de regelen ter beperking van de geluidshinder door militaire luchtvaartuigen, zoals opgenomen in de MII AIP, na te leven.

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Het gestelde in artikel 3 geldt niet, indien gepubliceerde naderings- en vertrekprocedures vliegbewegingen noodzaken binnen het Nederlandse rechtsgebied voor het naderen of verlaten van een buiten Nederland gelegen luchtvaartterrein, waarvan een deel van het plaatselijk verkeersgebied zich binnen het Nederlandse rechtsgebied uitstrekt danwel de naderings- en vertrekprocedures zich in het Nederlandse luchtruim uitstrekken. Deze procedures dienen, voorafgaande aan publikatie, met de minister van Defensie te zijn overeengekomen.

Artikel

6

Voor vluchten, waarbij afwijking van vorenstaande bepalingen noodzakelijk of gewenst is, moet ten minste zes werkdagen voordat een zodanige vlucht zal plaatsvinden een daartoe strekkend verzoek worden ingediend bij de minister van Defensie. Van deze verplichting kan door of namens de minister van Defensie ontheffing worden verleend ten behoeve van bepaalde vluchten in geallieerd verband.

Artikel

7

Behoudens bijzondere toestemming van of vanwege de minister van Defensie mogen geen zogenaamde ‘Electronic Counter Measures’ vluchten worden uitgevoerd.

Artikel

8

Behoudens bijzondere toestemming van de minister van Defensie mogen in luchtvaartuigen, als bedoeld in artikel 1, geen wapenen, munities, bommen, torpedo's en andere projectielen en fotografische toestellen worden meegevoerd, tenzij deze deel uitmaken van de normale uitrusting van het luchtvaartuig.

Artikel

9

Deze regeling kan worden aangehaald als: ‘NAVO-binnenvliegregeling’.

Artikel

10

De beschikking van de minister van Defensie van 14 februari 1973, nr. 381.921, Directie Juridische Zaken, afd. Wetgeving en Publiekrecht, als gewijzigd bij ministeriële beschikking van 25 oktober 1977, nr. 381.921 V wordt ingetrokken.

Artikel

11

Deze regeling treedt in werking met ingang van de datum van ondertekening.

Artikel

12

Deze regeling zal worden gepubliceerd in de Nederlandse Staatscourant.

's-Gravenhage
De minister voornoemd, W. F. vanEekelen