Artikel
1
Begripsbepalingen
In dit besluit wordt verstaan onder:
een sectorraad als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet.
de minister van Onderwijs en Wetenschappen, tevens belast met de coördinatie van het Wetenschapsbeleid.
Besluit:
In dit besluit wordt verstaan onder:
een sectorraad als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de wet.
de minister van Onderwijs en Wetenschappen, tevens belast met de coördinatie van het Wetenschapsbeleid.
De commissie heeft, overeenkomstig artikel 12, tweede lid, van de wet, tot taak te fungeren als overlegplatform tussen de sectorraden met betrekking tot gemeenschappelijke aangelegenheden, waaronder in ieder geval een voornemen tot instelling danwel tot verlenging als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de wet.
De commissie bestaat uit:
een voorzitter, aangewezen door de minister, gehoord de commissie;
de voorzitters van de sectorraden;
een adviserend lid namens de minister;
niet-stemgerechtigde leden namens organen met een taak gelijkwaardig aan de taak van sectorraden.
De minister benoemt, schorst en ontslaat de voorzitter van de commissie na overleg met de leden. De voorzitter wordt benoemd voor een tijdvak van 3 jaar en kan één keer herbenoemd worden.
Een sectorraad kan de secretaris of een lid aanwijzen, die de voorzitter van de raad kan vervangen.
De commissie wijst organen als bedoeld in artikel 4, onderdeel d, aan. De aanwijzing behoeft de goedkeuring van de minister.
De commissie wordt bijgestaan door een secretaris. Dee wordt aangesteld op voordracht van de voorzitter na overleg met de leden.
De commissie legt jaarlijks voor een door de minister te bepalen datum een ontwerp-begroting voor het volgende kalenderjaar aan hem voor. De minister stelt de begroting vast.
Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van de commissie geschiedt met inachtneming van de ter zake geldende bepalingen van het Besluit algemene secretarie-aangelegenheden rijksadministatie (Stb. 1980, 182, het Kb. ASAR) en overeenkomstig de bij het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen geldende regels. Na opheffing of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, wordt het archief van de commissie overgedragen aan de onderafdeling Centrale Archiefbewaarplaats van dit ministerie.
Met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze beschikking vervalt de beschikking van 30 mei 1984, kenmerk DGWB 29 720.
Afschrift van de Instellingsbeschikking wordt gezonden aan: de leden van de commissie; de leden van het Interdepartementaal overleg voor het Wetenschapsbeleid; de Algemene Rekenkamer; de betrokken ministers.