Voor de toepassing van artikel 14 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 wordt onder waarneming verstaan: het, krachtens een daartoe strekkende aanwijzing van het bevoegde gezag, tijdelijk verrichten van een samenstel van werkzaamheden dat een andere functie vormt dan die van de ambtenaar zelf.
Onder volledige waarneming wordt verstaan: een zodanige waarneming dat in plaats van de eigen functie het volledige samenstel van werkzaamheden van de waargenomen functie, met de daarmee gepaard gaande verantwoordelijkheden, wordt uitgeoefend.
Artikel
3
1
De ambtenaar voor wie het een onderdeel is van de eigen functie om als plaatsvervanger op te treden van degene wiens functie moet worden waargenomen, komt bij onvolledige waarneming van die functie niet in aanmerking voor een toelage als bedoeld in artikel 14 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.
2
Onverminderd het bepaalde in het eerste lid wordt de toelage, bedoeld in artikel 14 van meergenoemd bezoldigingsbesluit, bij waarneming welke geen volledige waarneming is, afhankelijk van de mate van onvolledigheid van de waarneming voor het bevoegd gezag vastgesteld op 50% of 75% van de toelage bij volledige waarneming in het desbetreffende geval.
Artikel
4
Op waarnemingstoelagen die voor de datum van inwerkingtreding zijn toegekend en die door toepassing van dit besluit een verlaging zouden ondergaan is het bepaalde in dit besluit niet van toepassing.
Artikel
5
Het besluit van 25 november 1983, nr. AB 83/U1607 (Stcrt. 242), wordt ingetrokken.
Artikel
6
Dit besluit, dat kan worden aangehaald als Besluit waarnemingstoelagen 1987, treedt in werking met ingang van 1 december 1987.
's-Gravenhage
De minister van Binnenlandse Zaken, C. P. van Dijk