Tijdelijke subsidieregeling jeugdhulpverlening

De minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur,

Besluit:

Hoofdstuk

I

Algemeen

Artikel

1

Voor de toepassing van het bij deze regeling bepaalde wordt verstaan onder:

a.
de minister:

de minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur;

b.
jeugdige:

een persoon die:

  • 1.

    de meerderjarigheidsleeftijd nog niet heeft bereikt;

  • 2.

    de meerderjarigheidsleeftijd heeft bereikt ten aanzien van wie recht is gedaan overeenkomstig de artikelen 77f tot en met 77kk van het Wetboek van Strafrecht of

  • 3.

    de meerderjarigheidsleeftijd, doch nog niet de leeftijd van drieëntwintig jaren heeft bereikt, en voor wie voortzetting van uithuisplaatsing noodzakelijk is of voor wie, na beëindiging van een uithuisplaatsing minder dan een half jaar tevoren plaatsing in een voorziening van residentiële hulpverlening noodzakelijk is;

c.
jeugdhulpverlening:

activiteiten gericht op het bij jeugdigen voorkomen verminderen of opheffen van problemen of stoornissen van lichamelijke, geestelijke, sociale of pedagogische aard die hun ontwikkeling naar volwassenheid ongunstig kunnen beïnvloeden;

d.
steunfunctie:

een aanbod van ondersteunende werkzaamheden ten behoeve van jeugdhulpverlening;

e.
voorziening:

een aanbod van jeugdhulpverlening of een steunfunctie;

f.
uitvoerder:

degene die een voorziening in stand houdt;

g.
voorziening van residentiële hulpverlening:

een voorziening waarbij een jeugdige wordt opgenomen in een tehuis waarin dag en nacht hulp wordt geboden.

h.
voorziening van semi-residentiële hulpverlening:

een voorziening waarbij een jeugdige regelmatig gedurende een deel van een etmaal in een daartoe bestemde inrichting verblijft;

i.
voorziening van ambulante hulpverlening:

een voorziening, anders dan bedoeld onder g en h.

j.
erkenningsregeling:
k.
erkende ambulante instelling:

een ambulante instelling die is erkend op grond van de erkenningsregeling;

l.
de begeleidingscommissie:

de Begeleidingscommissie jongeren bouwen voor jongeren ingesteld bij Besluit van de minister van 22 december 1988, DJB-U-3752.

Artikel

2

Een voorziening komt slechts voor subsidie in aanmerking indien de uitvoerder:

  • a.

    een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid is, zijn zetel heeft in Nederland en noch direct noch indirect beoogt winst te maken;

  • b.

    aannemelijk heeft gemaakt dat hem met inbegrip van het subsidie, voldoende financiële middelen ter beschikking zullen staan om de voorgenomen werkzaamheden uit te voeren;

  • c.

    een zodanige werkwijze toepast dat redelijkerwijs mag worden verwacht dat de doelen waarvoor het subsidie wordt verleend kunnen worden bereikt;

  • d.

    ook overigens voldoet aan het in deze regeling bepaalde.

Artikel

3

Artikel

4

Subsidie wordt slechts verleend voorzover de wetgever de nodige gelden heeft toegestaan.

Hoofdstuk

II

Grondslag voor de vaststelling van het exploitatiesubsidie

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Het verslag van de werkzaamheden geeft een duidelijk inzicht in de aard en de omvang van de werkzaamheden die in het desbetreffende boekjaar zijn verricht. De verrichte werkzaamheden worden vergeleken met de voorgenomen werkzaamheden die in de begroting en het beleidsplan tot uitdrukking zijn gebracht.

Artikel

12

Artikel

13

Een beslissing tot beëindiging of vermindering van het subsidie, anders dan in verband met beleidswijzigingen, wordt slechts genomen nadat de uitvoerder in de gelegenheid is gesteld terzake te worden gehoord.

Hoofdstuk

IIa

Subsidie jongeren bouwen voor jongeren

Artikel

13a

Ten behoeve van een voorziening kan een investeringssubsidie worden verleend in de kosten van de bouw of verbouw van een accommodatie, volgens het in dit hoofdstuk bepaalde.

Artikel

13b

Een subsidie als bedoeld in artikel 13a wordt slechts verleend indien:

  • a.

    de bij de bouw of verbouw werkzame arbeidskrachten ten minste voor de helft bestaan uit voordien werkloze jongeren beneden de leeftijd van 25 jaar;

  • b.

    bij de aanstelling van werkloze jongeren voorrang wordt verleend aan jongeren met een kwetsbare arbeidsmarktpositie, waartoe worden gerekend:

    • 1.

      jongeren met een onafgemaakte opleiding in het voortgezet onderwijs;

    • 2.

      jongeren uit etnische minderheden;

    • 3.

      laaggeschoolde meisjes;

    • 4.

      jongeren die hebben deelgenomen aan het jeugdwerkgarantieplan;

  • c.

    de selectie van de werkloze jongeren geschiedt met inschakeling van de Gewestelijke Arbeidsbureaus;

  • d.

    met de werkloze jongeren een leerovereenkomst wordt aangegaan als bedoeld in artikel 7 van de Wet op het leerlingwezen;

  • e.

    het werk wordt uitgevoerd na openbare aanbesteding;

  • f.

    de desbetreffende accommodatie doorlopend ter beschikking staan van de voorziening;

  • g.

    wanneer het een gehuurde accommodatie betreft, de huurovereenkomst op het moment van subsidieverlening een resterende looptijd heeft van ten minste vijf jaar.

Artikel

13c

Artikel

13d

Artikel

13e

Artikel

13f

De artikelen 9 en 10 zijn ten aanzien van de subsidieverlening als bedoeld in artikel 13a, van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk

III

Administratieve bepalingen

Artikel

14

Artikel

15

Artikel

16

Hoofdstuk

IV

Bepalingen met betrekking tot de plaatsing

Artikel

17

Artikel

18

Artikel

18a

Van de aanvang en de beëindiging van hulpverlening in een voorziening van residentiële hulpverlening wordt door de desbetreffende uitvoerder onmiddellijk mededeling gedaan aan de minister, door toezending van volledig ingevulde door de minister vastgestelde formulieren.

Artikel

19

Een uitvoerder van een voorziening van residentiële hulpverlening verleent op verzoek van degene die voor de plaatsing verantwoordelijk is, aan een jeugdige ten aanzien van wie een maatregel van kinderbescherming is getroffen die tot plaatsing bij een voorziening van residentiële hulpverlening strekt of die haar noodzakelijk maakt, de desbetreffende hulp, tenzij hij voor de jeugdige geen plaats heeft.

Hoofdstuk

V

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

20

Artikel

21

Aan ambtenaren van de Directie Jeugdbeleid en van de Accountantsdienst van het ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, alsmede aan andere door de minister aan te wijzen ambtenaren, worden door de uitvoerder alle inlichtingen verschaft, die nodig zijn voor een juiste vervulling van hun taak en voor een juiste uitvoering van deze regeling.

Artikel

22

De minister kan van deze regeling afwijken, indien daar dringende redenen voor zijn en stringente toepassing van deze regeling naar zijn oordeel tot kennelijke onbillijkheden zou leiden.

Artikel

23

Ten aanzien van een jeugdige die op 31 december 1987 in een voorziening van residentiële hulpverlening is geplaatst, is artikel 17, eerste lid, tot de dag waarop de plaatsing wordt beeindigd doch uiterlijk tot 1 januari 1990 niet van toepassing.

Rijswijk
De minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, L. C.Brinkman

Bijlage

1

Eisen met betrekking tot voorzieningen van residentiële hulpverlening

I

Een uitvoerder van een voorziening van residentiële hulpverlening stelt binnen zes weken na de plaatsing van een jeugdige in zijn voorziening een hulpverleningsplan op, dat is afgestemd op de psycho-sociale problemen van de jeugdige en dat uitgaat van de omschrijving van de doelstelling van de hulpverlening, bedoeld in artikel 9, eerste lid van de erkenningsregeling. Het hulpverleningsplan wordt schriftelijk vastgelegd. Het bevat in ieder geval:

  • a.

    doel en vorm van de jeugdhulpverlening die wordt geboden;

  • b.

    de behandeling of begeleiding van de jeugdige in de dagelijkse leefsituatie.

II

Eisen met betrekking tot dagcentra voor schoolgaande jeugd (Boddaertcentra)

1

Begripsomschrijving: Onder dagcentrum voor schoolgaande jeugd wordt verstaan een voorziening van jeugdhulpverlening waarin en van waaruit aan jeugdigen en de gezinnen waartoe zij behoren gedurende een deel van het etmaal behandeling en begeleiding wordt geboden. Het gaat daarbij om psycho-sociale problemen, waarbij sprake is van een in aanleg zodanig problematische ontwikkeling van de jeugdige of een zodanig ernstige ontwrichte opvoedings- en gezinssituatie dat behandeling en begeleiding geboden is. De jeugdige bezoekt een onderwijsinstelling of heeft een andere structurele dagbesteding.

De dagcentra voor schoolgaande jeugd worden onderscheiden in:

  • a.

    dagcentra voor jongere jeugd, bestemd voor jeugdigen in de leeftijd van 5 tot 12 jaar.

  • b.

    dagcentra voor oudere jeugd, bestemd voor jeugdigen in de leeftijd van 12 tot en met 18 jaar.

2

Toelating tot en voortzetting van hulpverlening

  • a.

    Een dagcentrum voor schoolgaande jeugd stelt een externe commissie in. die tot taak heeft de toelating van een jeugdige tot een dagcentrum te beoordelen. Hulpverlening aan een jeugdige in een dagcentrum wordt telkens na anderhalf jaar slechts voortgezet indien deze commissie de noodzaak tot voortzetting van de hulpverlening heeft beoordeeld.

  • b.

    De commissie is multi-disciplinair samengesteld. In een commissie zijn medewerkers opgenomen van voorzieningen van ambulante (jeugd)hulpverlening.

3

Eisen met betrekking tot het personeel

  • a.

    Ten behoeve van ieder dagcentrum voor schoolgaande jeugd is een personeelslid werkzaam dat belast is met de dagelijkse leiding van het centrum.

  • b.

    Bij iedere uitvoerder van een dagcentrum voor schoolgaande jeugd is een personeelslid werkzaam, dat belast is met de dagelijkse leiding van de organisatie

  • c.

    In een dagcentrum voor schoolgaande jeugd zijn bovendien in ieder geval medewerkers met de navolgende functies werkzaam:

    • a.

      groepswerker(s).

    • b.

      maatschappelijk werkende(n).

    • c.

      een (ortho)pedagoog of psycholoog.

  • d.

    Bij een dagcentrum voor schoolgaande jeugd zijn bovendien medewerkers werkzaam belast met andere hulpverlenende en met ondersteunende taken.

4

OpeningstijdenEen dagcentrum voor schoolgaande jeugd is ten minste vijf dagen per week geopend en is gedurende ten minste acht uren per dag bereikbaar. Een dagcentrum is op openingsdagen in ieder geval geopend in aansluiting op de schooltijden tot na het avondeten.

Een dagcentrum kan ten hoogste vijf weken per jaar gesloten zijn, waarvan ten hoogste vier weken aaneengesloten.

5

Verblijf in groepen: De jeugdigen verblijven in het dagcentrum voor schoolgaande jeugd in de regel in vaste groepen.

6

Huisvesting:

  • a.

    Het gebouw waarin de werkzaamheden worden uitgevoerd bevindt zich in een goede bouwkundige staat.

  • b.

    In een dagcentrum voor schoolgaande jeugd zijn aanwezig:

    een kamer voor degene die belast is met de algemene leiding;

    een spreekkamer voor de maatschappelijk werkende(n) en andere deskundigen;

    groepsruimten;

    een hobby-ruimte;

    een administratieruimte;

    een keuken met berging;

    toiletten.

  • c.

    Een dagcentrum voor oudere jeugd beschikt bovendien over een ruimte voor huiswerkbegeleiding.

7

Het hulpverleningsproces: De hulpverlening omvat ten minste de volgende functies:

  • a.

    diagnostiek/observatie;

  • b.

    behandeling en begeleiding van de jeugdige en het gezin waartoe deze behoort;

  • c.

    opvoeding en vorming;

  • d.

    verzorgd verblijf;

  • e.

    nazorg.

    Het beoogde hulpverleningsproces wordt vastgelegd in een met betrekking tot iedere jeugdige en zijn gezin vast te stellen hulpverleningsplan.

8

Bescherming persoonlijke levenssfeer Een dagcentrum voor schoolgaande jeugd draagt er zorg voor dat de persoonlijke levenssfeer van de jeugdige, zijn ouders en de andere bij de hulpverlening betrokken personen zo goed mogelijk wordt beschermd.

9

Maximum omvang: De maximum omvang van een dagcentrum bedraagt 27 plaatsen.

10

Registratie: Een dagcentrum voor schoolgaande jeugd houdt een cliëntenregistratie bij.

11

Samenwerking:

  • a.

    Een dagcentrum voor schoolgaande jeugd neemt deel aan het regionale samenwerkingsverband jeugdhulpverlening.

  • b.

    Een dagcentrum voor schoolgaande jeugd onderhoudt voorts die contacten met personen, instellingen en instanties, die nodig zijn voor een goed verloop van de hulpverlening.

III

Eisen met betrekking tot medische kleuterdagverblijven

Voor de medische kleuterdagverblijven gelden de eisen opgenomen in het Besluit eisen voor erkenning van medische kleuterdagverblijven (Stcrt. 1986, nr. 140).

IV

Eisen met betrekking tot medische kindertehuizen

Voor de medische kindertehuizen gelden de eisen opgenomen in het Besluit normen en voorwaarden voor de erkenning van medische kindertehuizen als inrichting in de zin van de Algemene wet bijzondere ziektekosten (Stcrt. 1970, nr. 141).

Bijlage

2

Onderdeel A

I Dagcentra voor schoolgaande jeugd

I Algemeen

De bedrijfseconomische minimumcapaciteit is vastgesteld op 10 plaatsen d.w.z. dat voor deze 10 plaatsen een vaste norm geldt ad. f 402 085 per jaar.

Voor elke plaats boven de 10 worden variabele kosten toegekend ad. f 28 518 per jaar. Voor elke plaats minder dan 10 worden de variabele kosten ad. f 28 518 per jaar in mindering gebracht of wordt per plaats een korting toegepast op de vaste norm van 10% per jaar. Indien de voorziening is gehuisvest in huurpanden, zal een korting plaatsvinden op de post ‘onderhoudskosten gebouwen’ van 50%.

2.1 De normering van de personele kosten

De berekening van de in de norm opgenomen personele kosten is geschied op basis van een toegerekende standaardformatie per plaats per jaar.

De dagcentra hebben de mogelijkheid om verschuivingen in de standaardformatie aan te brengen. Binnen de standaardformatie zijn de volgende functies te onderscheiden:

2.1.1 hulpverlenende functies

2.1.2 niet-hulpverlenende functies

2.1.3 directiefunctionarissen

2.1.1 Voor wat betreft de hulpverlenende functies is de standaardformatie per verzorgingsjaar:

Functie

Aantal uren

Kosten in guldens

Vast

Variabel

Vast

Variabel

Groepsbegeleider

4800

384

141 778

11 342

Maatschappelijk werkende

1152

84

37 344

2 800

2.1.2 Voor wat betreft de niet-hulpverlenende functies is de standaardformatie per verzorgingsjaar:

Functie

Aantal uren

Kosten in guldens

Vast

Variabel

Vast

Variabel

Kok

720

33.6

17 785

949

Huishoudelijk medewerker

624

33.6

13 272

817

Administratief personeel

480

33.6

11 188

895

Pedagoog/psycholoog

528

33.6

25 752

2061

2.1.3 Voor wat betreft de directiefunctionarissen is de standaardformatie:

Functie

Aantal uren

Kosten in guldens

Vast

Variabel

Vast

Variabel

Directiefunctionaris

1 152

48

46 574

1 940

Overige personeelskosten per

6 895

591

plaats per verzorgingsjaar

Managementtoeslag, herbezetting,

-/-

1 680

-/- 220

div. kortingen

Subtotaal

298 907

21 176

Norm vast

Norm variabel

in guldens

in guldens

2.2 De normering van de kosten accommodatie

Huisvestingskosten:

Huren/rente hypotheek

29 550

1 182

Afschr tuinaanleg/verb.

Afschrijving gebouwen

Overige huisvestingskosten:

Energiekosten

17 730

1 478

Belastingen en heffingen

Afschrijving inventaris

Rente kort- en langlopende leningen

Schoonmaakkosten

Verzekeringen

2.3 De normering van de apparaatskosten

Onderhoudskosten gebouwen

12 608

1 084

Organisatiekosten

18 715

1 281

2.4 De normering van de verzorgingskosten

Vervoerskosten kinderen

3 940

345

Voedingskosten

14 775

1 330

specifieke verzorgingskosten

7 880

788

Subtotaal

105 198

7 486

Subtotaal personeelskosten

298 907

21 176

Subtotaal

404 105

28 662

2.5 Korting i.v.m. te ontvangen ouderbijdrage

Korting ouderbijdrage 0.5%

-/- 2 021

-/- 143

Totaal

402 085

28 518

Bijlage

3

Melding aanvang/beëindiging residentiële plaatsing als bedoeld in artikel 18a

Naam opnemende instelling:...............................................................................................................................

Adres:..................................................................................................................................................................

Plaats van vestiging:.................................................................................postcode:.....................tel:.................

Betreft cliënt:

Familienaam:.......................................................................................................................................................

Voornamen:.........................................................................................................................................................

Geboortedatum:..........................Geslacht:.........................................................................................................

Gemeente van vestiging voorafgaande aan de plaatsing:..................................................................................

(Stief)ouder(s)/onderhoudsplichtige:

Familienaam en voorletters:................................................................................................................................

Adres:..................................................................................................................................................................

Woonplaats:.........................................................................................................................postcode:...............

Erkende ambulante instelling welke de plaatsing heeft geïndiceerd:

Naam:..................................................................................................................................................................

Adres:..................................................................................................................................................................

Plaats van vestiging:............................................................................................................postcode:...............

Betreft melding aanvraag plaatsing

Aanvangsdatum

Betreft melding beëindiging plaatsing

Beëindigingsdatum

Aldus naar waarheid opgemaakt door:

Naam:................................................................functie:......................................................................................

Plaats en datum:.................................................................................................................................................

Ondertekening:....................................................................................................................................................