Besluit van 15 februari 1988, houdende vervanging van het Reglement Spoorwegbruggen

Besluit spoorwegbruggen

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 7 juli 1987, no. WBJ/V724276, Directoraat-Generaal van het Verkeer;
Gelet op de artikelen 27 van de Spoorwegwet (Stb. 1875, 67) 4a, derde en vierde lid, 5, vijfde lid en 6, tweede lid van de Locaalspoor- en Tramwegwet (Stb. 1918, 99);
De Raad van State gehoord (advies van 9 december 1987, no. W09.87.0308);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 5 februari 1988, no. WBJ/V820448, Directoraat-Generaal van het Verkeer;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

3

De beweegbare bruggen worden door Onze minister, naar het belang van de vaarweg voor de scheepvaart en gelet op de plaatselijke omstandigheden, ten aanzien van de te tonen tekens voor de doorvaart, verdeeld in drie groepen, te weten A, B en C.

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Ingeval lichttekens gestoord zijn, dragen de bestuurders zorg dat in plaats van een rood of groen licht een bord getoond wordt overeenkomstig het bepaalde in artikel 6.26, zesde lid, van het Binnenvaartpolitiereglement. Het tonen van borden in plaats van rode of groene lichten kan beperkt blijven tot één zijde van de doorvaartopening.

Artikel

7

Indien een brug op korte afstand van één of meer andere bruggen of wegverkeersbruggen waarop tekens op grond van het Binnenvaartpolitiereglement zijn aangebracht, is gelegen, kan Onze Minister bepalen dat de tekens voor de vaart door die bruggen of die wegverkeersbruggen geheel of voor een door hem te bepalen gedeelte in de plaats treden van de tekens voor de vaart door de brug.

Artikel

8

Artikel

9

Indien door tijdelijke obstakels aan of bij een brug de doorvaart wordt belemmerd dragen de bestuurders zorg dat zulks wordt kenbaar gemaakt door één of meer van de borden bedoeld in Bijlage 7, onderdeel C, van het Binnenvaartpolitiereglement. Deze borden moeten des nachts worden verlicht.

Artikel

10

Onze Minister stelt de eisen vast waaraan de uitvoering en de plaatsing van de tekens moet voldoen.

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 maart 1988 met uitzondering van artikel 4, dat in werking treedt met ingang van 1 januari 1989.

Artikel

15

Dit besluit kan worden aangehaald als Besluit spoorwegbruggen.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.

's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Verkeer en Waterstaat, N. Smits-Kroes
De Minister van Justitie, F. Korthals Altes