Besluit van 24 februari 1988, houdende de wijze van vaststelling van de wiskundige reserve bedoeld in artikel N 6 en van de tijd bedoeld in artikel N 9 van de Spoorwegpensioenwet

Besluit reserve-overdracht N.S.-personeel

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 22 september 1987, nr. AW87/U791, Directoraat-Generaal Management en Personeelsbeleid, Directie Arbeidsvoorwaarden, Hoofdafdeling Pensioenen en Wachtgelden;
Gelet op de artikelen N 7 en N 10 van de Spoorwegpensioenwet (Stb. 1986, 541);
Gehoord de Raad van toezicht bedoeld in artikel L 2 en de wiskundig adviseur bedoeld in artikel L 14 van de Spoorwegpensioenwet;
De Raad van State gehoord (advies van 8 december 1987, nr. WO4.87.0506);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 4 februari 1988, nr. AW87/1052, Directoraat-Generaal Management en Personeelsbeleid, Directie Arbeidsvoorwaarden, Hoofdafdeling Pensioenen en Wachtgelden;

Hebben goedgevonden en verstaan:

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

Begrippen

Voor de toepassing van het bij of krachtens dit besluit bepaalde wordt verstaan onder:

  • a.

    de wet: de Spoorwegpensioenwet;

  • b.

    Onze Minister: de Minister van Binnenlandse Zaken;

  • c.

    contante-waardefactor: het actuarieel bepaalde getal, gebaseerd op kans- en rentefactoren, waarmee de waarde van een toekomstig recht op pensioen op enig tijdstip wordt vastgesteld;

  • d.

    contante waarde: het bedrag waarop een toekomstig recht op pensioen wordt gewaardeerd door vermenigvuldiging van dat pensioen met de contante-waardefactor;

  • e.

    wiskundige reserve: het bedrag van de contante waarde van de tot zijn ontslag opgebouwde pensioenaanspraken van een gewezen deelgenoot dan wel van een elders ontslagen werknemer die deelgenoot is geworden;

  • f.

    rentestandskorting: korting op de contante waarde ter verrekening van overrente boven de rekenrente die in aanmerking is genomen bij de bepaling van de contante-waardefactor.

Artikel

2

Pensioenaanspraken

Artikel

3

Contante-waardefactoren

Artikel

4

Leeftijd

Artikel

5

Burgerlijke staat

Voor de toepassing van dit besluit wordt de burgerlijke staat van betrokkene bepaald naar zijn staat op de datum waarop hij deelgenoot is geworden, dan wel waarop zijn deelgenootschap is geëindigd.

§

2

Overdracht van wiskundige reserve

Artikel

6

Ouderdomspensioen ongehuwde vrouw

De wiskundige reserve van het ouderdomspensioen bedraagt voor een y-jarige vrouwelijke gewezen deelgenoot die ongehuwd is:

waarin

OP = het bedrag van het ouderdomspensioen waarop uitzicht bestaat;

= de contante-waardefactor per een gulden uitgesteld ouderdomspensioen op het leven van een y-jarige vrouw, ingaande bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd.

Artikel

7

Ouderdomspensioen gehuwde vrouw

De wiskundige reserve van het ouderdomspensioen bedraagt voor een y-jarige vrouwelijke gewezen deelgenoot die gehuwd is:

waarin

OP = het bedrag van het ouderdomspensioen waarop uitzicht bestaat;

= de contante-waardefactor per een gulden uitgesteld ouderdomspensioen op het leven van een y-jarige vrouw, ingaande bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd;

GA = het bedrag van de gehuwdenaftrek verkregen door vermenigvuldiging van de diensttijd na 31 december 1985 met 0,0175 maal het verschil tussen de franchises bedoeld in artikel F 6a, derde lid, onder a en b, van de wet;

= de contante-waardefactor per een gulden gehuwdenaftrek op het leven van een y-jarige vrouw en haar x-jarige echtgenoot, ingaande bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd van de vrouw.

Artikel

8

Ouderdomspensioen ongehuwde man

Behoudens artikel 11, tweede lid, bedraagt de wiskundige reserve van het ouderdomspensioen voor een x-jarige mannelijke gewezen deelgenoot die ongehuwd is:

waarin

OP = het bedrag van het ouderdomspensioen waarop uitzicht bestaat;

= de contante-waardefactor per een gulden uitgesteld ouderdomspensioen op het leven van een x-jarige man, ingaande bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd.

Artikel

9

Ouderdomspensioen gehuwde man

De wiskundige reserve van het ouderdomspensioen bedraagt voor een x-jarige mannelijke gewezen deelgenoot die gehuwd is:

waarin

OP = het bedrag van het ouderdomspensioen waarop uitzicht bestaat;

= de contante-waardefactor per een gulden uitgesteld ouderdomspensioen op het leven van een x-jarige man, ingaande bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd;

GA = het bedrag van de gehuwdenaftrek verkregen door vermenigvuldiging van de diensttijd voor 1 januari 1986 met 0,02 maal het verschil tussen het algemeen pensioen bedoeld in artikel J 4 van de wet voor gehuwden en dat voor ongehuwden en van de diensttijd na 31 december 1985 met 0,0175 maal het verschil tussen de franchises bedoeld in artikel F 6a, derde lid, onder a en b, van de wet;

= de contante-waardefactor per een gulden gehuwdenaftrek op het leven van een x-jarige man en zijn y-jarige echtgenote, ingaande bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd van de man.

Artikel

10

Weduwenpensioen

Artikel

11

Bijzonder weduwenpensioen

§

3

Overname van wiskundige reserve

Artikel

12

§

4

Rentestandskorting

Artikel

13

§

5

Bijzondere gevallen

Artikel

14

§

6

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

15

Overgangsbepalingen

De tabellen bedoeld in artikel 3, vierde lid, die voor de eerste maal na de inwerkingtreding van dit besluit worden vastgesteld, werken terug tot en met het tijdstip genoemd in artikel 17.

Artikel

16

Wanneer artikel 12 toepassing vindt ten aanzien van een deelgenoot wiens deelgenootschap is aangevangen voor 1 januari 1986 wordt de middelsom bedoeld in artikel 12, tweede lid, berekend met toepassing van artikel F 5, vierde en vijfde lid, van de wet.

Artikel

17

Slotbepalingen

Dit besluit treedt in werking met ingang van de twintigste dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 december 1987.

Artikel

18

Dit besluit kan worden aangehaald als Besluit reserve-overdracht N.S.-personeel.

Lasten en bevelen dat dit besluit met daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad en in de Nederlandse Staatscourant zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State, de Algemene Rekenkamer en aan de Raad van toezicht en de directie van het Spoorwegpensioenfonds.

's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Binnenlandse Zaken, C. P. van Dijk
De Minister van Justitie, F. Korthals Altes