Artikel
1
Ter bevordering van de veiligheid, de gezondheid en het welzijn in verband met de arbeid aan boord van vrachtschepen, sleepboten, duwboten en passagiersschepen bij gebruik op de binnenwateren moeten de inrichting en de uitrusting van die schepen voldoen, behalve aan de in artikel 26, aanhef en onder a, van het Binnenschepenbesluit genoemde regels, opgenomen in de hoofdstukken 8 en 11 van bijlage II van het Binnenschepenbesluit, aan onderstaande regels, opgenomen in bijlage II van het Binnenschepenbesluit:
|
2.02, zesde lid |
verblijven |
|
2.03 |
verwarmings-, kook- en koelinstallaties |
|
2.04 |
verwarming met vloeibare brandstoffen met een vlampunt boven 55°C |
|
2.05 |
verwarming met vaste brandstof |
|
2.06 |
machinekamers, ketelruimen en bunkers |
|
3.04, vierde lid |
handstuurwiel |
|
3.06, tweede lid |
handstuurwiel |
|
3.17 |
neerlaatbare stuurhuizen |
|
5.02 |
veiligheid machines |
|
5.04 |
uitlaatgassenleidingen van motoren |
|
5.05, achtste lid |
pijpleidingen in verblijven |
|
5.08 |
lieren |
|
7.02, eerste lid, onder e, h, j, k en m |
uitrusting |
|
7.02, tweede lid |
buitenboordtrap |
|
7.03, eerste tot en met vierde lid |
blustoestellen |
|
7.04, eerste en tweede lid, derde lid, onder a en g |
bijboten |
|
7.05, eerste en derde lid |
reddingboeien en reddingvesten |
|
10.02, tweede lid, onder c en d |
zeeschipbakken |
|
10.04, tweede lid, onder e |
duwstellen |
|
10.05, onder a, b en c |
sleepinrichtingen |
|
12.03, eerste lid |
reddingboeien |
|
12.04, tweede lid, onder b |
sleeptrossen |
|
13.01, 13.02 en 13.03 |
overgangsbepalingen, voor zover betrekking hebbend op de regelen van de hoofdstukken 8 en 11 en de hierboven genoemde regelen. |