De met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens hoofdstuk V van de Regeling Toezicht Luchtvaart gestelde voorschriften, tijdens de vluchtvoorbereiding, de vluchtafhandeling en de vlucht aan boord van luchtvaartuigen, ingevolge artikel 102, eerste lid, belaste personen die voor de uitoefening van dat toezicht wensen deel te nemen aan een bepaalde vlucht met een bepaald luchtvaartuig, geven hiervan kennis aan de eigenaar of houder van dat luchtvaartuig of aan diens vertegenwoordiger ter plaatse.
Artikel
2
De met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens hoofdstuk V van de Regeling Toezicht Luchtvaart gestelde voorschriften, tijdens de vluchtvoorbereiding en de vluchtafhandeling, ingevolge artikel 102, eerste lid van de Regeling Toezicht Luchtvaart, belaste personen die voor de uitoefening van dat toezicht wensen deel te nemen aan een bepaalde vlucht met een bepaald luchtvaartuig geven hiervan kennis aan de eigenaar of houder van dat luchtvaartuig of aan diens vertegenwoordiger ter plaatse.
Artikel
3
Indien de kennisgeving een maand vóór de aanvang van een intercontinentale vlucht en een week vóór de aanvang van een vlucht naar Europa of het Nabije Oosten plaatsvindt, is de eigenaar of houder van het luchtvaartuig of diens vertegenwoor-diger ter plaatse verplicht:
a.
aan de in artikel 1 bedoelde personen een plaats beschikbaar te stellen in de stuurhut van dat luchtvaartuig of, wanneer zo'n plaats daar ontbreekt een plaats in de cabine, en
b.
aan de in artikel 2 bedoelde personen een plaats in de cabine van dat luchtvaartuig beschikbaar te stellen.
Artikel
4
1
Bij een kennisgeving op een termijn die korter is dan in artikel 3 is aangegeven, behoeft geen plaats beschikbaar te worden gesteld in de stuurhut, indien ten tijde van de aanmelding de waarnemersstoel is gereserveerd voor een door de eigenaar of houder van dat luchtvaartuig aangewezen persoon, die tijdens die vlucht een operationele taak in de stuurhut heeft.
2
Bij een kennisgeving op een termijn die korter is dan in artikel 3 is aangegeven, behoeft geen plaats beschikbaar te worden gesteld in de cabine, indien als gevolg hiervan een passagier of een overeenkomstig gewicht aan vracht, waarvoor de vervoerkosten ten volle zouden worden ontvangen, zou moeten worden aangewezen
Artikel
5
Met betrekking tot de gezagsverhouding aan boord moeten de in artikel 1 bedoelde personen worden beschouwd als bemanningsleden met een bijzondere status en de in artikel 2 bedoelde personen als passagiers. Zij worden vervoerd onder de volgende voorwaarden:
a.
voor het vervoer worden aan het Rijk geen kosten in rekening gebracht;
b.
alle andere kosten, alsmede door hen opgenomen gelden worden door de divisie Luchtvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat terugbetaald;
c.
het Rijk vrijwaart de eigenaar of houder van het luchtvaartuig tegen alle vorderingen, welke ten gevolge van het vervoer van bedoelde personen door hen of door derden jegens de eigenaar of houder zouden kunnen worden ingesteld.
Artikel
6
De regeling van de minister van Verkeer en Waterstaat van 29 juli 1959, nr. LI-13823 wordt ingetrokken.
Artikel
7
Deze regeling treedt in werking op de tweede dag na de datum van verschijning van de Nederlandse Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
's-Gravenhage
De minister van Verkeer en Waterstaat, N. Smit-Kroes