Artikel
1
1
Het is, onverminderd het bepaalde in artikel 2 van de Diergeneesmiddelenwet, verboden diergeneesmiddelen die clenbuterol bevatten af te leveren aan anderen dan:
-
vergunninghouders bedoeld in artikel 21 van de wet;
-
dierenartsen;
-
apothekers;
-
houders van dieren die over de in het tweede lid bedoelde verklaring beschikken.
2
Het is, onverminderd het bepaalde in artikel 2 van de wet, verboden aan anderen dan vergunninghouders bedoeld in het voorgaande lid, dierenartsen en apothekers een diergeneesmiddel dat clenbuterol bevat voorhanden of in voorraad te hebben, tenzij:
-
a.
zij over een gedateerde schriftelijke verklaring van een dierenarts beschikken, die ter plaatse de praktijk uitoefent;
-
b.
de aanwezige hoeveelheid de door de dierenarts voorgeschreven hoeveelheid niet overschrijdt;
-
c.
uit de verklaring blijkt dat toepassing om therapeutische redenen noodzakelijk is.
3
Het is dierenartsen verboden een verklaring als bedoeld in het tweede lid op te geven, tenzij:
-
a.
toepassing van een diergeneesmiddel dat clenbuterol bevat op de door hen onderzochte dieren om therapeutische redenen noodzakelijk is;
-
b.
de voorgeschreven dosering betrekking heeft op een hoeveelheid clenbuterol van ten hoogste I microgram per kilogram dier per dag voor een behandelingsduur van ten hoogste veertien dagen.
4
Op de in het tweede lid bedoelde verklaring moet door de dierenarts zijn aangegeven:
-
a.
het aantal dieren waarvoor het diergeneesmiddel is bestemd en de daarvoor met inachtneming van de in het derde lid, onderdeel b, voorgeschreven hoeveelheid die in overeenstemming is met de in het derde lid, onderdeel b, gestelde dosering;
-
b.
de datum waarop het betrokken bedrijf werd bezocht en de diagnose werd gesteld.