de lengte over alles, zoals bepaald in de Meetbrievenwet 1948 (Stb. I 492), voor zover van toepassing;
7º.
de grootste diepgang gedurende de loodsreis;
8º.
de plaats van vertrek en de plaats van bestemming;
9º.
het gedeelte van de reis dat de kapitein gebruik heeft gemaakt van de diensten van een registerloods;
10º.
opmerkingen, verplicht in te vullen en nader toe te lichten als een bijzonder voorval is gebeurd;
11º.
de datum van afgifte van het ontrattingscertificaat;
12º.
de naam en de handtekening van degene die is belast met het gezag over het schip.
Artikel
3
Het gedeelte van het loodscertificaat, bedoeld in artikel 1, onderdeel c, bevat ten minste:
1º.
de door het schip gemaakte reis over loodsplichtige scheepvaartwegen;
2º.
bijzonderheden die leiden tot toepassing van hoofdstuk II dan wel III van het Loodsgeldbesluit (Stb. 1988, 400), met uitzondering van die, genoemd in artikel 4 van deze regeling;
3º.
de grootste diepgang gedurende de loodsreis;
4º.
de naam en de handtekening van de registerloods of opeenvolgende registerloodsen.
Artikel
4
Het gedeelte van het loodscertificaat, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, bevat ten minste ruimte voor een maaltijddeclaratie.